dinsdag 8 november 2011

Herfst in Kerniel en kweeperengelei

Toen we wilden buitengaan voor onze dagelijkse wandeling, bleek dat de doorgang versperd was door een vrachtwagen. In de straat zijn immers al weken werken aan de gang: er worden nieuwe leidingen gelegd (water, gas en misschien nog meer?).  We hadden een heel interessant gesprek met de chauffeur, die ons onder andere vertelde over de wetten op het vervoer van grond en stenen, over zijn zeer gesofistikeerd voertuig, met weegschaal die op luchtdruk werkt. En over nog veel meer, maar zulke zaken kan Roger beter vertellen dan ik! Glimlach

Nadat de eindelijk gevulde vrachtwagen vertrokken was, gingen we nog eens naar Kerniel. Roger wilde me de Begijnensteeg (die ik nog niet kende) tonen. Die steeg begint vlak voor de hoeve die “Winning Fastre” wordt genoemd, een witgeschilderde, grote  hoeve uit de 16de en 17de eeuw, waarvan een tante en oom van Roger vorige eeuw de pachters waren.

Lang geleden hoorde die hoeve bij het klooster van Colen, en die steeg verbond de boerderij met het klooster. Nu wordt de steeg breder naarmate ze de steenweg Kerniel-Borgloon nadert en heet ze daar “Begijnenstraat”. 

Aan het einde van de huidige Begijnenstraat staken we de steenweg over en liepen via de weg vlak naast de fruitveiling naar het klooster van Colen.

Al van ver zagen we dat de werken er goed vorderden. Ik zei tegen Roger: ‘Blijkbaar wordt de hele parking gebetonneerd!’ Waarop hij antwoordde: ‘Nee, er worden tegels of kasseien gelegd!’

Kerniel, bij het klooster van Colen: heraanleg van de parking Foto’s Roger

Maar toen we de werken van dichtbij zagen, bleek dat ik gelijk had: het was beton waarin een kasseienpatroon gedrukt was. Eigenlijk een schitterend idee: misschien hadden we onze binnenplein beter met zoiets laten bedekken dan met echte tegels; dan hoefden we minder onkruid te wieden.

Vermits je niets meer kunt gebruiken in het klooster, liepen we  terug naar de kerk van Kerniel via het padje door de vallei, dat nu wel toegankelijk was (de laatste keer dat we er waren, was het afgesloten).

Hoevegebouwen van het klooster van Colen.

Zicht op een deel van de gebouwen vanop het padje (foto Roger)

Kerniel gezien van bij het klooster van Colen. De drie canadapopulieren rechts van de kerk worden overmorgen geveld

Op weg naar de kerk van Kerniel via het padje (foto Roger)

We merkten dat over het beekje (heeft die beek in haar eentje die mooie vallei kunnen maken?) nu een brugje lag:

Kerniel: een nieuw bruggetje voor het pad van Colen naar Kerniel Foto Roger

Aan de overkant aangekomen, werden we vrijwel onmiddellijk aangesproken door een man die we al enkele keren hebben ontmoet. Hij en zijn vrouw hadden destijds gezorgd dat de cafetaria van het klooster weer open werd gesteld voor wandelaars, maar, zoals hij ons vertelde, er waren echt te weinig bezoekers. Een andere keer sprak hij ons aan tijdens een van onze wandelingen en sprak uitvoerig over zijn tocht naar Santiago de Compostela. Deze keer was hij een boom aan het snoeien in zijn tuin. En we hebben bijna een half uur staan praten. Onder andere over alle formaliteiten die hij had moeten vervullen voor hij overmorgen zijn drie populieren, die geraakt werden door de bliksem, mag laten kappen:

Kerniel, Leemzaal: deze drie populieren worden overmorgen geveld Foto Roger

Roger vroeg zich al lang af waarom hij in Kerniel (maar ook in Bommershoven) veranderde straatnamen had opgemerkt: telkens was “Sint” verbannen. En, vermits de man met wie we spraken schepen was geweest in Borgloon (waarvan Kerniel en Bommershoven deel uitmaken) stelde hij hem daar een vraag over.

Het antwoord was dat de Liberalen daarvoor gezorgd hebben. Zielig en kleingeestig vind ik dat!

Kerniel, Odiliastraat 1: dit huis was vroeger van de gebroeders Groffils (bijgenaamd 'die van Molderkes')

Huis nr 1 in de vroegere Sint-Odiliastraat, nu Odiliastraat (foto Roger)

En uiteindelijk stapten we terug naar de steenweg die we overstaken, naar de vroegere boerderij van Roger zijn tante van vaderskant, en reden we naar huis.

Waar Roger deze avond weer kweepeergelei aan het maken is. Heerlijk ruikt dat!

PB080225 Foto Roger

maandag 7 november 2011

Kinderen en volwassenen, eenvoudig en gekunsteld gedrag

Toen ik kind was, vond ik volwassenen altijd zo belangrijk doen, zo vol van zichzelf en zo zeker van hun superioriteit. Ik beloofde mezelf dat te onthouden eens  ik zelf bij die groep “grote mensen” zou horen. En ik denk wel dat het mij is gelukt. De herinnering aan het gevoel dat ik als kind had tegenover volwassenen hielp me trouwens bij het schrijven van mijn eerste echte boek: Zoals de zee een zandkasteel. 

Uiteraard zag ik weldra rondom mij meisjes en jongens zich gaan gedragen als jonge volwassenen, en soms deed ik trouwens hetzelfde. Maar steeds met het gevoel dat ik een rol speelde in een soort toneelstuk, dat ik in feite nog steeds dat eenvoudige meisje uit mijn kinderjaren was. Ik vroeg me toen vaak af of alle volwassenen eigenlijk al “toneelspelend” door het leven gingen.

Terwijl ik ouder werd en de mensen rondom mij steeds meer gadesloeg, was ik daar steeds meer van overtuigd. Mijn collegae op school konden bijvoorbeeld tegenover hun leerlingen toch zo important doen. Terwijl ze in de leraarskamer toch een beetje natuurlijker overkwamen (niet altijd, sommigen bleven, volgens mij, hun rol ook daar spelen).

Maar ook ik moest soms streng zijn vooraan in  de klas (ik stond wel niet vaak vooraan: meestal liep ik gewoon rond, of stond achteraan, zodat de leerlingen niet voortdurend op mijn gezicht moesten kijken). Ik probeerde echter altijd uit te leggen waarom dat streng zijn nodig was, en me voor de rest te verplaatsen in de leefwereld van die jongeren. Jongeren (14 tot – jawel, dankzij de vele bissers - 20 jaar) die ook al geen kinderen meer waren: ik voelde bij hen ook vaak dat “toneelgedrag”. Maar daaronder voelde je toch nog het kind verscholen!

Later, toen we naar Limburg waren verhuisd, heb ik nog initiatie-les Nederlands gegeven aan de inwijkelingen. Ik weet niet of het aan mij lag of aan mijn cursisten, maar tijdens die lessen heb ik nooit het gevoel gehad dat ik “de volwassen moest spelen”. Misschien lag het gewoon aan de diversiteit van mijn “leerlingen”: peuters, kinderen, jonge en oudere tot heel oude volwassenen, en zelfs een baby, maar die zal wel niet veel opgestoken hebben van de lessen Glimlach.

Later bleef ik kijken naar volwassenen met de ogen van mijn kinderjaren. En ja hoor, bij lezingen, voordrachten, debatten, en zelfs tijdens gewone conversaties, merk je wel, vind ik, dat ze heel dikwijls de rol van “volwassene” spelen. Na enkele glaasjes vergeten ze hun rol wel vaak en heb je weer te doen met “eenvoudige mensen”.

En ik ging ook mijn eigen gedrag analyseren. Ik ga zeker niet vrijuit. Ook ik  “doe” soms volwassen terwijl ik in feite veel zin heb om aan iedereen te zeggen: “Waarvoor is al die poespas toch nodig?”.

Eigenlijk zou ik willen niet meer “volwassen belangrijk” doen. Nergens meer!

Dat ik die gedachten (waar ik al jaren mee rondloop) hier opschrijf, komt door een ontmoeting tijdens onze boodschappen vandaag. Met iemand die we nog niet zo goed kennen, maar die me vroeger de indruk gaf altijd “de belangrijke volwassen te spelen”. En nu, buiten alle context, op mij overkwam als een eenvoudig, lief en sympathiek kind dat een oude man is geworden.

Misschien moeten wij van de oudere generatie allemaal proberen weer zo natuurlijk als een kind te worden? Glimlach

zondag 6 november 2011

Een blog uit Tunesië…

Die ik  al lang volg. Blijkbaar ziet het er toch nog niet zo goed uit voor de vrouwen: http://blogs.psychologies.com/massir/sabotage-paranoia-98869.html

Zoektocht naar een watermolen in Vliermaalroot

Het was vandaag kouder op straat dan ik dacht toen ik ons binnenplein betrad. En grijs! Toch vond ik het de moeite om een wandeling voor te stellen (trouwens, Roger – en eigenlijk iedereen - zou idealiter elke dag minstens een half uur moeten stappen).

We reden naar Vliermaalroot, waar Roger op zoek wilde naar een oude watermolen. We waren al eerder in dat dorp geweest, maar ik weet niet meer wanneer en ik herinnerde me er niets van. Misschien omdat het mij niet echt aansprak? Want dat was nu weer het geval op het eerste gezicht.

Vliermaalroot: Neo-romaanse kerk van O.L.V. Tenhemelopneming en Sint-Eligius (1864-1868) Foto Roger

Buiten de Neo-Romaanse kerk was er niet veel moois te zien in dat uitgerekte straatdorp. Maar Roger wilde absoluut die molen vinden, en nadat we toch een korte wandeling hadden gemaakt in het dorp, reed hij op zijn gevoel verder. Toen hij een straat genaamd “Molenstraat” zag, reed hij die in: ‘Die straat heet niet voor niets zo hé?’.

De straat werd een landweg, en een beetje verder belandden we bij de vervallen gebouwen van wat ik dacht die molen te zijn. Roger twijfelde of die wel een molen toebehoord hadden.

Vliermaalroot, Molenstraat: de Rootmolen

Vliermaalroot, Molenstraat: de Rootmolen: vergane glorie Foto’s Roger

We reden verder de beemd in tot waar de weg te smal werd. En keerden terug. En toen zagen we het rad van de vroegere molen aan de achterkant van die vervallen gebouwen.

Vliermaalroot, Molenstraat: de Rootmolen

Vliermaalroot, Molenstraat: de Rootmolen Foto’s Roger

We hebben de auto geparkeerd en zijn er naartoe gelopen.

Het was echt herfstkoud, er woei een novemberwind, en de grond was bezaaid met gele en rode bladeren; soms hoorden we een vogel in de verte of zagen we een fazant wegschieten. Na een geploeter door nog opvallend groen, heel hoog gras (het deed me denken aan de “matiti” in Congo) kwamen we aan de molen aan.

Vliermaalroot, Molenstraat: de Rootmolen

Vliermaalroot, Molenstraat: de Rootmolen
Vliermaalroot, Molenstraat: de Rootmolen

 Foto’s Roger

Roger was blij dat hij gevonden had wat hij zocht, en ik was uiterst tevreden, want ondanks het feit dat ik Vliermaalroot eerst niet zo inspirerend vond, heb ik toch echt genoten van die wandeling!

zaterdag 5 november 2011

Roger fotografeert Elena

Tja, zuster Godwine, je zult nog een dagje langer moeten wachten op mijn verslag van de lezing over de geschiedenis van de orde van de tempel van Jeruzalem! Vandaag hadden we het immers te druk met Elena!

Elvira en Geert wilden graag naar de tentoonstelling over “Sagalassos’ in het Gallo-Romeins museum in Tongeren. Of wij dan even voor Elena wilden zorgen? En of we dat met plezier deden!

Onze kleine meid vond ik weer veranderd sinds vorige week! Ze uit nu veel andere klanken dan toen, en uiteraard trekt ze zich nog vaker aan alles recht. Ik had de salontafel verwijderd, zodat ze meer speelruimte zou hebben, en dat leek ze wel leuk te vinden. Ze keek wel heel veel rond (ja, het is lang geleden dat ze nog eens hier was) en vooral de knuffeltjes die Zeger eens, lang geleden, voor Roger meebracht, interesseerden haar. En ze heeft enkele stappen gezet, aan mijn handen, en echt niet meer van die wankele stappen waarbij haar voeten in alle richtingen gaan, nee, echt rechtdoor. Ze leek dus echt in haar nopjes, tot ik me verwijderde van haar om te gaan koken: ze begon echt heel fel te huilen. Roger zat wel vlak naast haar, maar die was bezig op zijn PC, en blijkbaar wilde ze iemand hebben die echt aandacht aan haar schenkt. Ik nam haar dus mee naar de keuken, installeerde haar in de hoge stoel met een van haar boekjes en begon dan toch maar te koken. En Elena leek dat oké te vinden. Ze keek naar mij, babbelde soms wat, luisterde aandachtig toen ik haar vertelde wat ik aan het doen was: uien stoven, vlees aanbakken, laurierblaadje uit de kast halen, sneetje brood met mosterd bestrijken en bij de bereiding doen. Maar o wee als ik even (echt heel even) de keuken verliet om bijvoorbeeld gedroogde pruimen uit de provisiekamer te halen, of bier uit het poorthuis (ik heb immers Vlaamse karbonaden klaargemaakt, en die worden in bier gestoofd). Dan begon ze telkens onbedaarlijk te huilen! Het leek wel of ze zich hopeloos verlaten voelde. Ik heb de keuken nooit langer verlaten dan 30 seconden en telkens als ik terugkwam, speelde ik “kiekeboe” omdat ik weet dat ze dat met Elvira ook wel eens speelt. En inderdaad, Elena’s traantjes droogden altijd vrij meteen op, ze lachte weer en gaf mij een dikke zoen (op haar manier: wang tegen wang).

Natuurlijk heb ik haar ook eten gegeven: fruitpapje, yoghurt met fruit, flesje melk. Vooral bij die laatste maaltijd (ze eet echt zoals ik, en eigenlijk nog vaker, bijna om het uur kleine porties) viel ze in slaap in mijn armen terwijl ze nog zoog aan haar fles. En toch werd ze weer klaarwakker toen ik haar in haar bedje wilde leggen. Vermits ik toen sla wilde schoonmaken, aardappelen schillen en nog voor soep zorgen, heb ik haar toch maar weer in haar babystoel gezet, zodat ze “bij mij” was. En terwijl ik verder kookte en ondertussen tegen haar vertelde wat ik deed, heeft Roger (volgens mij) prachtige foto’s gemaakt van onze kleindochter.

PB050188

PB050191

PB050192

PB050193

PB050197

PB050198 Foto’s Roger

Kort daarop kwamen Elvira en Geert terug van Tongeren, hebben we gegeten, heeft Elvira Elena bijna zonder moeite in slaap gekregen (dat meisje was dan ook doodmoe!) en hebben we nog een poosje aangenaam geconverseerd.

En nadat zij naar huis waren gereden, heb ik gezorgd voor de lay-out van de volgende Limburgse monografie (over Polydoor Daniëls) en de tekst (van Jan Gerits) ook meteen nagelezen. En zoals altijd in zijn teksten bijna geen fouten gevonden: hoogstens één echte tikfout en enkele overbodige spaties.

Maar daardoor werd het weer vrij laat, en heb ik geen fut meer om aan dat verslag te beginnen! Morgen dus maar? Mañana?

vrijdag 4 november 2011

Boekenbeurs

Door al die drukte in mijn leven zou ik nog vergeten dat nu de boekenbeurs in Antwerpen aan de gang is. En nogmaals, ik ben echt blij dat ik daar niet meer hoef te zijn!

Roger vestigde deze avond mijn aandacht op volgende tekst in verband met die boekenbeurs: http://visionairbelgie.wordpress.com/2011/10/29/boek-0-pleidooi-voor-ontlettering/

Ik denk ongeveer hetzelfde!

Waar is de “kloostersteen van Veulen” naartoe? door Jean Nossin

Veulen is een prachtig Haspengouws kerkdorpje. Sinds 1970 werd het door fusie ingelijfd bij de gemeente Heers. Ondanks dat Veulen rijk is aan geschiedenis en mooie monumenten bezit, is er geen plaatselijke noch gemeentelijk-overkoepelende heemkun­dige kring die zich inzet om deze geschiedenis te doorgronden en de monumen­ten in het beschermende openbare daglicht te brengen.

Wanneer elders, zoals onlangs in Bree, een oude waterput wordt ontdekt dan haalt dit feit de pers en geeft zelfs T.V.-Limburg daar beelden over. In Veulen echter werd bij wegenwerken op het oude dorpsplein in 1994 ook een zeer oude gemetselde dorpsput van onder de zware kleilagen gehaald...Tien meters diep tot aan het wateroppervlak en nog vier meters dieper tot op de bo­dem. Ondanks dat deze put bijna zeker in zijn bodem­slijk nog wel wat voorwerpen verborgen houdt heeft men de bodem niet laten onderzoeken. Gelukkig heeft de gemeente geoordeeld dat deze herontdekte waterput niet meer mocht verdwijnen. Hij werd met een bovengrondse bakstenen opbouw, afgedekt met dikke glasplaat, voor de toekomst in bewaring genomen. Moge­lijk laat men later nog ooit het bodemslib onderzoeken. Ook hier was er geen heemkundige kring die de ontdekking tot in de pers bracht...

In 1991, bij gelegenheid van de monumentendag op 15 september, werd ook Veulen in het daglicht gesteld onder impuls van de toenmalige burgemeester van Heers, de heer Arnold DEWELF.

De prachtige dorpskerk met het overbekende beschilderd pane­lenplafond en het dorpskasteel werden voor bezoek opengesteld.

Bij die gelegenheid, eveneens onder impuls van burgemeester DEWELF, werd een prachtig boekje "Veulen, Haspengouws kas­teeldorp" uitgegeven. De enkele maanden die voor samenstelling beschikbaar waren lieten niet de kans om zeer uitgebreid te zijn. Toch brachten de vier samenwerkende auteurs, onder toezicht van burgemeester DEWELF, een hele boel merkwaardighe­den bijeen, zowel historisch als cultu­reel, waarvan intens door de bewo­ners van Veulen, de bezoekers en vooral de uitge­weken Veulenaars werd genoten.

De grote verdienste van dit, door tijdgebrek beperkte, boekje is dat het voor de toekomst toch enkele dingen in herinnering houdt. Ondermeer de typische toponymen, of plaatsnamen, zo zwaar bedreigd door de steeds maar vorderende en terreinver­anderende ver­kavelingen, werden voor de toekomst in dit boekje aangeduid met hun eigenaardigheden. De wandelaar kan aldus nog worden herinnerd aan de mogelijke oorsprong der benaming van zijn wandel­plaatsen. De aansporing voor hem om na te gaan of de bij die plaats behorende eigenaardigheid nog te onderschei­den valt ligt voor de hand.

Een der mede-auteurs ging op speurtocht naar paddenstoelen in de weiden achter de plaatsnaam "Seur". Deze plaatsnaam wordt in verband gebracht met een legende rond een zogezegd zuster­klooster(soe­ur) dat daar ooit zou hebben gestaan en waarvan sinds mensen­heugenis slechts een zeer grote steen in de beemden zou zijn achtergebleven. Een bezoek aan die steen lag dan ook voor de hand. Na onder enkele omheiningen te zijn gekropen bereikte hij de ligplaats. De omgeving, vroeger een verwilderde beemd, moet daar wel zeer recent gewijzigd zijn. Op het uiteinde van het terrein werd een vijver uitgegraven en de rest van het terrein is nu volgeplant met kleine sparre­tjes. Vermoe­delijk lag de oeroude steen deze aanplanting iets in de weg... want hij is verdwenen ! Nochtans was deze steen echt geen lichtgewicht en er was meer dan mensenkracht voor nodig om hem daar weg te krijgen. De verdwenen steenblok, een grote rechthoek, was ongeveer anderhalve tot twee meter lang, een tachtigtal centimeters breed en een halve meter dik. Het nogal ruwe oppervlak vertoonde verschillende conische putjes van enkele centimeter diep. Deze putjes deden vermoeden dat de steen, veeleer dan tot een oude kloostermuur te hebben be­hoord, daar door onze verre voorouders werd gebruikt om hun stenen bijlen, messen en pijlpunten aan te slijpen. Vroeger stond de steen ook meer in de belangstelling van de inwoners die door hun werk nauwer bij de natuur waren betrokken. Aldus ging ook het verhaaltje dat iemand ooit de steen had willen omkeren om te kijken wat eronder zat en dat op die kant gebij­teld stond "Ik ben blij, nu lig ik op mijn andere zij !"

De in 1960 bestaande scoutsgroep waarvan deze paddenstoelpluk­ker de groepsleider was,wilde dit verhaaltje even natrekken en groef naast de steen enkele sleuven. Met een dik touw onder­door werd met een twintigtal scouts gesleurd en enkele palen als hefboom hielpen de steen keren. De inscriptie was natuur­lijk nergens te vinden en de steen was aan de onderkant even ruw en met slijpputjes bezaaid als aan de bovenkant… dus werd hij maar terug gelegd.

Tot verbazing van deze toevallige bezoe­ker is spijtig genoeg de steen verdwenen. Over honderd jaar zal niemand meer over hem tot een verha­altje, legende of toponymische benaming kunnen geïnspi­reerd worden.

Al was het maar een grote eenzame steen, toch behoorde hij door zijn eigenaardigheid en eenzame ligplaats tot het Veulens patrimonium. Zijn verwijdering, mis­schien zelfs vernieti­ging,bracht slechts, naast het weghouden van nieuws­gierige hagenkruipers en wandelaars, het twijfelachtige nut van plaats­ruiming voor het planten van twee sparre­tjes. Dat kan in geen enkele mate opwegen tegen de onherroe­pelijke verarming van het dorpspatri­monium met mogelijk zelfs verlies aan waarde­vol archeo­logisch materiaal.

Om voor de toekomst dergelijk verlies tegen te gaan en de Veulenaren en vooral dan de betrokken eigenaars of pachters bewust te maken van hun eigen rijk patrimonium zou het opstar­ten in de gemeente Heers van een degelijke heemkundige kring, die de gefusioneerde deelgemeenten overspant, een zeer nuttig initia­tief zijn. Aldus zou het rijke patrimonium beter kunnen worden geïnventariseerd, beschreven, onderzocht en bewaard. Dit idee werd reeds door de vorige burge­mees­ter DEWELF geopperd maar geraakte ondertussen zeker weer in de ver­geethoek van andere beslommeringen.

De bewustwording van het eigen patrimonium - en de liefde ervoor - is des te noodzakelijker door de bedreiging van langza­me teloor­gang van nog andere waardevolle dingen die wij voor het nageslacht overgedragen kregen van onze voorouders. Denken we maar aan het zeer mooie Veulen­se kerkje, waar een zeldzaam kerkorgel te verkommeren staat. Ditzelfde waardevolle kerkje - het mooiste van Zuid-Limburg - wacht al jaren de dringende herstelling af van door vocht gerotte bepleistering­ en afbrok­kelende muurschilde­ringen. Hiervoor bestaat noch­tans al enkele jaren een degelijk maar sluimerend restauratie­dossier. Als el­ders in het land voor minder belang­rijke en soms nutteloze dingen miljoenen worden geïnvesteerd, bijna verdwenen ruïnes worden heropgebouwd, moet het toch ook moge­lijk zijn om wat geld te kunnen lospeuteren om zulk belangrijk kunstpa­trimonium te bewaren. Waarom dus veel drukte om een verloren "klooster­steen" ... of toch ?!

Herfst 1996

J.NOSSIN.

p.s. Ondertussen bestaat die heemkundige kring wel in Heers! (Jessy Maesen)