maandag 9 juli 2012

Lekker recept gevonden!

Roger wees me zopas op een recept dat hij gevonden heeft. Ziet er inderdaad lekker uit, maar ik vrees dat je ‘s anderendaags inderdaad liefst met zo weinig mogelijk mensen spreekt.
En ik moet het zeker niet uitproberen als Zeger hier is, vrees ik!

Hier is het lookrecept.

zondag 8 juli 2012

Feestelijk weekend (2)

Uiteraard was ik heel blij dat ik onze kinderen eindelijk terugzag!

Nadat zij  (Hendrik kent Denise al sinds heel lang) en wij nog even met Denise hadden gepraat, vertrokken we naar mijn moeder. En… Nany had voor een verrassing gezorgd: haar vriendin, degene die wij “tante José” noemen, was er ook.

Mama (Nany voor de “kindjes”) ontving ons zoals altijd heel gul. Wijn of bier (of frisdrank) à volonté, en een eenvoudig maar heel lekker etentje. Courgettesoep (met een persoonlijke, heerlijke toets van haar), slaatjes, hesp, paté, gehaktbroodje, salami, kaas en brood. Tante José vertelde nog eens voor de “kindjes” over het ontroerend afscheid waarvoor haar kinderen hadden gezorgd toen zij wisten dat hun vader nog maar enkele weken te leven had (en die vader, “nonkel Ludo”, wist het natuurlijk ook). De tranen stonden haar in de ogen terwijl ze zich die ogenblikken herinnerde.

Anneke en Hendrik vertelden wat ze zoal hadden meegemaakt de laatste weken.

Nany gaf me dan weer de tekst van de voorgelezen gebeden tijdens de uitvaart van mijn achternichtje (Natacha was wel 22 jaar, dat had ik dus verkeerd toen ik schreef dat ze net geen 20 was).

Hoewel ik het deze avond oergezellig vond bij mijn moeder moesten we toch rond 21:30 uur afscheid nemen: Anneke moet morgen immers om 7 uur beginnen werken. Dus brachten we de “kindjes” nog even naar Antwerpen en reden daarna terug naar Limburg.

Feestelijk weekend (1)

Gisteren waren we uitgenodigd bij mijn schoolvriendin Denise. Ze heeft het nog veel drukker dan wij maar toch vinden we elk jaar de tijd om nog even een weekendje samen door te brengen, hetzij bij haar, hetzij bij ons.

Nadat we bij een pilsje even uitrustten van de rit hebben we bijgepraat en herinneringen opgehaald tijdens een lange wandeling  in het nieuw mooi aangelegde park vlakbij haar woning op de linkeroever van Antwerpen.  We hadden het weer voor ons: aangename temperatuur, mooie lichtbewolkte lucht en pas een flinke regenbui toen wij eindelijk op een overdekt terras aan de Schelde van  een “Bolleke” genoten.

De regen duurde niet lang en we konden droog terug naar haar flat wandelen. Waar ze ons en haar vriend die ons ondertussen had vervoegd trakteerde op heerlijke wijn en een verrukkelijke tapa-maaltijd. Er werd tot vrij laat nog druk gepraat en gediscussieerd (onder andere over politiek, want haar vriend en wij zijn niet altijd dezelfde mening toegedaan; maar zulke discussies hoeven tussen beschaafde mensen niet uit te monden op ruzie, integendeel!Glimlach).

En… Denise en ik stelden ineens vast dat we elkaar dit jaar precies 50 jaar kennen!

Deze ochtend, na een uitgebreid ontbijt, bekeken we op haar laptop foto’s van haar vele (en vaak verre) reizen. Denise reist veel georganiseerder dan wij: op dat gebied (en nog andere) verschillen we dus wel echt (en ik zou durven zeggen: leve het verschil!). Roger had ook wel enkele foto’s bij (op zijn tablet) van onze laatste reis, maar daar schoot natuurlijk geen tijd voor over, zeker als we nog even een wandeling wilden maken voor er water zou vallen uit de dreigende lucht.

Deze keer liepen we lang door wat zij noemde het “Sint-Annabos” op de linkeroever. Wonen waar zij woont heeft wel voordelen. Met de tram ben je op een boogscheut van de stad, te voet op ongeveer een half uurtje; maar je hebt vlakbij ook heel veel groen. Alleen die woonblokken (en die vind je veel op die linkeroever – Denise woont trouwens in zo’n mastodont) vind ik echt lelijk.

Weer bleven we droog: we kregen enkele regendruppels vlak voor we Denise haar flat weer binnengingen. Daarna begon het wel heel even te stortregenen.

Daarna wachtten we nog bij een koffie op de komst van Hendrik en Anneke die ons deze avond zouden vergezellen naar mijn moeder (Nany). Denise gaf ons heel veel politieromans mee: ze was haar vrij kleine flat aan het “oprommelen” (Vlaams voor opruimen). Als wij ze niet wilden meenemen, zou ze die boeken moeten wegsmijten. Wat doe je dan als boekenwurm, ook als je bijna geen plaats meer hebt? 

Anneke en Hendrik kwamen aan rond 16:10 uur. En zij benadrukten ook hoe snel je wel van het centrum op die linkeroever geraakte!

vrijdag 6 juli 2012

Doodscultuur

Il veut être euthanasié

 

3095491123_2_5_FZ8VlpiZ.jpg

Hier heb ik de cartoon gevonden. Lach me uit zoveel als jullie willen, ik ben zeker dat het die weg opgaat!

Onze Lieve Heer begrijpt geen Vlaams (36)

Waarom onze taal niet verrijken met plaatselijke woorden?

Een vertaalbureau uit Nederland vroeg mij eens een Nederlandse tekst te vertalen in het Vlaams. Ik legde uit dat onze standaardtaal dezelfde was als Nederlands, en toen wees de klant mij op sommige verschillen. Hij had gelijk. Wij zeggen bijvoorbeeld ‘goede nacht’ of ‘slaap wel’ terwijl dat in het Noorden 'welterusten' is. En wij vinden iets "tof" (van de Joden geleend?) maar zij vinden dat "leuk". Ook “verwittigen” wij iemand dat we niet zullen aanwezig zijn op een reünie, terwijl zij daarvoor “waarschuwen”.

Soms betreft het volgens mij terechte nuances. Natuurlijk voel ik weinig betekenisverschil tussen “Welterusten" en "goede nacht". Maar ik voel wel echt een verschil tussen “verwittigen” en "waarschuwen”. Voor mij is "verwittigen" iemand informatie geven, terwijl "waarschuwen" meer slaat op iemand op iets (naar mijn gevoel vaak iets kwaads, maar dat komt natuurlijk doordat ik een essentieel verschil voel tussen de twee woorden) opmerkzaam maken. Waarom dan "verwittigen" als niet correct bestempelen? Het werkwoord bevat immers een andere nuance dan "waarschuwen". Wij Vlamingen drinken een "tas" koffie, Nederlanders een "kopje" thee: dat verschil zou volgens mij mogen afgeschaft worden. "Tas" voegt niet nieuws toe, en betekent trouwens al wat anders. Maar ik vind dan weer dat ze in het Noorden onze "kozijn" zouden mogen overnemen. Zij kennen alleen het woord "neef". Als je zegt dat je deze middag een afspraak hebt met jouw neef, wie bedoel je dan? De zoon van jouw oom of de zoon van jouw zus? Het woord “kozijn” aanvaarden in Standaard Nederlands zou de zaken duidelijker maken… Maar ja, dan zit je nog met hetzelfde probleem voor de nichten… Iets uit het Engels overnemen misschien? Daar maken ze ook het verschil tussen “niece of nephew” en “cousin”.

Ik gebruik nog vaak het woord “vermits”. En Word onderstreepte tot voor kort die “vermits” in het groen: ‘niet echt verkeerd, maar het kan beter’. Jawadde! (weer een typische Vlaamse uitroep – en die werd ook onderstreept). Ik voel echt een verschil tussen “omdat” ("parce que" in het Frans) en “vermits” (“puisque” in het Frans). Mogen die nuances dan niet meer weergegeven worden?

Zo las ik onlangs (ik weet niet meer of het Word was die het woord wilde vervangen) dat “lankmoedig” beter vervangen werd door “geduldig”. Ja, maar, al zit het begrip “geduldig” vervat in het woord “lankmoedig”, het woord betekent toch wel wat meer, of niet?

Ik weet dat ik in herhaling val, maar ik zou zo graag willen dat de Standaardtaal ook alle nuances overnam die soms nog wel in dialecten of plaatselijke varianten maar niet meer in de standaardtaal voorkomen, net zoals het Frans doet als die de taal verrijken. En tegelijk droom ik ervan dat dialectsprekers leren een taal te hanteren die voor de hele Nederlandstalige taalgemeenschap (en voor buitenlanders die Nederlands leren) begrijpelijk is!

Boudewijn Knevels, een kinderbedje en vakantiegevoel

Al een poosje zat ik te denken dat we misschien een kinderbedje moesten kopen, zodat Elena ook onverwachts hier kon blijven logeren. Nu moeten haar ouders altijd het reisbedje meebrengen. Maar ja, er kwam altijd zoveel tussen, een kinderbed kost niet niets, en daarbij, ik vroeg me ook af of we ons vroeger kinderledikant niet meer liggen hadden op zolder – ik geraak maar niet op die rommelzolder, en toch zou ik er ook naar het vroeger speelgoed van de kinderen willen gaan zoeken.

Boudewijn Knevels had ons onlangs verteld dat zijn kleinkinderen hun kinderbed ontgroeid waren, en of we dat niet wilden hebben.

Vandaag belde hij ons op: of hij het mocht brengen. Natuurlijk! Het staat al opgesteld, met matrasje en al, op de kamer van Elena en haar ouders. Daarna vroeg hij ons mee bij hem thuis (Roger zou daar een paar afgedankte kasten afhalen – ik weet wel niet waar we die zullen kwijt geraken: alles staat hier al zo vol). En onder een prachtig bewolkte lucht dronken we samen een fles rosé op zijn mooie terras dat uitgeeft op zijn al even mooie (maar alles behalve strakke) tuin en op de heuvel tussen zijn dorp en het onze. Het was daar heel aangenaam zitten, niet te warm, aangename conversaties, en die mooie lucht! Die ineens wel heel donker en dreigend werd.
Maar de regen is pas deze avond gekomen, heel hevig maar kort, net terwijl we nog eens via Skype met Elena en haar ouders aan het praten waren.

Ondertussen was er een prijsaanvraag binnengekomen. Als de vertaling (meer dan 240 bladzijden) doorgaat, zal mijn vakantiegevoel wel eventjes voorbij zijn!

donderdag 5 juli 2012

Onze Lieve Heer begrijpt geen Vlaams (35)

Berlitzschool en vertalingen

Ik vond een job bij Berlitz. Daar zocht men “native speakers” om taallessen te geven. Ik werd er zonder problemen aangenomen als leerkracht Frans… maar tot mijn grote verbazing ook als leerkracht Nederlands! Eindelijk voelde ik me tweetalig!

Eerst kreeg de nieuwe leerkrachtenlichting een opleiding waarin hen de specifieke Berlitzmethode werd aangeleerd en waar werd aangedrongen op het gebruik van een zuivere taal. Een licht accent was wel toegelaten omdat de cursisten, die elk uur een andere leerkracht krijgen, zo in contact komen met verschillende uitspraken.

Ik kreeg Vlamingen uit verschillende provincies die Frans wilden leren, ik kreeg buitenlandse zakenmensen die Nederlands en Frans moesten spreken voor hun werk… En ik kreeg ook enkele Franstaligen die Nederlands wilden kennen. De Berlitzmethode maakt weinig gebruik van spraakkunst, maar af en toe kwam er toch een regeltje aan te pas. En weer merkte ik dat Nederlands bijna voor elke apart geval een spraakkunstregel vraagt. Is het daarom dat we  vroeger op school nooit een systematische spraakkunst hebben geleerd?

Vermits ik weinig voorbereidend werk had voor mijn taallessen, besloot ik thuis vertalingen te maken en schreef verschillende vertaalbureaus aan. Weer werd ik aangenomen voor Frans en Nederlands. Maar ik voelde zelf wel dat Franse teksten mij veel beter afgingen dan Nederlandse.

Eens werd ik opgebeld door een particulier voor een prijsofferte. Toen ik mijn (zeer schappelijke) prijs had opgegeven, kreeg ik te horen: ‘Zoveel om gewoon een tekst in een andere taal over te typen?’. Voor één keer was ik heel assertief en heb ik geantwoord: ‘Tik het dan zelf over in het Frans hé, mijnheer!’.

Heel lang heb ik het niet uitgehouden bij Berlitz. Toen ze me steeds vaker 's avonds opeisten, ik daardoor het bedritueel van onze kinderen steeds minder kon bijwonen en de jongste me duidelijk maakte dat dit hem heel ongelukkig maakte, heb ik mijn ontslag ingediend. Ik zou het voortaan houden bij vertalingen.