donderdag 5 juli 2012

Onze Lieve Heer begrijpt geen Vlaams (34)

Is  Frans nu een mooie taal of niet?

Een beetje later werd mij in de school gevraagd of ik ook een paar avonden per week lessen "Franse conversatie" wilde geven. Ik deed dat heel graag. Mijn cursisten bleken allemaal vrij vlot Frans te kunnen spreken en de discussies waren dus meestal interessant en leerrijk. Wat mij wel opviel, was dat de meeste onder hen nog een grote bewondering koesterden voor de taal van Molière.

Dat gevoel werd niet gedeeld door onze kroost. Al deden ze het wel relatief goed in de Franse lessen op school (niet zo goed als in het Engels), ze vonden Frans lelijk klinken. De jongste zou weldra trouwens de typische Franse uitspraak “dans le masque” op zulke leuke (en ietwat overdreven) manier gaan nabootsen dat we gierden van het lachen als we hem bezig hoorden.

Mijn interim in hun school heeft jaren geduurd, maar uiteindelijk moest ik er toch een punt achter zetten.

Onze Lieve Heer begrijpt geen Vlaams (33)

Standaardtaal of dialect?

Uiteraard moest ik mijn leerlingen ook grammaticalessen geven. En dat was niet van de poes! Dat ze vooral last hadden met het gebruik van de “subjonctif” vond ik meer dan normaal. Moest ikzelf niet, tegen dat ik daarover moest onderrichten, mijn geheugen opfrissen? Ik gebruik die vorm immers spontaan en denk niet na waarom ik dat doe. Ik probeerde “mijn jongens” het gebruik ervan zo eenvoudig en logisch mogelijk uit te leggen, gaf ze heel veel voorbeelden die we in de les inoefenden. Na een poosje lukte het ze om in de meeste gevallen de juiste werkwoordvorm te gebruiken. Kwestie van logica en oefening dus. En dat lukte voor sommigen nog beter dan de DT-regels in het Nederlands te eerbiedigen. Hoe was dat mogelijk? Hadden ze die niet goed onderwezen gekregen? Of hadden ze last van het Antwerps dat ze misschien thuis nog hoorden spreken?

Een poosje later viel het mij op dat onze oudste steeds meer een Antwerps getinte taal begon te spreken. Ik vond dat zeer eigenaardig. Aan mijn uitspraak kon het niet liggen, dacht ik, want (ik leerde eigenlijk nog steeds Nederlands spreken door te luisteren naar anderen) mijn collegae spraken zuiver Nederlands. Al moet ik hierbij preciseren dat in de gesproken taal nog maar weinigen waren overgegaan op “jij en jou” in plaats van “gij en u”; en dat diegenen die het wel deden, overdreven Nederlandse keelklanken uitten en de “R” onuitgesproken lieten in sommige klankcombinaties.

Maar dan geraakte ik op een middag in gesprek met de onderwijzer van onze oudste. Toen viel mijn frank! Die vent sprak immers een zeer Antwerps gekleurd Nederlands. Ik kon het geen dialect noemen, maar zuiver was het ook niet. Het was echt te “Antwerps” naar mijn “goesting” (ik weet dat het in Standaard Nederlands moet zijn “naar mijn zin”, maar "goesting" is weer een woord dat ik liever niet verloren zou willen zien gaan). Waarschijnlijk sprak die onderwijzer dezelfde taal in de klas?

Een poosje later had ik een gesprek met de directeur lagere school - een andere dus dan de directeur humaniora die me de taaluitwisseling had laten organiseren - over dialecten. Ik weet echt niet meer naar welke aanleiding we het daarover hadden, maar ik wilde waarschuwen voor het herinvoeren van die te plaatselijke talen. Zijn enige reactie was dat het inderdaad een trend was. Eigenaardige trend, vond ik, voor mensen die klagen dat er te weinig respect wordt opgebracht voor hun taal. De directeur zei alleen dat ook in het Frans dezelfde tendens bestond. Ik heb het nu over de late jaren 80 van vorige eeuw, en inderdaad, al sinds lang kreeg je bijvoorbeeld op tv toneelstukken in een of ander Waals dialect te zien of hoorde je af en toe een liedje in het een of ander plaatselijke taal. Maar veel verder ging dat niet: met alle Walen die ik ontmoette – nu, dat waren er niet zoveel in die tijd - kon ik gewoon mijn klassiek Frans spreken. Nu nog trouwens: we gaan nog steeds op visite bij de collegevriend van mijn vader en zijn vrouw, ontmoeten daar hun Franstalige kinderen, schoonkinderen, kleinkinderen en buren.

Wat wel al een heel poosje aan de gang was: talen zoals Catalaans en Baskisch begonnen weer op te komen. Was het iets dergelijks dat de Vlamingen wilden? Al heel snel hadden we discussies over het onderwerp, de kinderen en ik. Ik beweerde (in tegenstelling tot enkele jaren voordien) dat Vlaams een variante was van het Nederlands, voor hen was Vlaams een aparte taal.

Moderne communicatiemiddelen en taalonderwijs

Onlangs praatten we eindelijk weer een uurtje met Elena en haar ouders, via Skype. Elena leek dat heel normaal te vinden, dat we tegen elkaar spraken via een scherm (en wat was ze groot geworden!). Ze gedroeg zich heel normaal, kwam ons allerlei speelgoed tonen, en vertelde honderduit (nu zegt ze al verschillend woordjes).

Ik heb zopas het 32ste deeltje van “Onze Lieve Heer begrijpt geen Vlaams” gepost (en, Zeger, want ik weet dat je erop wacht, de volgende delen zullen gauw volgen nu we weer thuis zijn en ik eindelijk wat tijd voor mij heb). Terwijl ik het herlas, bedacht ik dat de moderne communicatiemiddelen het taalonderwijs toch serieus moeten verrijken! Ik heb geen contact meer met mijn vroeger collegae, en weet dus niet of ze al die mogelijkheden benutten. Als ik nu nog Franse les zou geven, wat zou ik ervan gebruik maken! Een taaluitwisseling zoals ik toen had georganiseerd, zou nu zelfs voor een groot deel via Skype kunnen gebeuren!

Maar ik vrees dat de mogelijkheden niet echt worden gebruikt. Tijdens de laatste Matadi-reünie had ik een gesprek met een vriendin germaniste. Ze vond het maar niets dat haar leerlingen bepaalde zaken voor hun opstellen of spreekbeurten op het Internet konden gaan halen! Als alle leerkrachten er zo over denken!

Onze Lieve Heer begrijpt geen Vlaams (32)

Ik ga weer werken

Toen onze jongste naar de lagere school ging, was ik het huisvrouw spelen echt beu. Ik zocht dus werk in het onderwijs en kreeg een interim in het Sint-Lievenscollege, de school van onze jongens (ons meisje ging naar een andere school, daar vlakbij: toen waren de katholieke scholen nog niet gemengd).

Uiteraard gaf ik daar Franse les.
Het eerste wat mij opviel, was dat de leerlingen niet meer zo goed Frans spraken als mijn medeleerlingen destijds, en zelfs niet als de leerlingen van het Sint-Pieterscollege in Leuven (waar veel Franstaligen woonden) waar ik een korte interim waarnam tijdens mijn eerste licentie.

Daar heb ik vrij snel kunnen aan verhelpen door ook conversatielessen in te voeren en de hele les door uitsluitend Frans te spreken. De jongens waren dat niet gewend maar na enkele weken voerden ze al met alle gemak een conversatie in het Frans.

Na een paar jaar vroeg de directeur mij een taaluitwisseling te organiseren tussen onze school en een school uit Wallonië. Uiteraard sprak ik mijn goede vriend, Pater Inghels aan, de vroegere pastoor van Matadi (die ons het verschil had geleerd tussen "niet" en "geen"). Hij zorgde nu voor een parochie in Luik. Een van zijn beste vrienden was de directeur van het jongenscollege waarmee de uitwisseling tot stand kwam.

Ik had eerst met mijn eigen leerlingen geoefend. We speelden “rollenspelletjes”: mijn leerlingen zouden logeren bij hun Luikse homoniemen en we speelden de meest voorkomende situaties na. "Mijn jongens" hebben echt genoten van die lessen, en ik was heel fier toen ik later van Pater Inghels hoorde dat ze zich heel goed uit de slag hadden getrokken in Luik, dat ze elke les konden volgen (en uiteraard werd er in Luik nooit Nederlands gesproken).

De Waalse scholieren brachten het er veel minder goed van af. Ze logeerden op hun beurt bij mijn leerlingen en ik hoorde al snel van deze laatsten dat ze ook daar Frans spraken. In mijn lessen kon ik daar niet over oordelen: ik sprak immers constant Frans. Mijn collegae klaagden echter ook: zij moesten geregeld op Frans overstappen om zich te doen verstaan door de gastleerlingen.

Wat ik wel opmerkte, was dat die Waaltjes zelfs in Franse teksten meer fouten schreven dan mijn leerlingen! En ik vroeg me af of ze hun taal nu minder logisch leerden schrijven dan ik het vroeger had geleerd.

Op een avond organiseerde ik met de leraar Engels, ook regent Frans én stadsgids, een bezoek aan Antwerpen. Daar merkte ik het zelf: de uitleg moest in het Frans gebeuren of de Waaltjes begrepen er niets van. Die Luikse jongens waren zelfs niet in staat een gewone Nederlandse conversatie te volgen, laat staan te voeren!

Na afloop van de “uitwisseling” vroeg ik mijn leerlingen een evaluatie te maken van de voorbije weken.

Mijn leerlingen bleken het grote verschil tussen Vlamingen en Franstaligen meteen door te hebben: ‘Franstaligen zijn spontaner, uitbundiger, ze kussen elkaar sneller, praten gemakkelijker (zolang het in het Frans is), maar vaak om in feite niets te zeggen'.

De moeder van Roger maakte destijds een identieke opmerking over mijn Franstalige familie: ‘ze praten heel vlot, soms zelfs om niets te zeggen’.

dinsdag 3 juli 2012

Begijnhofkerk, lectuur, bessen en vertaling

Tijdens onze reis waren mijn vriendinnen Marie-Louise en Denise naar de tentoonstelling over “twee mystieke vrouwen, Christina en Lutgardis” geweest, in de Begijnhofkerk van Sint-Truiden. Dat was in het kader van de zevenjaarlijkse Sint-Trudo feesten. 

Hoewel de tentoonstelling nu afgelopen is, wilde ik nog wel eens naar het begijnhof en die kerk.

P7032421m

P7032419m

P7032420m Foto’s Roger

Vooral de (nochtans niet zo professionele) muurschilderingen (al secco) spreken mij daar aan.

P7032409m

P7032410m

P7032415m Foto’s Roger

Afijn, er is meer dan dat natuurlijk: ik vind het gewoon een heel mooie kerk, waar ik echt tot rust kom. Daar overvalt mij meestal ook dat zalige gevoel dat ik een mystiek gevoel durf te noemen.

P7032405m

P7032407m

P7032414m Foto’s Roger

De vrijwilliger van dienst, die de kerk openhield, zorgde daarbij vandaag voor prachtig orgelmuziek die dat gevoel nog versterkte. En gaf ons enige uitleg over de schilderingen. Hij bleek op het begijnhof te wonen en  de ouders van een van onze Leuvense vrienden (die nu in Ierland woont met zijn Ierse vrouw) goed gekend te hebben.

Hij liet mij lezen in een boek over die twee middeleeuwse mysticae. Ik vond het bijzonder interessant en had toevallig het nodige geld op zak (meestal ben ik blut), dus kocht ik het. Echt boeiend boek (ik heb er deze avond al twee uur zitten in lezen), dat me veel meer bijbrengt over bijvoorbeeld de geest van die tijd dan wat, vermoed ik, de tentoonstelling heeft getoond.

Daarna hebben we onze dagelijkse wandeling gemaakt in de tuinen van het Speelhof, daar vlakbij.

P7032417m Foto Roger

Thuis reed Roger nog een deel van het gras af, ik trok de meest in het oog springende netels uit (maar er zijn er nog veel!) en merkte dat er nog heel veel moet gebeuren in de tuin. De kruinen van moerbeiboom, notelaar, appelboom en sering vormen nu één groot gewelf. Heel aangenaam met deze temperatuur, maar al die schaduw verklaart waarschijnlijk ook het vele mos op de terrastegels. Ik merkte ook dat dit jaar de vogels nog enkele rode, zwarte en witte bessen hadden overgelaten aan de struiken. Andere jaren troffen we ze kaal gegeten aan na onze reis. Terwijl ik van die overgebleven vruchtjes stond te smullen, kwam er een telefoontje van Hendrik.

Daarna zorgde ik voor het eten. Deze avond, artisjokharten “a la Navarra”, dat wil zeggen met jamón serrano.

Na het avondmaal volgde mijn lectuuruurtje (dat er dus twee werd) met bittere chocola smeltend op mijn tong. Ondertussen hoorde ik berichten binnenkomen op mijn smartphone, maar daar trok ik me voorlopig niets van aan. Dat  pas gekochte boek was te boeiend. Even dacht ik eraan dat ik nog enkele mensen moest beantwoorden (sorry, vrienden, dat zal weer voor morgen zijn) maar zelfs dat kon me niet van mijn lectuur afbrengen.
Maar… Rond 22 uur bekeek ik toch even de mails. Bleek dat er een vertaalopdracht was binnengekomen! Uiteraard weer super dringend! Ik heb daar nog tot 23 uur aan gewerkt!

maandag 2 juli 2012

Dag zonder foto’s

De voorlaatste wasbeurt van deze week zit erop, ik heb eindelijk nog eens echt gekookt (deze avond rundsfricassee volgens een recept van mijn “marraine”; sinds we thuis zijn, aten we vooral soep en rauwkost met een stukje vlees of vis – en mosselen voor Roger gisteren), Roger heeft een groot deel van het gras afgereden, en we zijn naar het gemeentehuis gegaan voor onze nieuwe identiteitskaart.

We hadden na onze reis een bericht gevonden dat we voor 27 juni naar het gemeentehuis moesten met een recente foto en onze huidige identiteitskaart. Uiteraard waren we te laat, maar daar werd niet moeilijk  over gedaan. Eerst moest ik nog een nieuwe pasfoto laten maken (ik had wel even aan Roger gevraagd of een vroeger exemplaar dat ik nog had liggen niet zou voldoen, maar hij antwoordde eerlijk: ‘Nee,  die is duidelijk niet recent genoeg!’ Daarmee werd ik nog maar eens geconfronteerd met het zichtbaar ouder worden! Bedroefde emoticon)

10 euro hebben we betaald voor de foto’s (Roger zegt wel: ‘Je hebt er wel vier voor dat geld!’, maar wat moet ik aanvangen met de drie resterende kiekjes? De volgende keer dat ik mijn “pas” moet  vervangen, zijn die foto’s immers weer gedateerd!) en 28 euro betaalden we voor onze nieuwe identiteitskaarten die we binnen ongeveer twee weken mogen afhalen. Afpersing noem ik dat! Glimlach

Daarna gingen we even wandelen – de temperatuur was weer heel zacht - in de buurt van het Manshovenbos (ik lees hier dat het gelegen is op de Sint-Servaasberg, dat wist ik niet). We hadden van Marie-Claire gehoord dat de grote hoeve in het dal – waar we langskwamen – ook serieus had geleden onder de wolkbreuk van juni, en inderdaad, weer ontmoetten we sporen van de modderstroom in de buurt van de immense boerderij. Jammer genoeg hebben we deze keer geen foto’s gemaakt.

Op het binnenplein van een andere, kleinere hoeve – en daar stond de poort wel wijd open – zagen we een eekhoorntje wegvluchten vanuit een stal, met een dikke noot tussen zijn voorpoten. Eekhoorns zien we hier zelden (en in onze tuin zelfs nog nooit). Weer waren we niet snel genoeg om een foto te maken.

Het werd dus een dag zonder foto’s. Behalve die pasfoto natuurlijk.

zondag 1 juli 2012

Wandeling in Mettekoven

Hoewel we nog veel werk hadden vandaag, vonden we toch weer tijd voor onze dagelijkse wandeling. Het ging naar Mettekoven waar nog sporen overbleven van de modderstroom die het dorpje overspoelde in juni en (onder andere) Boudewijn zijn huis onder water (en modder) zette.

Mettekoven: Resultaat van het zware onweer van juni: weggespoelde aarde

Mettekoven: Resultaat van het zware onweer van juni: weggespoelde aarde Foto’s Roger

Ook de ezelweide bleek onder water gestaan te hebben.

P7012396

P7012397 Foto’s Roger

Marie-Claire en Boudewijn vertelden ons inderdaad dat de gevolgen van het zware onweer spectaculair waren geweest in Mettekoven!

Toch werd het vandaag een heel aangename wandeling: de braamstruiken stonden in bloei (ik had die bloemetjes nog nooit gezien: een soort paarsachtige roosjes. Jammer dat we er geen foto van gemaakt hebben ), overal langs het wandelpad bloeiden klaprozen en kamille, en de temperatuur was zalig zacht.

IMG_1538 Eigen foto

P7012400 Foto Roger

Stil dat het was! Alleen enkele kievits hoorden we tekeer gaan in weiden en akkers. Waarschijnlijk hadden we ze opgeschrikt: ik geloof dat die vogels weinig wandelaars zien: het pad was immers helemaal overwoekerd!

We liepen ook langs kersenplantages: de vruchten bleken rijp. In het naar huis rijden konden we er zelfs plukken van de kerselaars die de gemeente langs de dorpswegen heeft laten aanplanten; dat werd een onverwachts, maar welgekomen en heerlijk vieruurtje!