Het was een mooie nazomerse zondag met veel zon. En ik heb daarvan gebruik gemaakt om iets te "onderzoeken".
We zijn nog eens binnen gebleven maar ik heb Roger gevraagd tijdens onze brunch naar buiten, naar de zon die recht op de struiken scheen, te kijken. Dat heeft hij (hoewel hij neerzat) maar eventjes kunnen volhouden, want hij werd er draaierig van.
En ik dacht na: eergisteren werd hij duizelig toen hij rechtstond na uren onder een pergola te hebben gezeten en dus plotseling geconfronteerd werd met direct zonlicht. Thuis kreeg hij het nadat hij uit de auto was gestapt - en ik dacht weer aan te snel opgestaan, maar hijzelf zei dat het zonlicht, dat hem recht in de ogen scheen toen hij ons open poortgebouw betrad, hem draaierig maakte.
We probeerden ons de precieze omstandigheden te herinneren rond elke aanval van duizeligheid sinds hij die medicijnen slikt, en, hoewel het plotseling opstaan vanuit een liggende of zittende houding me praktisch elke keer de oorzaak leek, wees Roger me erop dat telkens ook "plotseling veel licht" zeker ook een rol speelde.
Misschien is de trigger dus inderdaad "plotselinge blootstelling aan licht" (en moet Roger vaker een zonnebril dragen)?

