dinsdag 10 april 2012

Nog even vriend Barney aan het woord

Ik vond deze avond (na mijn werk en dus een drukke dag) nog veel filmpjes over hem. Hier is hij nog aan het woord, onze lieve Barney:

Barney zoals hij was en hopelijk nog is in de andere dimensie

Onze Lieve Heer begrijpt geen Vlaams (23)

Ik hoor voor het eerst Limburgse klanken en "langs" waar ik "naast" verwacht

Op een dag mochten de retoricaleerlingen naar een "voorlichtingsdag" aan de Leuvense universiteit. Ik ging er naartoe met enkele klasgenoten. Hoewel ik in Leuven geboren was en er toch een poosje had geleefd, had ik nooit een idee gehad van hoe de “universiteit” eruit zag. Die bleek niet, zoals ik vermoedde en later bijvoorbeeld in Madrid zou zien, gecentreerd op één campus. Nee, in feite was de universiteit verdeeld over de hele stad. De faculteiten lagen her en der, de aula’s ook. Eigenlijk een heel gezellige boel, maar ik verloor wel mijn vriendinnen uit het oog: zij wilden immers andere voorbeeldcolleges volgen dan ik.

Terwijl ik mijn weg zocht naar de cursus “geschiedenis”, gemeenschappelijk college voor al wie de richting “letteren en wijsbegeerte” volgt, besefte ik dat ik te lang had getreuzeld en dat ik te laat zou aankomen.

Toen gebeurde het: een mooie, donkerharige jongen sprak mij aan.

In zulk zuiver en mooi Nederlands dat ik perplex stond. Dit was echt een heel andere taal dan wat ik had leren napraten in Antwerpen en omstreken! Hij ging (rende in feite) ook naar de les “geschiedenis”.

Omdat we allebei echt op het punt stonden de voorbeeldles te missen, heeft hij mij bij de hand genomen en “meegesleurd” om te proberen op tijd te komen. En ondertussen praatte hij in zijn mooie taal.

Wat vond ik de klanken die hij voortbracht zuiver en mooi. Zulk mooi Vlaams (in feite was het, op een lichtjes zangerige toon na, een zuiver Nederlands, hij gebruikte zelfs de “jij”-vorm, maar de “g” sprak hij zacht uit, op z’n Vlaams) had ik nooit gehoord. En ik besefte meteen dat het Nederlands (of beter het “Schoon Vlaams”) dat ik in en rond Antwerpen hoorde, dat taaltje dat me zo vlot leek dat ik het wilde nabootsen in feite afschuwelijke klanken voortbrengt.

De jongen bleek uit Limburg te komen, de provincie waaruit mijn grootouders van vaders kant ook afkomstig waren.

Waarom spraken die grootouders van mij en hun familie (ik was al wel eens naar verre familie van mijn Nany in het Limburgse Ulbeek geweest en daar werd ook Frans gesproken met ons) dan Frans en niet dat mooie Nederlands, vroeg ik me af.

Veel later kreeg ik een antwoord op die vraag, geformuleerd door de collegevriend van papa, André, die nu al langer dan veertig jaar één van mijn beste vrienden is. Zijn (bourgeois) Limburgse moeder had hem in het Frans opgevoed omdat ze niet wilde dat hij één van de Limburgse dialecten zou "brabbelen". Dat argument begrijp ik. Maar ik denk nu dat zijn antwoord niet helemaal eerlijk was. Dat hij vooral het Vlaamse meisje dat ik opnieuw was geworden niet wilde kwetsen en dat de echte reden waarom hij  en mijn vader  in het Frans werden opgevoed, is dat Frans toen de taal was van de “bovenlaag”.

Maar wat André over dialecten zei, bleef in mijn hoofd spoken. Hoewel ik heel goed kan verstaan dat mensen hun dialect koesteren - dat is nu eenmaal de taal waarmee ze zijn opgegroeid - heb ik bepaalde bezwaren tegen het verder gebruik ervan, precies omdat dialect te plaatselijk is. Ik heb ooit gelezen dat Gezelle het vervangen van dialect door standaard Nederlands geen goed idee vond: om te spreken met mensen buiten hun dorp of gemeenschap, konden Vlamingen immers terugvallen op Frans. Dat konden ze inderdaad, tenminste degenen die een beetje fatsoenlijke opleiding hadden gekregen. Maar wat was het resultaat: hun Vlaams bleef beschouwd worden als een "brabbeltaaltje". Zelfs de grote auteur Marguerite Yourcenar verbond in haar heel bekende roman “L'oeuvre au noir” het Vlaams met het adjectief “brabbelend”. Toen ik het boek las, schokte die uitspraak me. Nu begrijp ik die: als je van het ene dorp naar het andere reist, en constant met een andere “taal” wordt geconfronteerd, dan lijkt het allemaal wel op gebrabbel!

We liepen zo hard als we konden, de Limburgse jongen en ik: hij sleepte mij letterlijk voort! En we haalden net op tijd het voorbeeldcollege. Toen we de aula binnengingen zei hij: ‘Je komt toch “langs” mij zitten hé?’

Oei, dacht ik, en zijn Nederlands kreeg een deukje! “Langs” betekent “le long de” in het Frans, dus “aan de zijde van en parallel met”. Hij wilde toch niet dat ik zijn houding en gebaren zo fel nabootste dat ik constant “parallel” stond, zat, of lag met hem? Veel later heb ik begrepen dat Limburgers “langs” gebruiken als ze “naast” willen zeggen. Misschien omdat ze liever “langs elkaar liggen" dan “naast” elkaar zitten? Glimlach

maandag 9 april 2012

Paasreünie, Schoonselhof, begrafenis van Barney en hoogtevrees

Gisteren hielp ik Anneke koken voor onze Paasbijeenkomst van ‘s avonds. Zijzelf (met de hulp van  Hendrik, vermoed ik) had al de hele flat onder handen genomen, de tafel gedekt en natuurlijk voor alle inkopen gezorgd.

Rond 17:30 uur kwamen de anderen eraan, zijnde Elena met haar ouders en nonkel Zeger, en Nany die Roger en Hendrik even waren gaan ophalen terwijl Anneke en ik aan de kookpotten stonden.

Het werd een prachtige avond: lekker gegeten en gedronken, gezellig gepraat; zolang het niet regende genoten – met een sigaretje – van het zicht op de kathedraal en wat ik noem “de daken van Antwerpen”  vanop het dakterras. Genoten van een merel die op het muurtje tussen dat terras en dat van de buren de kerkklokken probeerde na te fluiten. Van de katten Poezel en Minkel, en van Elena die ze voorzichtig, o zo voorzichtig, wilde aaien. Van Elena die de geverfde hardgekookte eieren zo mooi vond dat ze ons haar nieuw talent toonde (namelijk zelfstandig rondlopen) met een exemplaar in elke hand, en die hebbedingetjes absoluut niet wilde loslaten! Zelfs niet om andere eitjes te “rapen”! En die begon te wenen toen we bij het aan tafel gaan de overige eitjes wegnamen om in de koelkast te leggen.

Elena werd door haar ouders weer naar huis gebracht rond een uur of 24. Zeger, Nany en wij bleven slapen. En het werd dus nog een vrolijke nacht, want dat “slapen gaan” gebeurde tegen de ochtend (met uitzondering van Nany die toch op een “deftiger” uur naar bed trok), na nog luisteren naar prachtige songs – Hendrik had zelfs Brassens voor mij voorzien!

Heel laat op de avond had ik nog een mail aangekregen van Ria Voet: over de begrafenis van Barney vandaag, in Dublin. Maar daar konden Roger en ik dus niet naartoe! Ik heb wel aan hem gedacht deze ochtend op het terras, vlak voor onze lekkere en uitgebreide brunch.

Daarna zijn we  niet lang meer blijven hangen. Ik had gisteren pas een lange en zoals altijd heel dringende vertaling aangekregen, en daar wilde ik deze avond nog zeker drie uur aan werken. En we moesten nog naar het “Schoonselhof” (de Antwerpse begraafplaats), Nany naar Schoten brengen, en Zeger naar Leuven.

Dus namen we afscheid van Anneke en Hendrik. Maar… Ik werd bij het afdalen van de steile trap vanop die derde verdieping weer overvallen door heel erge hoogtevrees! Hendrik heeft me moeten naar beneden helpen, en daar aangekomen stond ik te beven en te zweten, met een kurkdroge mond!

Daarna reden we naar het Schoonselhof. Roger wilde daar immers het graf vinden van een voorvader van zijn Amerikaanse verre nicht Joyce. Dat werd, met Nany en Zeger, een hele zoektocht onder een druilerige regen op die immense begraafplaats! Maar Roger en Zeger hebben het graf gevonden! En ik vermoed dat terwijl ik deze avond toch nog een drietal uurtjes aan het vertalen was, Roger de foto’s heeft doorgemaild naar Joyce.

Daarna brachten we Nany naar huis (ze kon niet mee naar hier komen, want ze verwacht morgen werklui die zullen zorgen dat ze digitale televisie heeft) en Zeger naar zijn studio.

vrijdag 6 april 2012

Folx-les-Caves en Orp-le-Petit

Ik had vandaag ons bureau onder handen genomen (één kamer per dag schoonmaken is voldoende voor mijn rug), en dan was het tijd voor onze dagelijkse wandeling. Ik stelde voor nog eens naar Folx-les-Caves te rijden. We hadden daar immers wel de grot bezocht, maar van het dorp zelf hadden we nog niets gezien. Roger vond het een goed idee.

Echt mooi kun je het dorp niet noemen. Er stonden weinig knappe huizen. Alleen de kerk en een grote hoeve spraken ons echt aan.

P4061285

P4061286-001

P4061287 Foto’s Roger

Wat mij wel aanstond in dat beetje rommelige dorp (maar dat rommelige hindert mij dus niet) was de vriendelijkheid van de bewoners die allemaal spontaan goeiendag zeiden, het “suskewiet”-gezang van de vele vinken en de paadjes die, net zoals in Lincent, je voeren van de ene kant van het dorp naar een heel andere kant.

Maar Roger leek Folx-les-Caves niet zo inspirerend te vinden, dus reden we na een wandeling van net geen uur naar Orp-le-Petit, aan de Kleine Gete. Waar we onlangs, in het voorbij rijden, een kasteeltje en weer een grote boerderij hadden opgemerkt.  En daar wandelden we nog een goed half uur rond.

Orp-le-Petit, de Kleine Gete naast de Rue de la Grande Ferme De Kleine Gete in Orp-le-Petit

Orp-le-Petit, Rue du Château

Orp-le-Petit, Rue Joseph Jadot: kasteelhoeve

Orp-le-Petit, Rue Joseph Jadot: kasteelhoeve Foto’s Roger

En dan was het tijd om naar huis te rijden, waar ik zou zorgen voor het avondeten.

Ik bedacht onder weg dat ik ooit had gehoopt deze streek (Haspengouw dus, dat zich niets aantrekt van de taalgrens) te doen ontdekken aan zoveel nu overleden vrienden (en ik dacht echt niet alleen aan Barney die pas overgegaan is!). Het heeft niet mogen zijn!

donderdag 5 april 2012

Peggy Gordon door The Dubliners

Ik vergiste me in mijn vorige post. Dirk Lambrechts had me gezegd dat mijn nieuwe “Leuvense” naam gebaseerd was op een liedje van “The Dubliners” over een zekere Peggy. En ik heb daar lang en dikwijls “Peggy Lettermore” van gemaakt, terwijl Dirk duidelijk had gezegd dat het over “Peggy Gordon” van The Dubliners ging. Een song dat ik eigenlijk nooit live heb kunnen beluisteren, want ik heb de Dubliners dat lied nooit horen brengen tijdens hun optredens.

Maar vandaag ging ik eindelijk eens op zoek, en zie:

Peggy Gordon door Luke Kelly zaliger

Peggy Lettermore

Ik ben nog steeds aan Barney aan het denken, en kijk eens wat ik vond op You Tube:

 

Peggy Lettermore

Ik begrijp niets van de tekst en dat is normaal: het is Iers! Maar dat liedje heeft Dirk Lambrechts zaliger wel geïnspireerd voor mijn “herdoping” (hij gaf immers iedereen een andere naam). En de naam die hij mij gaf is de naam die Barney elke keer herhaalde, samen met die van Dirk en Roger, op zijn optredens.

Op het filmpje is Barney nog heel jong! Ik schat 34 jaar, en ik dus 24 jaar toen! Rond die tijd heb ik hem leren kennen!

Barney is overleden!

Tijdens onze boodschappen vandaag dacht ik aan hem: volgende maand zijn The Dubliners nog even in België en ik wilde hem opbellen om ergens af te spreken.
Maar… Vlak daarop kreeg ik een sms van Ria Voet: Barney is deze ochtend overleden! Zomaar, ineens ingeslapen terwijl hij aan het praten was.

Barney, ik hoop dat je nu al jouw overleden vrienden (en dus ook Dirk Lambrechts) en jouw vrouw Joke hebt teruggevonden. En ik, ja, ik ben indroevig, maar blij dat we, dankzij Ria Voet,  in oktober de kans kregen elkaar nog eens terug te zien na al die jaren.

Vaarwel lieve Barney!