zaterdag 8 januari 2011

Broertje op bezoek en vrolijke vrienden die zich roeren

Mijn broertje (zelfstandige apotheker uit Ekeren die deze dag ergens in Limburg werkte) kwam deze middag langs. We hebben samen gegeten (en hij vond Roger zijn appelbrood lekker), en hij, Roger en ik hebben heel veel gebabbeld, terwijl we liters koffie (thee voor mij) dronken in de keuken. Ik genoot er echt van. We haalden herinneringen op aan onze grootmoeders, aan familiebijeenkomsten, we hadden het over windturbines en kerncentrales, over medicijnen (en hij raadde me aan een zalfje, dat ik mee naar huis kreeg in Gasthuisberg en wilde weggooien bij te houden: heel nuttig bij ernstige verwondingen). Hij bracht me even naar de bierhandelaar om enkele kratten Trappist te halen (we hadden alleen nog enkele pilsjes in huis) en stelde me onder weg zelfs voor om met mij inkopen te doen bij Delhaize. Maar dat laatste heb ik vriendelijk geweigerd: ik heb nog voldoende etenswaren in huis tot zeker volgende woensdag en tegen dan kan ik weer gaan winkelen met Marie-Claire (als ze tenminste genezen is: ze belde vandaag om te vragen of ik niets nodig had; in dat geval zou haar man of haar jongste zoon mij wel even naar Delhaize brengen. Zijzelf was snipverkouden). Mijn broertje (tja, ik blijf hem zo noemen omdat hij bijna 14 jaar jonger is dan ik, maar ondertussen wordt hij in april ook al 48 jaar, één jaar ouder dan de leeftijd die onze vader bereikt heeft) legde ons ook uit waarom Roger tot voor de grote kou geen last had van de vernauwingen in zijn slagaders: naar het schijnt voel je tot 80% vernauwing quasi niets. Maar door de koude hebben die bloedvaten zich nog meer vernauwd  én dat was de druppel!

Ook over taal hadden we het. En over mensen die zo graag Frans (onze vroegere huistaal dus) spreken, zeker als er iemand in de buurt is van wie ze denken dat hun Frans veel bewondering zal oogsten, mensen die meestal zichzelf belachelijk maken omdat hun Frans op niets lijkt, én omdat de tijd voorbij is dat Frans kennen een teken was van ‘beschaving en geleerdheid’.

Buiten een paar flessen wijn (de mensen weten blijkbaar wat we graag drinken: gisteren hadden Paul en Liliane een fles Porto bij, plus een plant) had mijn broertje ook Roger zijn kerstcadeau vanwege mijn zus bij. Dat was immers bij hem thuis gebleven omdat er met Kerstnacht geen plaats meer was in de auto van Geert. Hoewel die ‘brasero’ voor ons terras bedoeld is, wilde Roger die voorlopig in de keuken laten staan: ‘anders verroest die misschien voor we hem kunnen gebruiken!’.

En deze avond, nadat broertje weer naar zijn vrouw en twee dochters was vertrokken, vond ik een mail van een van onze ‘vrolijke vrienden’ uit Leuven. Hij had via via iets vernomen over Roger zijn operatie (ik denk te weten via wie: een andere ‘vrolijke vriendin’ van wie ik een mail had gekregen toen Roger in het ziekenhuis lag, en aan wie ik de situatie had uitgelegd, in de hoop dat de ‘tamtam’ de rest zou doen). De vriend die mij mailde, had het vernomen van Karel Lambrechts, de vriend van Colette zaliger, dus mijn tactiek lijkt gewerkt te hebben. En ja hoor, ook van deze e-mailschrijver – ook een vroegere cursist van Elvira – mogen we een bezoekje verwachten.

Met al die bezoeken zou ik echt eens moeten beginnen opnieuw schoonmaken. Deze ochtend merkte Roger op dat de salon vuil is (en als hij dat opmerkt, betekent dat echt vuil). Maar ik vind er de tijd maar niet voor. Nu ook staan er dringender zaken op mijn programma: ik moet echt verder werken aan de facturatie voor de KVLS, én ik moet de volgende monografie nalezen.

vrijdag 7 januari 2011

Slaperig maar blij met al die lieve mensen

Ik werd vandaag om 8:25 uur wakker door het gieren van opeenvolgende sirenes. Toen we nog in Antwerpen woonden, was zulk lawaai dagelijkse kost, maar hier vraag je je dan telkens af over wie het gaat. Ik ben het ondertussen niet te weten gekomen. De ‘kine’ van Roger had het ook gehoord maar wist ook niet wat er gebeurd was; Liliane en Paul die deze avond op bezoek kwamen, met een plantje en een fles Porto, hadden het niet gehoord wegens al vroeger op, en weg van huis naar hun werk.

Voor Roger en mij is het, sinds we ‘uit de kinderen zijn’, voor 9 uur ‘s ochtends altijd vroeg. Daarbij komt dat ik mijn innerlijke wekker op 9 uur had gezet, dat ik weet dat ik mijn slaapcyclus drie kwartier beslaat, dus vroeg ik me om 8:25 even af of ik nog wel in slaap zou vallen. Ik vind het immers vreselijk als ik door een wekker word gewekt.

Maar ik ben weer in slaap gevallen en de wekker liep af om 9 uur. Roger moest naar de kinesitherapeut om 10 uur, vandaar. Ik verbeet mijn ochtendhumeur om koffie te zetten en de pilletjes van Roger uit te zoeken.

Nadat ik Roger had begeleid naar zijn oefensessie heb ik verder ‘gemarcheerd’ naar Heers: 20 minuten, dat is echt te doen. En daar heb ik onder andere melk gekocht, want ik vermoedde (terecht) dat Liliane melk wil in haar koffie.

Net toen ik terug in ons dorp was, zag ik Roger naar huis stappen. Ik riep even zijn naam, niet te luid, en ja hoor, hij had het gehoord. Ons samen verder wandelen naar huis voelde voor mij bijna even intiem aan als vrijen! Glimlach

Maar wat heb ik me slaperig gevoeld heel deze dag! Natuurlijk heb ik mijn werk gehad (er is onder andere een volgende Limburgse monografie aangekomen voor nalezing en lay-out, en ik heb ongeveer een half uur de auteur ervan, Jan Gerits, aan telefoon gehad), ik heb uiteraard de gewone dingen in het huishouden gedaan, ik heb enkele telefoontjes en mailtjes beantwoord (bedankt voor jullie meeleven, vrienden; en hier denk ik zeker ook aan Daniël!).

Maar heel deze dag moest ik me maar even neerzetten met een boek (jawel, zelfs dat prachtig geschreven boek van Bazin!) of ik viel in een halve slaap. Ik vermoed dat ik nog steeds het gebrek aan slaap, dat ik heb opgestapeld in Leuven, moet compenseren.

Deze avond was anders wel gezellig met Liliane en Paul. Roger kreeg een uitstekend idee enkele uren voor hun bezoek: we zouden appelbrood maken in onze broodmachine. Hij volgde een recept van krentenbrood en verving de krenten door appelschijfjes. Ikzelf vond het heel lekker, maar ik denk dat Liliane en Paul het liever zoeter hadden gehad. Maar ja, ik ben echt geen zoetekauw!

Wat hebben we het hier in Limburg toch getroffen: Marie-Claire wil me helpen met boodschappen doen, en nu stelde Liliane net hetzelfde voor!  Ik ga binnenkort wel echt beroep moeten doen op die mensen: heel gauw worden wij voor de eerste keer grootouders, en ik zie Roger nog niet de bus nemen naar Sint-Truiden om van daaruit de trein naar Leuven te nemen.

Lieve mensen allemaal, ik weet echt niet hoe ik jullie moet bedanken!

donderdag 6 januari 2011

Drukke dagen

Gisteren begon met een vertaling. Tegen dat Roger opstond, was die geleverd, de koffie gezet, mijn thee klaar, de tafel gedekt en wachtten Roger zijn pilletjes naast zijn kopje.
De rest van de dag werd besteed aan verschillende telefoontjes, van vriendinnen, van Nany, en aan mijn tante (nee, niet mijn tante-vriendin: Françoise en Nononc had ik al in het ziekenhuis aan de lijn gehad). En e-mails beantwoord. Of per e-mail op ‘beterschap-kaartjes’ geantwoord.

Roger deed geregeld een dutje en ik ging nog de schapen voederen. En tegen de avond moest Roger voor het eerst naar de kinesitherapeut. We stapten er naartoe (dat betekent naar het plein waar onze straat naartoe klimt). De man stond er van versteld dat Roger al te voet tot daar was gekomen. Maar, al ziet hij dat zelf niet in omdat hij zich blindstaart op de normale vermoeidheid na een operatie, Roger doet het dan ook heel goed.
Na de oefeningen spraken de twee mannen af voor vandaag om 11 uur en begon ik thuis te koken.

En ‘s avonds, terwijl ik verder las in ‘Congo’, kreeg ik ineens een boek van Hervé Bazin in het oog dat op de salontafel rondslingerde. ‘Lève-toi et marche’ dat ik nog niet gelezen heb. Mijn lectuur bestond verder afwisselend uit ‘Congo’ en die roman. Wat een stijl hanteert die Bazin toch! Gewoon subliem! Eigenlijk ben ik eigenaardig: ik pleit constant voor meer respect voor onze Nederlandse taal en tegelijk sta ik steeds in een bijna beate bewondering voor de stijl uit de beste Franse romans, die ik nooit heb geëvenaard geweten in Nederlandstalige romans. Of ligt het aan het feit dat ik de subtiliteiten van het Frans toch nog beter kan smaken dan die van het Nederlands?

Ik vergezelde deze ochtend Roger nog eens naar de fysiotherapeut en terwijl hij zijn oefeningen deed, stapte ik verder naar Heers. Het was opvallend minder koud dan de vorige dagen en de wandeling deed me echt deugd. Overal was de sneeuw nu bijna helemaal verdwenen. Ik moest achtereenvolgens bij de apotheker en op de post zijn, wat maakte dat ik pas om 12:20 terug thuis was, waar Roger mij al stond op te wachten. We aten, en daarna, terwijl Roger nog wat rustte, heb ik voor mijn BTW-aangifte gezorgd, nog een beetje gewerkt voor de KVLS (facturatie), een beetje opgeruimd, de schapen eten gegeven, en verder gelezen. En deze avond heb ik artisjokharten met ham klaargemaakt. We hadden dat ooit in Spanje gegeten, vonden dat lekker en ik wilde het zelf wel eens proberen te bereiden. Google bleek weer een uitstekende hulp.

Op de radio hoorden we over de nieuwe strubbelingen in de regeringsformatie. Die formatie zal nooit lukken op deze manier. Franstaligen spreken constant van ‘compromissen’ maar lijken niet in te willen zien dat de Nederlandstaligen al veel te veel toegevingen hebben moeten doen.

dinsdag 4 januari 2011

Vrienden

Vandaag kregen we een telefoontje van die zieke vriendin van mij die nu in Gent woont. Enkele weken geleden (lang voor we wisten dat Roger zou geopereerd worden) had ik haar nog eens proberen op te bellen maar ze nam nooit op. Omdat ik vreesde dat ze nog wat zieker was geworden, en omdat ze geen e-mail heeft, heb ik haar toen een brief geschreven. Waar ze nog niet op had geantwoord; maar om eerlijk te zijn, ik dacht er ook niet meer aan de laatste dagen.

Bleek dat ze net die dag dat ik de brief had geschreven ten dode was opgeschreven: longontsteking en hartfalen. Terwijl ze op de intensieve afdeling van een ziekenhuis in Gent lag, hadden de dokters haar zoon en dochter gewaarschuwd dat ze het niet zou halen. Maar haar levensdrang bleek weer heel sterk, want op 24 december, net toen Roger werd geopereerd, werd zij ontslagen uit het ziekenhuis.

We hebben lang gepraat. Over de dood natuurlijk. Omdat zij ‘niet zoals ik een filosofie errond heeft’ (zo zegt ze dat) is haar angst voor die passage soms bijna ondraaglijk. We praatten ook over al onze vrienden die al zijn ‘overgegaan’: Dirk Lambrechts, Colette, Els, Dirk Van Esbroek, Eddy, de vriend van Seany, Fred Derricks, Wannes Van de Velde, Walter De Bock, en zoveel anderen. En dus kwam onze jeugd met een hele resem aan plezierige herinneringen ook aan bod (zij is 12 jaar ouder dan ik en is nu 73, een jaar ouder dan Roger zijn moeder toen die stierf). Het deed me deugd eindelijk haar stem nog eens te horen.

‘Jessyke,’ zei ze, ‘ik ga je waarschijnlijk nooit meer ontmoeten. Maar we blijven contact houden hé?’ En of we dat zullen doen!

We kregen ook een telefoontje van mijn broertje die zaterdagmiddag zou langskomen. En van Liliane die met Paul vrijdag even op bezoek zal komen.

En Rogers huisarts kwam even langs. Hij raadde Roger aan een beetje te gaan wandelen. Op die raad had ik gewacht! Ik vond al een poosje dat Roger aan korte wandelingen toe is, maar hij wilde liever het advies van de dokter afwachten. Dus, vanaf morgen beginnen we voorzichtig weer buitenhuis te komen.

zondag 2 januari 2011

Buurvrouw Marie-Claire

Het werd een rustige zondag. Roger klaagt over geen pijn, maar hij voelt zich nog wel heel moe, en slaapt dus geregeld een uurtje in de relax. Ik heb de salon, de badkamer en de gang op de verdieping gestofzuigd, de schapen eten gegeven, nieuwe mezenbollen opgehangen op het terras, en daarna even op Google gezocht hoe ik binnenkort etenswaren aan huis kon laten leveren (voor de eerstvolgende dagen heb ik nog voldoende reserve in huis). Ik had net met Roger afgesproken dat ik Colruyt zou aanspreken, toen er werd gebeld.

Het waren Marie-Claire en haar dochter Nele. Met een uitstekende fles wijn, nota bene! (Ik weet dat de wijn lekker is, want ik ben er nu een glaasje van aan het drinken, terwijl Roger weer even in slaap is gevallen).

Ik heb al verteld hoezeer en hoe vaak ik hulp heb gekregen van Marie-Claire sinds we hier wonen. Nu kwam ze weer af met een heel praktisch voorstel: of ik misschien morgen samen met haar boodschappen wilde doen. Even wilde ik haar voorstel afwimpelen: ik had de indruk dat dit te veel van haar zou vergen.

Maar Marie-Claire kennende, had ik moeten weten dat er geen ontkomen aan was! Glimlach Als ze het mij gemakkelijk kan maken, zorgt ze wel voor een zachte druk! En in feite verheug ik me al op dat samen winkelen bij Delhaize in Heers morgen.

Marie-Claire haar man was verkouden, vertelde ze me (anders was hij even met haar meegekomen). Eigenaardig: ikzelf ben verkouden aangekomen bij Roger vorige vrijdag. Heeft haar man (die me naar Sint-Truiden had gevoerd) mijn beginnende verkoudheid overgekregen, of had ik het van hem overgekregen? Bij mij is het bijna over (snel he? Dat is typisch sinds ik klassieke homeopathie gebruik).

Met Marie-Claire en Nele praatten we bij een kopje thee of koffie, onder andere over onze jeugd. En het viel me op dat Nele een beetje jaloers was op onze jonge jaren. Feit is dat jonge meisjes nu minder vrijheid genieten dan in onze tijd. Toch een bepaalde soort vrijheid. Wij mochten niet naar dancings voor ons 18 jaar, maar onze moeders waren niet ongerust als we fietsten langs verlaten wegen die liepen door een bos of langs een kanaal. Nu is Marie-Claire al bang als Nele langs de achterkant van het kasteelpark van Heers naar de hoofdgemeente fietst. En met reden, als ik hoor van Nele hoe vaak zij en haar vriendinnen aangesproken worden door dubieuze mannen in een voorbijrijdende auto. Roger opperde dat er in onze jonge tijd  minder auto’s waren (dat is waar) en dat potentiële verkrachters het dus minder gemakkelijk hadden. En, zoals Roger ook zei, in die tijd kende iedereen iedereen!

O ja, en deze avond heb ik dus weer mijn fantasie moeten aanspreken voor het eten. Onze tomaten moesten echt gebruikt worden. Ook de komkommer had zijn beste tijd gehad. Die laatste heb ik voor een groot deel verwerkt in een soepje voor morgen (ik weet uit ondervinding dat komkommer, kervel, peterselie en uien samen kunnen zorgen voor een prachtige soep). Eén stukje komkommer werd toegevoegd aan mijn slaatje bestaande uit tomaten, koude aardappelen, tonijn, ansjovis gevuld met kappers, één eitje voor ons beiden, uien, appelen en notenolie aangevuld met Balsamico-azijn.

En nog even dit: ik heb vandaag een e-mail gestuurd naar Trees met wie ik een kamer deelde in het familieverblijf in Leuven. De mail is teruggekomen, en dat vind ik erg jammer. Roger zegt me dat ik het anders had moeten doen: ik had haar mijn e-mailadres moeten geven, en niet het hare vragen. Ja, maar ik was dan weer bang dat ze op die manier mijn gegevens verkeerd zou noteren (want het gebeurde via telefoon).

zaterdag 1 januari 2011

Nieuwjaar 2011

Gisteren, op de laatste dag van 2010, heeft de echtgenoot van Marie-Claire me naar het station van Sint-Truiden gevoerd. Langs daar gaat het echt veel sneller: nog geen uur nadat de trein naar Leuven vertrokken was, kwam ik bij Roger aan in Gasthuisberg. Ik ga straks of morgen eens opzoeken of ik (desnoods via Borgloon) gemakkelijk met de bus in Sint-Truiden geraak. Ik wil immers niet constant mijn buren lastig vallen. En nee, als ik dat opzoek is het niet omdat ik morgen of zo weer Roger moet gaan bezoeken: hij en ik zijn deze middag thuis gebracht door Geert en Elvira. Maar… heel binnenkort zullen we ter gelegenheid van een ‘blijde gebeurtenis’ naar Leuven willen, en vermits Roger een zestal weken niet mag rijden, moet ik wel zorgen voor een alternatief!

Roger leek het vandaag nog een beetje beter te maken. En hij vertelde me dat hij inderdaad naar huis mocht. Elvira en Geert zouden mij iets later  komen halen, en ik belde ze dus op met de vraag of ze Roger zijn kleren (die nog bij hen lagen) wilden meebrengen.

Het heeft nog lang geduurd voor Roger eindelijk het ziekenhuis mocht verlaten: we moesten achtereenvolgens wachten op de diëtiste, op de brief van de chirurg voor zijn huisarts, enzovoort. Ondertussen heb ik even gebeld naar het ‘familieverblijf’, naar Trees. Zij heeft minder geluk: haar man moet nog verschillende huidtransplantaties ondergaan, en voorlopig was de volgende operatie uitgesteld omdat hij koorts had. Ik heb Trees haar e-mailadres gevraagd.

Rond 17 uur (er was al avondeten opgediend voor Roger! En dat komt natuurlijk op de rekening, ook al heeft hij er geen kruimel van gegeten) konden we eindelijk vertrekken.

Onze Subaru had al die tijd op de parking van Gasthuisberg gestaan. De bedoeling was eerst dat Marie-Claire haar man en zoon vandaag naar Gasthuisberg zouden komen, en dat  een van de twee daarna met onze auto (en ons) naar Veulen zou rijden. Maar Elvira en Geert stelden ook voor ons vandaag naar Veulen te brengen (nadat we eerst oudjaar bij hen zouden gevierd hebben gisteren). Ik heb wel tien keer gevraagd of dat niet te moeilijk was, maar ze drongen aan en ik belde dus even naar Marie-Claire.

Elvira zou mij gisteren meenemen in hun auto, terwijl Geert en Roger met de Subaru naar ‘huis’ zouden rijden. Elvira en ik kwamen eerst ‘thuis’ aan. We vonden het eigenaardig dat Roger en Geert er nog niet waren: Elvira belde Geert op zijn mobieltje. Bleek dat onze Subaru weigerde te starten!

Elvira reed terug naar Gasthuisberg waar we de twee mannen oppikten. Vandaag zouden we naar ‘Touring’ bellen.

Eenmaal ‘thuis’, begonnen Elvira en Geert te koken (en  ik mocht helpen! Glimlach). Ik genoot van het zichtbare plezier waarmee ze zich wijdden aan die job (en kreeg zowaar zin om zelf te koken: dat had ik al meer dan een week niet gedaan). Ondertussen zat Roger wat te rusten op de sofa (hij leek ineens heel moe, wat ik wel normaal vond). Ik ging af en toe toch even aan mijn sigaret lurken op het terras. Nog voor ons eerste glas uitstekende Cava was de nacht al ingevallen, en ik hoorde een uil in de verte. De tuin zag bijna niet meer wit en van het dak drupte constant smeltende sneeuw. De dooi was duidelijk ingezet. Het was dan ook opvallend minder koud!

Volgden, na ons aperitief, een succulente zeevruchtensoep, hertenfilet met knolselderpuree, appelmoes, veenbessen,  kroketjes, en een uitmuntende saus die aan Geert zijn inspiratie was ontsproten.

Om middernacht belde ik even Nany (die bij een van haar beste vriendinnen was), naar Hendrik (bij vrienden, met Anneke) en naar Zeger (ook bij vrienden). En daarna aten we een heerlijke appeltaart die Elvira had gebakken. Zo’n echte ‘Limburgse vlaai’!

Roger en ik zijn vrij vroeg naar bed gegaan: ik zag wel dat hij doodmoe was. En om eerlijk te zijn, zelf had ik de vorige dagen ook veel slaaptekort opgestapeld.

Vandaag zijn Roger en ik rond 10 uur opgestaan. Terwijl ik op het terras een sigaret rookte, merkte ik dat de sneeuw nog een beetje meer was gesmolten. Toch beloven de weerberichten dat we het weer kouder gaan krijgen de volgende dagen!

Nadat ons meisje en Geert waren opgestaan, hebben we ontbeten (met koffie en thee, vers gebakken brood, eitjes en, vooral voor mij, zwarte, bittere chocolade).

Daarna belde Roger naar ‘Touring’. Nog geen uurtje later stonden de mensen van ‘Touring’ al op de parking van Gasthuisberg en weldra kon onze ‘karavaan’ naar Veulen vertrekken: Geert met Roger in de Subaru, Elvira met mij in hun auto. Nogmaals enorm bedankt, lieve ‘kindjes’!

Wat een blij gevoel gaf dat, weer met Roger thuis te zijn! Ik zette koffie en thee, die we nog even samen dronken, en daarna vertrokken Elvira en Geert. Morgen moeten ze weer naar een feest!

En, terwijl Roger weer even rustte in de relax, ben ik beginnen uitpakken, opruimen, en bedenken wat ik zou klaarmaken deze avond. De ingrediënten die ik in huis heb zijn bijna altijd in functie van Roger zijn dieet (nee, niet ik bezorg hem die slagadervernauwingen! Glimlach Als het al aan het eten ligt – want het is ook wel congenitaal, denk ik – dan ligt het aan het broodbeleg dat ik hem liever niet zie eten!). En vermits die operatie vrij onverwacht is gebeurd, had ik nog vrij veel etenswaren in huis. Deze avond werd het dus een gratin (ja hoor, zo mager als maar zijn kan) van bloemkool, aardappelen en garnalen. En voor de volgende dagen zal ik mijn fantasie nog mogen aanspreken om wat lekkers klaar te maken met wat ik in de koelkast vind: leuk vooruitzicht! En wat een geluk dat we een uitstekende koelkast hebben: in onze vorige zouden al die spullen al lang klaar geweest zijn om naar de compost te verhuizen!

Na het eten, het opruimen, het laten draaien van een wasmachine en het ophangen van de was, én het (oppervlakkig) schoonmaken van de keuken kreeg ik ook ‘mijn klop’. Ik heb vorige week immers vrij weinig geslapen, veel gezeuld met een koffer die voor mij eigenlijk te zwaar is, mij zorgen gemaakt, en onnodig uren zitten wachten en mij enerveren. Terwijl ik even verder wilde lezen in ‘Congo’, ben ik  ingedommeld op de sofa.

Roger zegt me net dat hij gaat slapen. Ik blijf nog even op om deze post te vervolledigen, en dan kruip ik ook onder ons donsdeken. Volgende dagen wacht er immers nog veel werk (onder andere voor de KVLS en voor Heemkunde) dat ik heel de week heb uitgesteld. Maar eerst moet ik een beetje schoonmaken (met die massa sneeuw van de vorige weken die constant binnengebracht werd, is heel ons huis smerig geworden).