donderdag 19 april 2012

Klooster van Colen

Vandaag heeft het eindelijk even niet geregend. En we gingen een uurtje wandelen in en rond Kerniel. Eigenlijk van het klooster van Colen (waar we eerst even in de tuin en op de binnenplaats rondliepen) naar de steenweg naar Borgloon, dan weer het dorp in en via de vallei terug naar het klooster. In “Colen” maakte Roger enkele foto’s:

Kerniel, abdij Mariënlof ('klooster van Colen'): de ingangspoort. Rechts de voormalige lagere school voor meisjes. Links tegen de kapel aan de voormalige kleuterschool

Kerniel, abdij Mariënlof ('klooster van Colen'): binnenkoer gezien in de richting van de toegangspoort

Kerniel, abdij Mariënlof ('klooster van Colen'): de binnenkoer gezien van bij de toegangspoort. Links achteraan het gastenverblijf

Kerniel, abdij Mariënlof ('klooster van Colen'): de hoofdingang naar het klooster bevindt zich links

Kerniel: een 'kunstwerk'

Kerniel: een 'kunstwerk' Foto’s Roger

Onze Lieve Heer begrijpt geen Vlaams (27)

Papa wil weten of Chris Frans spreekt

Toen de verkiezingen naderden, sloegen Chris, zijn vrienden en, eigenaardig genoeg, enkele Romanisten mij rond de oren met de “Volksunie”, terwijl mijn vader constant herhaalde: “Wie voor die partij stemt, is waanzinnig! De Volksunie wil echt dat wij, Franstaligen, ophoepelen! Trouwens, de bisschop van Gent zegt het ook: stemmen voor de Volksunie is een zonde! Dat is stemmen voor nationalisme en van nationalisme naar nazisme is maar een kleine stap!”

Die bisschop stond toevallig voor een francofoon bastion in Gent, heb ik later vernomen.

Mijn ogen en oren gingen stilaan open en ik herinnerde me weer de uitleg van mijn vroegere leraar. Toch was ik blij dat ik zelf nog niet mocht gaan stemmen: wie had er dan wel gelijk?

Ik bleef Chris ontmoeten. En sprak uiteindelijk wel over hem met mijn ouders: het einde van het academiejaar naderde en ik wilde hem immers ook tijdens de drie maanden durende vakantie af en toe zien. Ik was dan wel 18 geworden, maar in die tijd betekende dat niet dat je "volwassen" was.

Het leek beloftevol!

Papa wilde hem wel ontmoeten. Ik had mijn vader niet verteld dat Chris die Limburger was die hij op mijn feestje het minst sympathiek had gevonden en hij heeft hem ook niet al dusdanig herkend. Zijn antipathie berustte blijkbaar inderdaad op het niet zo spontaan Frans spreken van die jongen! Trouwens, veel later werd ik eens door een Franstalige vriend naar huis gebracht. Hij bleef even een borrel drinken. Vlak na zijn vertrek, ik stond nog in de inkomhal, hoorde ik papa in de keuken tegen mama zeggen dat hij dat nu eens echt een sympathieke jongen had gevonden. 'Maar,' voegde hij daaraan toe, 'misschien heeft dat ook wel iets te maken met het feit dat hij francofoon is!' Ik ben zeker dat papa die uitspraak niet voor mijn oren had bedoeld, maar toen begreep ik ineens heel veel.

Maar we waren dus bij Chris gebleven, die papa wel eens wilde ontmoeten. Papa sprak met mij af, midden in de “bloktijd” (dus de weken die studenten krijgen om, vlak voor de examens, hun leerstof te verwerken). In een café dat meestal bezocht werd door francofone studenten. Chris kwam eraan, helemaal niet opgekleed, want hij was bezig geweest met studeren op zijn “kot”(zo noemen wij, Vlamingen, een studentenkamer. Zouden jullie dat niet toevoegen aan jullie woordenschat, lieve Nederlanders?). Papa bood hem een glas aan en begon een conversatie. In het Frans!!!

Ik merkte dat Chris niet wist wat hij hem overkwam! Hij heeft toch zijn best gedaan in die taal, echt! Hij sprak ze (met een vrij beperkte woordenschat weliswaar) zuiverder uit dan mijn papa Nederlands!

Maar ineens wierp Chris mij een blik die ik interpreteerde als: ‘Waarom doe je me dat aan?’. En dan vertrok hij, ons achterlatend midden in papa's betoog, weliswaar na een handdruk en na de beleefde uitleg (in het Frans) dat hij “moest voortstuderen”.

Papa vond dat natuurlijk het toppunt van onbeleefdheid! En herhaalde vaak dat hij mijn “pretendent” maar “pouilleux” (smerig, verwaarloosd, luizig, sjofel) had gevonden.

Onze Lieve Heer begrijpt geen Vlaams (26)

Ik word 18 jaar

Daar zat ik dus eindelijk aan die lang begeerde universiteit. Waar ik bijna meer lessen heb moeten missen dan ik er kon volgen, dat eerste jaar! De rellen in verband met “Leuven Vlaams” bereikten bijna hun hoogtepunt. Er werd om de haverklap gestaakt (door Vlaamse studenten en hoogleraars). Franstalige lessen gingen wel door, maar wij, de Vlaamse Romanisten, werden geregeld door “staakpiketten” verhinderd eraan deel te nemen. Het gebeurde zelfs dat Vlaamse studenten de Franstalige lessen kwamen storen en ons trakteerden op het witte poeder van een brandblusser.

Wat haatte ik toen die Vlamingen die mij dat aandeden. Even heb ik getwijfeld of ik het voorbeeld van andere Vlaamse romanisten zou volgen: overstappen naar de UCL. De manifestaties, betogingen, gevechten (met naar mijn weten zeker één dodelijke afloop) volgden elkaar op. Leuven was soms echt onveilig, en weer dacht ik dat mijn vader, die zo fel kon afgeven op het “nationalisme” van de Vlamingen, gelijk had. Nadat ik nog veel later mijn latere echtgenoot, de rechtsgeleerde Roger, leerde kennen, begreep ik eindelijk nog een beetje meer van wat de Vlamingen allemaal werd aangedaan.

Maar af en toe hadden we dus wel college, en dat zeker in het begin van het nieuwe academiejaar (einde 1967 dus). Toen heb ik dus die mooie Limburgse jongen na enkele lessen weer ontmoet. Maar ik werd verliefd op een andere Limburgse jongen die geschiedenis studeerde: Chris. Ook hij sprak zulk een zuiver, mooi, een beetje zingend Nederlands!

Papa kennende, besloot ik thuis niets over die verliefdheid te zeggen. Chris en ik zagen elkaar nu immers zo vaak als we wilden en ik was een beetje bang dat papa daar een eind zou proberen aan te maken. Bijvoorbeeld door mij te verbieden meer dan een keer per week uit te gaan, en mij nog vaker dan nu al gebeurde - gelukkig met zo'n regelmaat dat ik toch ongeveer wist wanneer ik het mocht verwachten - onaangekondigd met een (inspectie)bezoekje te vereren.

Einde november 1967 mocht ik een feestje geven voor mijn 18 jaar.

Ik nodigde enkele vriendinnen uit, waaronder natuurlijk Denise en mijn penvriendin uit Frankrijk Marie-José, enkele studenten romaanse filologie, en Chris.

In het begin vlotte het feestje niet echt: papa en mama zaten er weer bij als een soort “wachters”; en omdat er één Frans meisje bij was, voelde iedereen zich weer verplicht om Frans te praten. En net dat lag heel gevoelig in die tijd!

Tegen het einde van de avond, toen er werd gedanst, liep alles een beetje vlotter, al bleef Chris opvallend stil.

De volgende dag zei papa me dat hij mijn vrienden over het algemeen wel sympathiek vond, behalve die Limburger: “Hoe heette die weeral?”

Even wilde ik vragen ‘Waarom hem niet?’ maar ik deed het niet, want in feite kende ik het antwoord. Marie-José sprak - uiteraard - alleen Frans, mijn medestudenten hadden de gelegenheid gegrepen om die taal te oefenen. Denise sprak ook vrij goed Frans. Alleen mijn vrijer, de “Vlaamsgezinde” – al begreep ik toen echt nog niet wat dat precies inhield, ondanks die lange uitleg van mijn leraar destijds en de waarschuwingen van papa – had duidelijk laten blijken dat hij niet zomaar bereid was naar Frans over te schakelen! En als hij het zich had verwaardigd toch even te antwoorden op een vraag van Marie-José, was het steeds zeer bondig en zichtbaar tegen zijn zin geweest.

Dat was papa natuurlijk ook opgevallen!

woensdag 18 april 2012

De Grote Oorlog in Kanne

Deze avond waren we uitgenodigd op een lezing van Kannenaar Paul Vrijens over de levensomstandigheden in Kanne tijdens de eerste wereldoorlog. De lezing was ingericht door de heemkundige kring van Gingelom en ging door in de bibliotheek van het dorp.

Het was echt boeiend, vooral omdat, buiten de grote lijnen van de oorlog, vooral aandacht werd geschonken aan het leven van de gewone mens in dat dorp op de grens van Nederland.

Ik kan de lezing niet beter samenvatten dan te kopiëren wat stond op de uitnodiging van Nathalie Ceunen van het Rijksarchief in Hasselt:

“De Eerste Wereldoorlog, ook wel eens de Groote oorlog genoemd, was een wereldconflict die de kaart van Europa grondig hertekende. Maar deze oorlog liet zich ook voelen in de kleine dorpen op het platteland. Kanne was zo’n dorp en lag bovendien vlak aan de grens met het neutrale Nederland. Tijdens deze lezing legt Paul Vrijens de klemtoon op hoe de gang van zaken in het dorpje veranderde ten gevolge van de oorlog.

De constante angst voor de Duitse bezetter, die continu aanwezig was omdat de grens met Nederland moest bewaakt worden. De schaarsheid en hoge kost van sommige voedingswaren, de opeisingen die naarmate de oorlog vorderde steeds erger werden… In Kanne waren er ook meer dan tachtig soldaten op een bevolking van achthonderd mensen waardoor bijna iedereen iemand kende die moest gaan vechten, krijgsgevangene was genomen of gesneuveld was… Door de oorlog ging ook de wereld voor vele dorpsbewoners open doordat ze hun dorp en vertrouwde omgeving (moesten) verlaten.”

De spreker had, aan de hand van zijn opzoekingen in het Rijksarchief en gesprekken met afstammelingen, enkele individuele verhalen gereconstrueerd, en dat maakte de zaak heel interessant. Zo hoorden we ook het verhaal van de doodgeschoten Anna Reggers, voor wie we tijdens ons laatste bezoek aan Kanne een plaatje hadden zien hangen aan het vroegere burgemeestershuis.

Na de lezing volgde een receptie. Eerst wilden Roger en ik meteen naar huis gaan (ik moest nog wat opruimen en verder voor de volgende  monografie van de KVLS zorgen), maar rijksarchivaris Rombout Nijssen stelde ons voor een Surley de Chokier te drinken. Na een biertje zijn we echter toch vertrokken. Buiten Rombout Nijssen, die door iedereen werd aangeklampt, kenden we daar immers niemand (eigenaardig genoeg was er geen ander lid van Heemkunde Groot Heers aanwezig). En zoals ik al zei, thuis wachtte nog een beetje werk.

Het is nu 23:30 uur, de monografie is nagelezen en in de juiste vorm gegoten, alleen wacht ik nog op de foto’s die Jan Gerits me zal doormailen zodat ik die kan invoegen.

dinsdag 17 april 2012

Gietijzeren stoofpot

Ik val in herhaling, maar het was een drukke dag vandaag! Werken, boodschappen, en deze avond een (uitzonderlijk lange) bestuursvergadering van de KVLS. Voor de lay-out en het nalezen van de volgende monografie die Jan Gerits mij heeft gemaild, heb ik zelfs nog de tijd niet gevonden!

En tussendoor… Roger die mij vroeg of er nog tijd genoeg was om even naar de Ikea van Hognoul te rijden. Hij wilde daar immers een paar spulletjes kopen.

We gingen dus. En ik dacht vooral aan de gietijzeren kookpot die ik al zo lang opnieuw wilde kopen.

Ik had vroeger een uitstekende zwarte gieten stoofpot, maar die heb ik, wegens gebrek aan plaats, weggedaan toen Roger me enkele jaren geleden verwende met een hele nieuwe kookbatterij.

Maar wat heb ik daarna die kookpot gemist! Geen enkel stoverij kwam even lekker als vroeger uit mijn nieuwe roestvrijstalen potten!

We zijn thuisgekomen van Ikea mét een grote gietijzeren, blauwe, stoofpot en enkele van de spulletjes die Roger wilde kopen.

Moet ik nu hopen dat het blijft regenen en koud zijn zodat ik binnenkort een stoofschotel kan klaarmaken?

maandag 16 april 2012

Nu gaat de ontwikkeling van Elena met sprongen vooruit

Dat merkte ik vandaag (het was weer Elena-dag).

We haalden haar deze middag op bij Lutti, de onthaalmoeder (en mijn bewondering voor dat beroep stijgt met de weken!) die vandaag 7 peuters/baby’s onder haar hoede had. En toch lukt het haar ze allemaal de nodige aandacht te geven. Het is trouwens duidelijk dat Elena heel graag daar is. Nadat ze ons enthousiast had begroet, en even op mijn arm had zitten vertellen, wilde ze weer even bij Lutti zijn voor we vertrokken.

Soms vraag ik me weer af of een moeder toch niet zou moeten thuis blijven om haar kinderen dezelfde aandacht te kunnen geven. Ik weet het, ik heb me ooit de tegenovergestelde vraag gesteld!

Een van de “kinderen” van Lutti werd vandaag 1 jaar, en dat hadden ze gevierd. Ik merkte dat aan het dansen en handjes draaien en nog andere bewegingen van Elena deze avond toen we naar kinderliedjes luisterden. Bram, de jarige, had voor alle kindjes een puzzel, een kleurboekje en twee ballonnen bij. Thuisgekomen, maakte Elena ons door haar gebabbel en gebaren duidelijk dat ze de ballonnen opgeblazen wilde. En dat bleek de hele middag voor haar het leukste speelgoed! Gelachen en gegierd dat ze heeft terwijl we met die ballonnen speelden! Ze vond ze blijkbaar nog leuker dan een bal!

Het was nog vrij koud, maar de zon scheen fel en we gingen even de tuin in. Elena wilde ons alle ontluikende bloemen tonen, maar ook hoe goed ze de trappen naar het terras opklimt. En, zoals ik hier  al had gemerkt, ze doet het half stappend, half kruipend. Eenmaal boven aangekomen, klapt ze in haar handjes “bravo” voor zichzelf. 

Ze brengt steeds meer klanken uit die wij kunnen plaatsen, ze is nu zo zeker van haar lopen dat het dikwijls rennen wordt, met de nodige valpartijen als gevolg.

En terwijl we samen boodschappen deden voor het avondmaal wuifde en riep ze vanuit haar zitje in het winkelkarretje iedereen zonder schroom “dada” toe.

Ze zat me soms ellenlange verhalen te vertellen, maar ik begreep er nog niet veel van…

En dan stelde ik me weer dezelfde vraag als hierboven…

Toen haar moeder en onze jongens haar leeftijd hadden, begreep ik al de meeste “woordjes” die ze voortbrachten. Maar ik was natuurlijk constant bij die kindjes.

Elena heeft haar moeder vandaag alleen bij het ontbijt gezien. Daarna moest ze immers naar Lutti, en vervolgens waren alleen Roger en ik bij haar tot wanneer haar papa thuiskwam (en, hoewel ze me de hele middag van alles had “toevertrouwd” – al babbelend of door mij speeltjes  “cadeau te geven” -  vanaf  toen wilde ze nog alleen bij hem zijn). Haar moeder zou pas rond 22:30 aankomen, lang nadat wij vertrokken waren – en dat was al nadat Elena naar bed was gebracht.

Ik blijf me dus de vraag stellen of ik verkeerd deed door voor de kinderen thuis te blijven tot ze alle drie naar de lagere school gingen?

zondag 15 april 2012

Flinke en grappige Elena

We hebben Elena gisteren nacht toch nog een zuigfles gegeven (ze werd wakker toen wij gingen slapen). Daarna heeft ze geslapen tot  deze ochtend 8:45 uur.

Het werd een drukke dag voor haar. Ze had in de vroegere kamer van haar moeder (waar we alle drie sliepen voor de gelegenheid) allerlei knuffels en een pop gevonden. Die moesten allemaal mee naar beneden. En op de plank achter mijn bureau ontdekte ze een speelgoedautootje van onze jongens destijds. Dat moest ze ook hebben. Ze heeft goed gegeten (voor een groot deel alleen), veel gespeeld, gekraaid en gebabbeld, rondgelopen, is met ons te voet naar mijn overbuurvrouw gegaan (maar die gaf niet thuis), en heeft geluisterd naar verhaaltjes van Roger of van mij terwijl we in kinderboekjes keken die ik nog liggen heb.

Ze heeft ook geregeld flink geoefend op de trappen van de keuken naar de provisiekamer. En telkens als het haar lukte ze op te kruipen (in feite was het half kruipen, half stappen), als ik zei dat ze een flinke meid was, klapte ze in haar handjes. In het afdalen bleef ze geregeld zitten op de onderste trede en dan moest ik naast haar gaan zitten, want ze had van alles te vertellen.

P4151354m Nadat we allebei bijna  onder de sofa’s kropen (lees verder hieronder) en daarna oefenden op de trap (Foto Roger)

Op een gegeven moment vond ik haar autootje niet meer. Ik knielde neer om onder de sofa’s te kijken, en zij deed me na. Terwijl ik onder de ene  keek, keek zij onder de andere, en er verscheen een “zoek”-expressie op haar gezicht.  Echt grappig: ze tuurde, keek op naar mij, schudde van “nee”, keek weer onder de bank, fronste haar wenkbrauwen, keek weer op en weer volgde een “nee”-geschud. Maar uiteindelijk heb ik het gevonden, want het lag onder de sofa waar ik onder keek. Ik vond het wel leuk, want dat betekent dat we een volgende keer een spelletje “verborgen voorwerp zoeken” kunnen spelen. Vorige zondag, bij Anneke was ze daar nog niet aan toe en daarom hadden we de geverfde eitjes nog goed in het zicht gelegd.

Ik weet eigenlijk niet of de traditie “eieren rapen” met Pasen ook in de ons omringende landen bestaat?

Elena heeft ook “getelefoneerd” met mijn vroeger mobieltje:

P4151359m

P4151360m Foto’s Roger

En natuurlijk “soep” gemaakt.

P4151361m Foto Roger

Op een zeker ogenblik liep ze rond, met een beschuitje in een hand en een knuffel in de andere, toen op straat een tractor voorbijreed. Van waar ze stond hoorde ze alleen de motor, maar zag ze niet wat het geluid produceerde, en weer kwam ze in paniek naar mij gelopen. Ze wordt dus duidelijk bang van onbekend geluid. Ik had geen boek waar een tractor in staat. Ik  bedacht dat als ik bij haar thuis was geweest, ik haar wel had kunnen tonen waar het om ging, want in haar boekje “Op de boerderij” staat een prent van een tractor en je kunt, door op een knop te drukken, het geluid ervan laten nabootsen. Later – toen haar ouders haar al waren komen halen – besefte ik dat ik dom was geweest: vind je nu immers niet alles op het Internet?

Nu beginnen we enkele van haar woorden te begrijpen. “Aap” of “Apie” zegt ze voor een schaap of een schaapje, en bij uitbreiding voor alle grotere dieren. “Aai” zei ze al langer als ze een pop aaide. Maar vandaag hoorden we voor het eerst “daad” zeggen terwijl ze met haar handjes draaide. Waarschijnlijk bedoelt ze “Handjes draaien” dus. “Dada” betekent dan weer tegelijk “goeiendag”, “tot later” en “we gaan wandelen”. Haar gebaren maken dan het verschil. Om goeiendag te zeggen, zwaait ze met haar handjes, in het andere geval zoekt ze haar jas en als ze die vindt, reikt ze ons die aan. “Dida” of “tita” betekent volgens mij '”wat is dat?”. “Kijk”, dat bij haar meer lijkt op “gijk”,  zegt ze al heel lang. En “ki” zegt ze terwijl ze op plaatjes kinderen aanwijst.

Trouwens, over aanwijzen gesproken: ik vroeg haar vandaag om verschillende dingen op plaatjes aan te duiden, en dat lukte haar aardig!

Kort na haar dutje zijn haar ouders haar komen halen (ze moesten deze avond nog naar de andere grootouders van Elena). Samen hebben we nog een korte wandeling gemaakt in het dorp: het was koud! Maar… Tegen het einde van de wandeling, reed diezelfde tractor ons voorbij. En deze keer leek Elena helemaal niet bang. Omdat ze duidelijk zag waar het geluid vandaan kwam?