zaterdag 14 april 2012

Voorbereiding van de bloesemwandeling van de KVLS

Deze ochtend bereidden Roger, Boudewijn Knevels en ik de jaarlijkse bloesemwandeling van de KVLS voor. Dat betekent dat we het hele traject afstapten en hier en daar een gedicht ophingen van onze leden, liefst op een plek die bij het schrijfsel paste. Het was nog koud, en de dauw hing nog, letterlijk. Roger heeft daar enkele mooie kiekjes van gemaakt.

IMG_1462

IMG_1464

IMG_1465

IMG_1467

IMG_1469 Foto’s Roger

Na een klein uurtje stappen begon de zon erdoor te komen, en nadat nog  ongeveer een uur later alle gedichten hun plek hadden gevonden, gingen we terug naar huis met veel hoop op een prachtige wandeling deze middag.

vrijdag 13 april 2012

En nogmaals overwegingen bij mijn lectuur

Ik heb dus een heel zware dag achter de rug: vertalingen en zoveel mogelijk klaarmaken voor de drukke dag van morgen (maar daarover meer morgen avond of zondag). En bij wijze van ontspanning ben ik deze avond een beetje online aan het lezen.

Ik kwam onder andere terecht op de website van Martin Wings, een Nederlands KVLS-lid. En ontdekte daar een rubriek “Gedachten” die ik nog niet had opgemerkt! Heel boeiend, want zo leer je Martin toch een beetje beter kennen, en ook zijn mening over Nederlandse toestanden. Alleen jammer dat niet elke gedachte een aparte “post” vormt, zodat ik hier een link zou kunnen plaatsen naar zijn “gedacht” over medische verzorging in Nederland en bij ons in “België”. Want inderdaad, hoewel ikzelf zelden of nooit naar een dokter ga (mijn vroegere gediplomeerde geneesheer homeopaat heeft me het middel aangereikt om mezelf in de meeste gevallen zelf te verzorgen) zou ik alleen omwille van de zorgverstrekking in Nederland niet graag daar wonen! Ik vermoed bijvoorbeeld dat Roger daar niet zo snel zou geholpen geweest zijn als hier eind 2010! En ik ben er trouwens bijna zeker van dat onze vriend Dirk Lambrechts te vroeg gestorven is omdat hij aan het einde van zijn leven in Amsterdam woonde. En dus te laat werd onder handen genomen!

Lectuur

Na een hele dag werken, las ik, op aanraden van Roger, even dit stuk over de “Fatale misleiding”. Er volgt een heel interessante discussie op! Veel leesgenot!

donderdag 12 april 2012

Onze Lieve Heer begrijpt geen Vlaams (25)

Tot hiertoe kopieerde ik constant wat ik al geschreven had. Deze keer gaat het echter over iets dat mij deze avond te binnen viel:

Bij tante Bé en "oncle" Paul

Het werd een heel drukke laatste humanioravakantie! Na mijn reis naar Parijs mocht (of moest? Ik heb het toen aangevoeld als "mogen") ik immers naar tante Bé (die ik ondertussen, door toedoen van mijn neefjes en nichtjes - in de betekenis van "kozijntjes" - tante "Bibi" was gaan noemen).
Zij, haar man "oncle Paul" en hun vijf kinderen woonden in Dilbeek, bij Brussel, maar dus wel in een Vlaamse gemeente, in wat mijn tante Bé of Bibi een "bunker" noemde: in feite een blokkenhuis zoals je er nu zoveel ziet. Ze hadden een gouvernante voor de kinderen, en die moest ik onder andere (in het Frans, want ze was daar vooral om Frans te leren) bezighouden tijdens haar vrije avonden, en vervangen in het weekend.

Mijn tante Bibi was niet zolang daarvoor geopereerd en bestraald: borstkanker! Maar toen leek ze aan de beterhand.

In dat blokkenhuis "avant la lettre" in Dilbeek werd uitsluitend Frans gesproken. En ik besefte in het begin niet dat we in een Vlaamse gemeente zaten. Geregeld mocht ik echter met de vijf kinderen naar een speeltuin, en dan viel het me op: de ober die ons een ijsje bracht nadat de kinderen hun hartje hadden opgehaald, sprak Nederlands. En ook als ik boodschappen moest doen, werd ik in het Nederlands aangesproken!

Ondanks de aangewende therapie (of omwille van? Maar dat is een ander verhaal) stierf mijn tante Bé/Bibi het volgende jaar.

Haar echtgenoot, mijn "oncle Paul", vond een jaartje later een vrouw die met hem wilde trouwen en voor zijn kroost zorgen. Ze verhuisden later naar Louvain-la-Neuve en samen kregen ze nog een zoon. Die spreekt bijna perfect Nederlands (hij is tolk Frans-Nederlands).

Nu ontmoet ik mijn "oncle Paul" en zijn tweede vrouw nog jaarlijks. En onlangs vertelde hij mij dat zijn laatste zoon (van zijn tweede vrouw dus) getrouwd is met een Braziliaanse. En dat hij heeft gezorgd dat die schoondochter Franse lessen nam: 'Ze moet immers de taal van de streek leren!'.

Ja maar, vroeg ik me af (maar ik zei het niet omdat ik discussies wilde vermijden. Is dat misschien typisch Vlaams?), waarom heb jij dan nooit de taal van Dilbeek geleerd?!

woensdag 11 april 2012

Onze Lieve Heer begrijpt geen Vlaams (24)

Denken aan universitaire studies en over de verschillende uitspraken van de klanken "R" en "CH"

Een paar maanden na mijn ontmoeting met die Limburgse jongen schreef ik me in aan de KUL (Katholieke Universiteit Leuven). Wat ik daarna heb moeten horen! Papa verweet me letterlijk: ‘Ik dacht dat we hadden afgesproken dat jij je ging inschrijven aan de UCL (Université catholique de Louvain)?’

Nee, er was niets afgesproken, maar papa leed aan de ziekte van veel Franstalige Belgen: hij ging er altijd van uit dat zijn wil op taalgebied wet was. Maar zelfs nu denk ik nog dat ik gelijk heb gehad, want als ik Romaanse filologie aan de UCL had gestudeerd, had ik nooit in een Vlaamse school Franse les mogen geven. Kwam daarbij dat Vlaamse romanisten alle Franse lessen (literatuur, spraakkunst, linguïstiek, fonetiek, enzovoort) samen met hun francofone homoniemen kregen van Franstalige professoren. De algemene vakken (Europese literatuur, filosofie, psychologie, geschiedenis, geschiedkundige kritiek, Latijn, enzovoort) werden in het Nederlands gegeven. Dit was toch, redeneerde ik terecht, een unieke kans om mijn kennis van de twee landstalen te verdiepen? Om de een of andere reden zag papa het niet zo. Waarschijnlijk hoopte hij van mij zo snel mogelijk weer een francofone te maken?

Maar nog voor ik naar de universiteit ging, bracht ik met mijn vriendin Denise een paar weken in Spanje en Portugal door. Een door een reisbureau georganiseerde busreis naar Fátima, waarbij we ettelijke steden aandeden. We hadden allebei een beetje Spaans geleerd met de Assimil-methode. En het lukte ons aardig om een eenvoudige conversatie te voeren met de buschauffeur, om iets te bestellen op restaurant of op café. En voor mijn latere lessen Spaans aan de KUL bleek het ook een serieuze basis.

Ik heb Spaans altijd een mooie taal gevonden, al heb ik - net zoals in het begin voor Vlaams - zijn rollende “R” nooit goed kunnen uitspreken. In het Nederlands is dat minder een probleem dan in het Spaans waar de “R” en de “RR” morfemen zijn. Het maakt immers een enorm verschil uit of je “pero” – minder rollende “R”, of “perro” – dubbel rollende “R” - zegt: je zegt immers niet ‘ik laat de “pero” (“maar”) uit, als je bedoelt dat je de “hond” ("perro") uitlaat!

Ik had al opgemerkt dat het Nederlandse meisje uit ’s Gravenwezel een meer “Franse” of gutturale “R” had dan Vlamingen. En in de loop der jaren is het me zelfs opgevallen (want later luisterde en keek ik soms wel naar de Nederlandse radio of televisie) dat Nederlanders de “R” met de tijd nog minder goed, en soms zelfs helemaal niet meer, konden uitspreken.

Ik heb dus lang een Franse “R” gehad, maar na een poosje sprak ik die klank iets minder op zijn Frans uit.

Het eigenaardige is dat veel later mijn dochtertje lessen logopedie kreeg voorgeschreven omdat haar onderwijzeres vond dat haar te gutturale “R” (overgenomen van mij zeker?) niet door de beugel kon. Terwijl Nederlanders dus de omgekeerde evolutie meemaakten! Zou die onderwijzeres niet op de hoogte zijn geweest van die veranderingen? Al lijkt het ongelooflijk, het is mogelijk. Zelfs toen (ik spreek van midden jaren 80 van vorige eeuw) hadden Vlamingen nog maar weinig contact met Nederlanders!

Na onze reis naar Spanje en Portugal mocht ik voor een weekje op visite bij mijn penvriendin Marie-Josée in de buurt van Parijs. Ze vertelde me over haar Spaanse vriend Juan (spreek uit “Choe-an”). Maar ze sprak die naam uit als “Ruan”, met een zeer geprononceerde gutturale “R”. Hoezeer ik haar ook probeerde het verschil tussen die "jota" (dus de klank "CH") en haar Franse,bijna, maar net niet de Parijse “R” te laten aanvoelen, ze hoorde het verschil echt niet.

Het viel me wel op dat het Frans dat Marie-Josée en haar ouders spraken niet verschilde van het Frans dat wij thuis spraken. Met uitzondering van hun “quatre-vingt-dix” en “soixante-dix” in plaats van onze Belgische “nonante” en “septante” natuurlijk!

Pauvre Flandre

Ik val nu pas op dit interessant  stukje dat in maart verscheen in “Le Point”.

dinsdag 10 april 2012

Gevonden op You Tube!

Terwijl ik (zie vorige post) op You Tube rondwaarde, kwam ik dit tegen, van een lid van de KVLS:

Ik heb zelden een dichter zijn poëzie zo mooi horen voorlezen!