donderdag 30 december 2010

Roger aan de beterhand

29 december 2010

Roger voelde zich duidelijk veel beter vandaag. Hij had wat op de gang gewandeld (eerst met de fysiotherapeut, daarna met mij), praatte wat met zijn buur (uit Ethiopië), lachte hartelijk met Michel en Maria (de ouders van Geert) die hem kwamen bezoeken, vergezelde mij naar het restaurant van het ziekenhuis (weliswaar nog in een rolstoel) toen ik daar een hapje ging eten vlak voor mijn vertrek. De chirurg die hem geopereerd heeft kwam even langs en had heel goed nieuws over de operatie en de te verwachten gevolgen. Als Roger morgen er in lukt een trap op te klimmen, zou hij vrijdag ontslagen worden (als dit tenminste weer niet alleen de mening is van die dokter, die dan weer niet wordt opgevolgd door de verpleegkundigen).

Morgen ga ik even weer naar Veulen. Daar zal ik verder met Marie-Claire bespreken hoe we het zullen doen om Roger thuis te krijgen. Als hij vrijdag ontslagen wordt, zal hij alleszins Oud Jaar met mij bij Elvira en Geert doorbrengen.

Geert heeft opgezocht hoe ik op kortere tijd in Veulen zou geraken: via Sint-Truiden, en daarna Borgloon. Dat leek me altijd een hele omweg, maar in tijd zou het veel schelen.

Toen ik even na 20 uur Roger verliet, was de eerste bus die aankwam er een naar Diest. Ik vroeg aan de chauffeur of hij langs de Brusselse straat reed, en dat bleek het geval te zijn. Ik stapte dus op.
Toen we echter aan het station aankwamen, begon ik te vermoeden dat er iets niet in orde was. En toen ik merkte dat we in Kessel-Lo waren, besefte ik dat we naar Diest aan het rijden waren…
Ik ben dus maar afgestapt en heb aan de eerste halte de bus teruggenomen. Weer vroeg ik aan de bestuurder of hij in de Brusselse straat stopte. ‘Normaal gezien wel, maar er is in de buurt een hevige brand gemeld en ik kan daar nu niet doorrijden,’ antwoordde hij, ‘Maar ik zal u wel in de buurt afzetten!’.

Ik vermoed dus dat de eerste chauffeur dezelfde melding heeft gekregen en vergeten was zijn passagiers te waarschuwen  dat zijn route gewijzigd was!

Derde en vierde etage van Sint-Pieter

29 december 2010, 10:15 uur

Wat ben ik blij dat ik Trees (zo heet ze) als kamergenote heb! Ze is nooit vervelend, ze heeft zin voor humor, leest heel graag, babbelt niet over futiliteiten én roddelt nooit! We praten wel, over onze man, over onze familie, maar laten elkaar de ruimte om te lezen of te mijmeren; soms hebben we het over onze lectuur, over de verschillen tussen Noord en Zuid Nederlands (en over onze talrijke dialecten, wat me dan weer herinnert aan mijn gesprek met de autobusbestuurster vorige zondag: ook zij klaagde dat ze, komende van Wellen, in Tongeren eerst de mensen niet begreep). Dat alles geeft me natuurlijk veel zin om toch voort te werken aan mijn boek over Onze Lieve Heer die geen Vlaams verstaat!

Deze ochtend, toen ik thee zette in de gemeenschappelijke keuken, stonden naast mij een paar (West-Vlaamse) vrouwen te keuvelen. Ik bedacht dat ik wel heel moe zou worden met een van hen als kamergenote. Ze hielden maar niet op, vertelden tien keer hetzelfde, en klagen dat ze deden!

Ik ontmoette ook een man met zijn zoontje. Hij vertelde me dat zijn dochtertje van 12 in Gasthuisberg lag, met botkanker. Na een operatie wachtte haar een therapie van meer dan 10 weken. Ik weet niet of ik zoiets zou aankunnen! Hoewel, er wordt gezegd dat je in het leven altijd de  nodige sterkte krijgt, als je er maar voor open staat.

Gisteren avond verbleef ik nog even samen met een jonge man  in de gemeenschappelijke woonkamer. Hij logeert op de 4de verdieping, waar kamers worden verhuurd aan studenten en stagiairs geneeskunde. Hij had er pas een tijdelijk contract met Gasthuisberg op zitten. En hij was blij dat het afgelopen was… Hoewel het ziekenhuis een terecht erkende competentie herbergt, vindt hij het er een chaos voor de medewerkers: een totaal gebrek aan coördinatie,  uren verveling omdat niet altijd duidelijk is wat precies wanneer moet gebeuren. Kortom, hij was niet te spreken over de gang van zaken. Ik vertelde hem over mijn verloren dag van eergisteren en over het feit dat ik maar niet kon te weten komen wanneer precies Roger weer naar huis mocht, en dat noemde hij ‘typisch’! 

Deze ochtend, na het ontbijt, heb ik Roger al opgebeld (er is een rechtstreekse, gratis lijn tussen dit verblijf en zijn kamer). Hij had beter geslapen, en dat was dan weer aan zijn humeur (zijn stem) te horen.

Krappe kamer in een mastodont van een ziekenhuis

28 december 2010

Deze ochtend ging ik eerst een pre-paid kaart kopen voor het mobieltje van mijn kamergenote. Ik schatte die vrouw iets boven de 70 jaar, maar ze blijkt er precies 80 te zijn. En ze was bang om te vallen in die nog steeds gladde straten van Leuven.
Nu, volgens Hendrik, die ik gisteren avond aan telefoon had, is het in Antwerpen al even erg!

En in het terugkomen van de Carrefour ben ik zelf twee keer bijna tegen de vlakte gegaan. Mijn wandelstokken hebben me al veel dienst bewezen deze dagen!

Hoewel het bezoek eigenlijk pas om 14 uur begint, stond ik al om 12:30 op Roger zijn kamer. Niemand heeft me weggejaagd!

Roger had slecht geslapen (om de twee uur werd hij wakker gemaakt voor het een of ander onderzoek) en dat was te voelen aan zijn humeur. Voor de rest maakte hij het heel goed.
Hij ligt niet op een eenpersoonskamer, zoals we eerst zinnens waren te vragen: om de een of andere reden werd ons dat afgeraden door zijn dokter…

Dus werd het ontzettend druk op die krappe kamer. Zijn gebuur kreeg vrij veel bezoek, bij Roger kwamen zijn oudste zus, zijn broer en schoonzus, Geert en Elvira, Zeger en natuurlijk ik. Met momenten een overvolle kamer dus.

Gasthuisberg staat bekend voor zijn competente dokters en chirurgen. Maar als ziekenhuis is het echt geen aangename plek, hoezeer men ook geprobeerd heeft er iets gezelligs van te maken. Het complex is gewoon te groot, het lijkt wel een hele drukke stad. De coördinatie tussen het personeel laat ook te wensen over. Kijk maar naar gisteren, toen ik daar uren heb zitten niksen terwijl men mij telkens beloofde dat Roger weldra op een kamer zou liggen. Vandaag kwam er dan weer een dokter langs die zei dat een infuus mocht afgekoppeld worden, maar de opeenvolgende verpleegsters die Roger kwamen verzorgen, leken daar niets van te weten: die baxter bleef nog uren aangesloten. Zo zei een dokter dat Roger misschien zondag naar huis mocht, een andere sprak over maandag en een derde personeelslid had het zelfs over misschien zaterdag. Marie-Claire had voorgesteld dat haar man ons zou komen halen, maar als ik geen precieze datum weet, hoe kan ik dan met haar afspreken???

Om 20 uur, na nog een telefoontje van Hendrik,  hebben Zeger en ik Roger verlaten (Elvira en Geert waren al vroeger vertrokken: ze ontvingen vrienden deze avond). We reden naar Leuven, Zeger op de fiets, ik met de bus. En ik had zo’n grote honger dat ik mezelf heb getrakteerd op een spaghetti in een restaurantje tegenover mijn ‘hotel’. Helaas, ik kreeg nog niet  de helft ervan op.

Kwaad!

27 december, ‘s avonds

Rond 12 uur had ik gebeld naar Gasthuisberg: Roger zou om 16 uur zeker naar een eigen kamer verhuizen.
Om 14 uur ging ik hem nog bezoeken op de afdeling ‘Intensieve’ en we spraken af dat ik aan het onthaal zou vragen naar welke kamer hij om 16 werd gebracht.

Daar wist men nog van niets. Om 15:45 uur ging ik het nog eens vragen: ze wisten er alleen dat hij nog steeds op ‘Intensieve’ lag.
Ik moest een kwartiertje later terugkomen.
Idem om 16 uur, om 16:15 en om 16:30.
Ik telefoneerde zelf nog eens naar de ‘Intensieve’: de verhuizing was even uitgesteld. Ik moest binnen een half uurtje nog eens informeren aan het onthaal.  Om 17 uur bood ik me daar dus weer aan. Zij belden naar de ’Intensieve’ waar werd geantwoord dat ik maar om 19 uur naar die afdeling moest komen: eerder zou de verhuizing niet plaatsvinden. Ik ontplofte zo wat: men hield me duidelijk aan het lijntje! Als ze mij van in het begin hadden gezegd dat het niet voor deze avond zou zijn, dan was ik terug naar Leuven gegaan in plaats van daar in dat ziekenhuis rond te hangen en mijn dorst te lessen met veel te dure thee. ‘Ja, maar het heeft niets te maken met zijn toestand hoor’, probeerde men mij te sussen. Wel, wel, dat was juist wat mij razend maakte! Waarom kon hij dan niet naar de beloofde kamer op het beloofde uur? Waarom moest hij zich de hele dag liggen te vervelen? En waarom zei men mij telkens dat de verhuizing nu wel gauw zou gebeuren?

Om wat te kalmeren heb ik mezelf op een Trappist getrakteerd. Terwijl ik daar zat van te genieten en de mensen rondom mij te observeren, kreeg ik een oproep van Marie-Claire. Ze was ongerust geworden omdat ze al zo lang geen beweging zag bij ons, en daarop had Nele (haar dochter) de mail gevonden die ik haar had gestuurd vorige donderdag.

Om kwart voor zeven zat ik te wachten in de wachtzaal van  de ‘Intensieve’, waar Elvira en Geert mij kwamen vervoegen.

En zodra we bij Roger binnen mochten, vroeg de verpleegster aan Geert of hij haar wilde helpen Roger zijn bed naar een kamer te rijden. Was dat het probleem? Durfde ze dat niet in haar eentje?

Ik had al een sms-je gestuurd naar Zeger, die deze avond wilde langskomen, dat hij het beter uitstelde (bezoek te kort op ‘Intensieve’), dus belde Elvira hem gauw op dat Roger nu toch  op een kamer lag. En even later kwam Zeger de kamer binnen, uitgeput, want hij was op de fiets gekomen en dat is een serieuze klim.

We bleven nog wat bij Roger die er nu heel goed uitziet. Daarna mocht ik bij Geert en Elvira gaan eten. Wortelpuree met heerlijk stoofvlees (dat laatste door Geert klaargemaakt). Na het eten brachten ons meisje  en Geert mij naar mijn ‘hotel’ waar ik nu in de gemeenschappelijke woonkamer dit zit te typen.

Ik heb wel nog even Roger opgebeld maar het ontvangst was heel slecht: ik begreep hem bijna niet.

Valpartij

27 december 2010, 10 uur

Mijn eerste nacht in het ‘familieverblijf’ zit erop. Mijn kamergenote valt goed mee: ze leest veel, praat enkel als het nodig is en heeft me dus niet wakker gehouden, tenzij door haar snurken. Maar ik had al gauw door dat ze afwisselend snurkte en wakker lag (te lezen) en dus kon ik er na enkele ‘cycli’ voor zorgen dat ik in slaap viel tijdens haar ‘wakkere periode’. Daarna heb ik aan één stuk kunnen doorslapen.

Om half negen, na een summier ontbijt (er was voldoende brood en kaas, maar ik ben gewend aan yoghurt, sojamelk en fruit) ben ik de stad ingetrokken. Naar de vroegere Denon-winkel (die ik nog kende van toen ik in Leuven woonde) die nu een AD-Delhaize is geworden. Ik wilde immers wat fruit kopen, een tomaat voor deze middag en shampoo (die ben ik in mijn haast vergeten). Weer was ik heel blij dat ik mijn wandelstokken bij me had: op sommige plekken is het echt nog heel glad.

In het terugkomen naar Sint-Pieter zag ik voor mij een dame die begon uit te glijden en even later languit op haar rug in de verharde sneeuw viel. Ik liep naar haar toe, probeerde haar recht te helpen, maar ze was te zwaar voor mij. Ik bood haar mijn wandelstokken aan, maar die hielpen eerst niet echt. Terwijl ik dat deed, schoof  ik zelf zo fel uit dat ik even dacht dat ik weldra naast haar zou liggen. Maar ik kon me herpakken en toen op dat moment een man aankwam, konden we samen de dame van de grond duwen terwijl ze zich afzette op mijn stokken. We liepen een eindje samen verder en ze begon af te geven op de stadsdiensten: dat ze toch konden zorgen dat de straten een beetje begaanbaar waren.

Het is nog wachten tot ongeveer 12 uur voor ik naar Gasthuisberg kan bellen. Ik zou immers graag op voorhand weten of Roger wel degelijk naar een kamer werd gebracht: als dat niet het geval zou zijn, hoef ik niet te sleuren met al zijn gerief dat ik bij me heb.

Maar ik hoop dat ik wel met die tas zal moeten sleuren!

Nu eerst een sigaret gaan opsteken. Wat snak ik naar een sigaret die ik zou kunnen roken bij een smakelijke Trappist, of zelfs een kopje thee (ik krijg die hier gratis en à volonté) in plaats van steeds het ene na het andere te moeten doen.

Familieverblijf op campus Sint-Pieter

26 december 2010

Ik zit weer in Leuven. Ben deze ochtend weer langs Hasselt gekomen: er bleek op zondag geen bus naar Sint-Truiden. Ik ben dus weer ongeveer 4 uur onderweg geweest. Marie-Claire heb ik niet gezien: ze deed niet open. Ik heb niet aangedrongen, want aangezien het gisteren kerstdag was, was het misschien laat geworden voor haar.
De hele rit naar Hasselt heb ik staan praten met de bus-bestuurster. Ze drong aan dat ik daar zou blijven staan, zelfs toen ik haar erop wees dat wat ik deed eigenlijk verboden was. Ze klaagde over de toestand van de wegen rond Hasselt, vertelde dat ze van Wellen was (en kende Jeannine Leduc) en nu in Tongeren woont. Maar met de Tongenaars liep ze niet hoog op en ik heb maar niet verteld dat mijn grootvader van Tongeren afkomstig was.

Roger was wakker, maar nog heel slaperig. En wegens plaatsgebrek lag hij nog steeds op de ‘Intensieve’, wat betekent dat ik slechts 2 maal een kwartier bij hem mocht. Voor mij werd het dus een lange dag ‘lummelen’.

Na mijn eerste bezoek ben ik even iets gaan eten, daarna ben ik naar Leuven getrokken. Ik heb een kamer gereserveerd in het Sint-Pietersziekenhuis. Daar bieden ze immers logies aan familie van UZ-patiënten (het UZ bestaat uit Gasthuisberg, Pellenberg en Sint-Pieter).
Ik kreeg een kamer voor 2. Mijn kamergenote woont in Dilsen, maar is een Nederlandse. Haar man ligt met brandwonden in Gasthuisberg. De kamer is heel ruim, er is een vrij gezellige gemeenschappelijke woonkamer met boeken en tijdschriften, een keuken waar we ontbijt krijgen en zelfs mogen koken.
Op dit ogenblik schrijf ik dit in de woonkamer waar ook de televisie aanstaat.

Het enige nadeel is dat het hier overal vreselijk warm is… En dat ik weer naar de uitgang moet als ik wil roken.

Nadat ik nog even in Leuven had rondgelopen (wat zijn de straten hier glad!) nam ik weer de bus naar Gasthuisberg. Iets later kwamen daar ook Elvira en Geert aan. Samen gingen we Roger bezoeken, die nu helemaal wakker bleek. We hebben zelfs gegrapt. Maar weer mocht het dus niet te lang duren.
Wij drieën zijn nog iets gaan drinken, en ik heb iets gegeten terwijl Elvira mijn oude Sim-kaart in mijn Smartphone deed.

Toen ik op de bus terug naar Leuven wachtte, geraakte ik in gesprek met een vrouw die niet ver woont van waar Marraine vroeger woonde, en met een jonge man (29 jaar) die ons vertelde over zijn overleden moeder en zijn verdriet, over zijn passie voor treinen, zijn neefje en zijn verzameling telefoongidsen. Hij leek een beetje achterlijk, maar was zo schattig!

En ondertussen heb ik met twee andere bewoners van het ‘familieverblijf’ kennis gemaakt. Een daarvan zit tv te kijken, een andere is ook op zijn laptop bezig.

Ik hoop zo dat Roger morgen inderdaad op een gewone kamer ligt!

zaterdag 25 december 2010

Van Leuven naar Veulen op een gure winterdag

Hoewel we pas rond 2 uur deze nacht bij Elvira en Geert thuis waren, ben ik deze ochtend al om 8 uur opgestaan. Ik belde meteen naar de dienst ‘Intensieve zorgen’ van het ziekenhuis, waar men mij vertelde dat Roger wakker was.

En na het ontbijt brachten ons meisje en Geert me weer naar Roger. Zij gingen naar een Kerstfeest bij zijn familie en ik zou na mijn bezoek aan Roger even terug naar Veulen gaan, om sommige zaken te regelen, de post op te halen, de schapen eten te geven enzovoort.

Elvira en Geert waren een beetje bang dat ik niet hier zou geraken (maar ja, ik ben er!), en gaven me dus een exemplaar van hun sleutel, en legden me uit waar ik eventueel uit de bus moest stappen als ik toch in de buurt van Leuven zou besluiten te blijven.  Heel erg bedankt voor die attentie, ‘kindjes’!

Ik mocht echter pas om 14 uur bij Roger: nog héél lang wachten! Ik vind één nacht, één maaltijd zonder hem al zo erg, laat staan enkele dagen én een Kerstfeest! Maar ik kon de tijd vullen: ik heb de handleiding van mijn nieuwe Smartphone, die ondertussen bij Elvira en Geert aan het opladen was, bestudeerd. Wat een mogelijkheden! Glimlach

Daarna (na uiteraard nog een sigaret en een babbeltje met rokende verpleegkundigen) heb ik iets gegeten in de kantine.  Had ik gisteren toch te veel gegeten, of lag het weer aan het in m’n eentje eten? Ik kreeg mijn kleine koude schotel met zalm en rauwkost zelfs niet op. Voor alle zekerheid heb ik dus nog maar een drietal sandwiches met kaas en sla gekocht voor onderweg.

En dan mocht ik eindelijk naar Roger. Die sliep. Ik was even in paniek, want ik heb veel gelezen over operaties enzovoort en ik wist dat als er iets loos is, men soms een patiënt weer in slaap wiegt met drugsspuiten. Maar toen de verpleegster mij zei: ‘Je mag hem wakker maken, hoor!’, was ik gerustgesteld. Het bleek dus te gaan om het typisch sluimeren na het ontwaken uit een narcose!

We praatten een beetje, dat wil zeggen, ik praatte veel en voor één keer vond Roger dat niet erg! Glimlach Integendeel, hij luisterde aandachtig, tot hij ineens weer insluimerde. Toch leek hij te volgen, want hij schoot weer wakker om me te zeggen dat hij iets dat ik deze avond thuis nog wilde doen geen goed idee vond; en toen ik hem vertelde dat we gisteren toch naar mijn broertje waren gegaan, leek hij eerst even geschrokken. Maar ik legde hem uit dat het echt te doen was op de weg (en dat was het: het moeilijkste stuk was weer de ‘berg’ opklimmen waarboven op Elvira en Geert wonen). En ik vertelde hem ook dat ik het geschenk dat hij van mijn zus had gekregen bij mijn broertje had gelaten (veel te groot om eerst naar het ziekenhuis te brengen, daarna naar Geert en Elvira, en daarna naar hier) en hij lachte fijntjes toen ik ook verklapte wat het was: voorziet hij eindelijk weer toffe avonden op ons terras?

Na een half uurtje moest ik afscheid nemen (normaal gezien mag je daar maar 15 minuten op bezoek), en de verpleegster zei me dat Roger morgen zeer waarschijnlijk op zijn eigen kamer zou liggen.

En dan begon mijn avontuur. Het is erg, maar het is enkel als ik alleen ‘reis’ dat ik de kans heb om nog eens het openbaar vervoer te gebruiken. Ik zeg ‘erg’, want ik hou van trein- en busreizen, en ik kan dat alleen doen als Roger niet bij mij is. Hij houdt daar niet van!

Ik wist dat het een veel langere reis zou worden dan met de auto, maar dat had ik er voor over (vandaar ook die sandwiches).

Ik ging eerst naar de halte van de autobussen. Ik was blij dat ik, zoals meestal, mijn wandelstokken bijhad: hier en daar lag de sneeuw ontzettend hoog, en op andere plekken was het echt glad. Aan de halte geraakte ik in een gesprek met een vader die samen met zijn twee kinderen zijn vrouw was komen bezoeken. Gisteren durfde hij niet te komen, zei hij: hij had het één keer meegemaakt dat hij uitschoof met een voertuig, en dan nog wel een vrachtwagen; met weken ziekenhuis als gevolg.

Maar nu reden onder andere de bussen weer en weldra stapte ik op zo’n bus. Op de Capucienenvoer (Roger en ik hebben daar ooit allebei gewoond in hetzelfde huis toen we nog ‘geen koppel’ waren: herinneringen!) stond er een auto midden op straat. Daar gestrand waarschijnlijk want Geert had inderdaad gelijk als hij gisteren aan Zeger vroeg om op de fiets naar hen te komen: ik heb zelden zo gladde en besneeuwde wegen gezien in Leuven! De bevallige bestuurster van de bus riep naar de passagiers: ‘Zijn er stoere mannen hier, die de auto kunnen opzij duwen? Anders geraak ik hier niet door!’

En ja, drie ‘stoere’ mannen hebben die auto half opgeheven, half opzij geduwd. Tot we verder konden rijden. Maar daardoor verloren we toch enkele minuten… En ik miste mijn trein van 15:05 uur.

Ik moest dus een uur wachten! ‘Naar het buffet dan maar,’ dacht ik, ‘want ik heb een beetje honger en dorst!’. Maar dat buffet bleek gesloten! Tja, toen herinnerde ik me dat het vandaag Kerstmis is!

Het station van Leuven is helemaal gerenoveerd en ik had het nog niet gezien in zijn huidige staat, dus liep ik wat rond. Maar wat was het koud! En glad, zelfs op sommige perrons!

Maar nogmaals, ik had mijn wandelstokken bij, én sinds kort besef ik dat ik die beter altijd bij moet hebben; niet enkel als ik wil ‘sporten’ (‘Nordic-walking’ en ‘dansen’  zijn de enige ‘sporten’ die ik met plezier beoefen), want ze helpen me ook te ploeteren door de sneeuw - zoals gisteren, tijdens een korte wandeling vanuit Elvira en Geert hun huis, nog voor we naar mijn broer vertrokken - door de modder, ze houden me recht op gladde oppervlakken, ze dienen als steun als ik te lang moet rechtstaan, enzovoort).

Uiteindelijk kwam de trein aan. Juist op tijd, want mijn handen waren zowat bevroren: ik had ondertussen sms-jes van de ‘kinderen’ moeten beantwoorden! Glimlach

Ik weet dat Roger en ik ooit op een dubbeldekker hebben gezeten, maar eigenaardig genoeg kan ik me niet herinneren wanneer. Maar vandaag zat ik daar dus weer op, én nog wel op de ‘etage’! Wat een pracht van een landschappen zagen we onder weg! Ik vond het rond Leuven – ondanks de miserie voor mensen die bijvoorbeeld naar het ziekenhuis moesten – al zo mooi. Maar meer naar het Oosten leek de sneeuw hier en daar nog dikker te liggen!

Ik ben een paar keer ingesluimerd (heb weinig geslapen de laatste dagen) maar ik heb ook weer mijn ‘hobby’ (volgens Elvira toch) beoefend: mensen geobserveerd en beluisterd. Ik doe dat inderdaad heel graag en heel intens, maar nooit met de bedoeling om daarna ‘geheimen’ of zo verder te vertellen. Het is gewoon een ‘oefening’: ik beeld me bij die mensen allerlei zaken, psychologische toestanden, verhaallijnen in die ik ooit in een roman zou kunnen gebruiken.

Ik had in Leuven de trein van 16:05 genomen en kwam in Hasselt aan om 17 uur. Onderweg, in Sint-Truiden, heb ik nog getwijfeld of ik niet zou uitstappen. Daar zijn de bussen normaal goed afgestemd op de aankomsturen van de treinen. Maar ik wist dat, als ik de bus van Sint-Truiden naar hier nam, ik nog een goede twintig minuten moest stappen. Oké, met mijn wandelstokken, maar ook met een loodzware rugzak. En tegen een snerpende wind in. Dus reed ik voort naar Hasselt, vanwaar de bus op een honderdtal meters van ons huis stopt.

Had ik dat maar niet gedaan! In Hasselt moest ik weer één uur wachten op de bus! Buffet gezocht (onderweg had ik al mijn sandwiches opgegeten), want ik had dorst!!! Buffet weer gesloten. Dan een beetje rondgewandeld op dat Stationsplein. Nergens meer een café open. Een donker plein(en spekglad), echt niet aantrekkelijk…  
Het lijkt wel of ik geen enkele affiniteit heb met Hasselt!

Onderweg met de trein kon ik ook in Borgworm afstappen. Ik heb er even aan gedacht, maar van daar tot hier lopen vraagt zeker 2 uur!

Maar om 18 uur kwam de bus die ik moest hebben dan toch aan. En om 19 uur stipt was ik thuis. En dorstig dat ik was! Dat vond ik nog erger dan de kou die ik heb geleden! Ik heb na elkaar verschillende glazen sojamelk gedronken (en misschien komt het daardoor dat ik daarna geen honger meer had?)

Op onze ‘stoep’ en ons binnenplein lag de sneeuw op sommige plekken tot 50 cm hoog! Ik wilde eerst de schapen voeden, maar heb dat toch maar naar morgen verdaagd: stel je voor dat ik uitschuif op al die gladheid, en verkeerd val? Hoe komt Roger dat dan te weten? En wie vindt mij dan trouwens?

Dus heb ik eerst maar alle andere taken uitgevoerd die ik me had voorgenomen.

Maar om 20 uur kon ik het niet meer houden: ik heb gebeld naar het ziekenhuis… Waar ze me Roger aan de lijn gaven!!!

O, zijn stem was nog héél zwak… Maar ‘hij was er even’!

En, terwijl ik dit schreef, werd ik zeker drie keer pijnlijk herinnerd aan zijn afwezigheid. Ik denk dat Roger de enige man is (die ik ooit ontmoet heb) die begrijpt wanneer, waarom en hoe ik schrijf. En normaal zit hij dan tegenover mij aan zijn PC. En kan ik, bijvoorbeeld als ik iets wil ‘posten’, zijn mening vragen. Wel, dat heb ik deze avond zeker drie keer gedaan, om me dan te herinneren dat Roger niet tegenover mij zit, en dat ik straks alleen in dat grote bed lig… En dat (vertelde mijn moeder aan telefoon) dat het morgen misschien niet zo gemakkelijk reizen zal zijn! Bedroefde emoticon

Maar ik moet morgen echt naar Leuven!