maandag 7 mei 2012

Met z’n tienen rond de keukentafel

Er kon echt niemand meer bij in onze leefkeuken gisteren! Nu, als Anny nog leefde, dan hadden we wel een heel klein plekje voor haar gevonden… Ze wilde immers zo graag ook komen!

Het was dus heel krap in onze keuken met onze acht (met ons twee maakt dat dus 10 disgenoten) gasten uit Leuven.  Maar wel heel gezellig.

Ik had gezorgd voor een eenvoudig etentje.

P5061576 

P5061581

P5061582 Foto’s Roger

Hoewel het de hele ochtend had geregend, werd het na het eten droog en konden we een vrij lange wandeling maken, weliswaar door de modder (en wat was ik blij, toen we later met onze schoenen vol slijk thuiskwamen,  dat ik eergisteren niet té grondig had schoongemaakt!Glimlach) . We gingen nog iets drinken in De Zwaan in Groot-Gelmen  (dat was voor Roger en mij de eerste keer, en eerlijk, we waren ontgoocheld, niet door het bier, maar door het ontvangst). ‘s Avonds bleven we nog lang keuvelen in de leefkeuken, bij kaas en wijn.

Het ging er gezellig en vaak heel vrolijk aan toe. Er werden herinneringen opgehaald aan onze boeiende jeugd, aan onze vele overgegane vrienden, bijgepraat, en heel veel gelachen. Zeer aangename dag dus!

zaterdag 5 mei 2012

Over een spin

Gelukkig regende het bijna de hele dag vandaag! Ik zeg “gelukkig”, want ik had geen tijd om buiten te komen (behalve om nu en dan iets in de vuilnisbak te smijten). Ik wilde immers nog zoveel mogelijk voorbereiden voor morgen. Dan ontvangen we 8 van onze Leuvense vrienden (en wordt het dus extra krap aan onze keukentafel - nee, de “bibliotheek” is nog niet klaar).

Ik heb dus zoveel mogelijk op voorhand gekookt, en een beetje verder schoongemaakt.

Dat laatste weliswaar vrij oppervlakkig: ik heb het al gezegd, ik ben geen goede huisvrouw. Het idee dat alles morgen avond weer even vuil als gisteren zal worden, speelt natuurlijk mee. Hoewel, ik voel me nooit echt voldaan na een dagje schoonmaken. Wel moe en geradbraakt, maar dat laatste ligt aan het oud worden natuurlijk! Bedroefde emoticon

En, ik heb het geluk dat Roger aan dat huishouden ook niet te veel aandacht schenkt. Hoewel…

Zoals zoveel andere mensen, hecht hij veel belang aan de afwezigheid van spinrag. Ik, in tegendeel, vind spinnen niet echt vies (hoewel ik ze toch liefst niet over mijn vel voel lopen) en ik laat dus geregeld spinnenwebben hangen – soms zelfs bewust.

Deze avond, na het eten, wilde ik nog heel even de wand van het trappenhuis onder handen nemen… En ik zag daar toch een spin op zitten!

Het diertje leek geparalyseerd toen het mij zag aankomen! Blijkbaar zijn die beestjes nog banger dan wij! Ik heb letterlijk rond de spin geveegd, en al die tijd bleef ze ter plaatse zitten (bevend van angst? Dat kon ik niet zien).

Nadat ik mijn “schoonmaak” van de muur had beëindigd,  liep de spin voorzichtig naar een spleetje in de vloer. Heb ik me het ingebeeld dat ze mij aankeek en zonder woorden vroeg: “Zul je mij echt niets aandoen?”.

Ik heb die spin natuurlijk rustig naar haar voor ons verborgen web laten teruggaan!

vrijdag 4 mei 2012

Live Writer plots in orde!

Ik was niet zo tevreden over mijn laatste post via Google (te bewerkelijk!). En ik was niet de enige: Roger verweet me dat ik zijn minst mooie foto’s heb gepubliceerd.

Tja, ik wilde eigenlijk voor mezelf uitmaken hoe ik voortaan verder zou kunnen bloggen zonder de hulp van Live Writer en ik keek voor de rest niet op veel details. Roger heeft dus gelijk!

Na dat (terechte) verwijt probeerde ik nog eens Live Writer uit. En zie het resultaat!

Vermits waarin  ik nu zit te typen alles weer oké lijkt, plaats ik hier enkele mooiere foto’s die Roger gisteren maakte. Van dat vakwerkhuis én het kasteeltje van Chantal zaliger.

Berlingen, Berlingenstraat tegenover de kerk: vakwerkhuis in renovatie (praktisch volledige heropbouw)

Berlingen, Berlingenstraat tegenover de kerk: vakwerkhuis in renovatie (praktisch volledige heropbouw)

Berlingen, Berlingenstraat tegenover de kerk: vakwerkhuis in renovatie (praktisch volledige heropbouw)

Borgloon, Sint-Truidersteenweg: het kasteeltje van de Hulsberg

Borgloon, Sint-Truidersteenweg: het kasteeltje van de Hulsberg Foto’s Roger

Over Windows Live Writer, de wietpas, de “kindjes” en Martin Wings

Live Writer werkt nog steeds niet zoals het hoort. Ik ga dus niet nogmaals proberen hier foto’s aan toe te voegen, uit schrik dat de software weer stokt! Ik heb al wel een antwoord van Hendrik gekregen, maar hij wist ook niet wat er aan de hand kan zijn. Zeger heeft nog niet kunnen antwoorden. Voorlopig dus maar geen foto’s meer, jammer.

Hoewel er vandaag geen gemaakt zijn: ondanks het relatieve mooie weer zijn we niet gaan wandelen. Te veel werk. Roger heeft onder andere eindelijk het gras afgereden. Ik merkte dat onze sering bloeide, wilde er een foto van maken, maar besefte dan dat ik die toch niet zou kunnen publiceren.

Hendrik en ik hadden het tijdens ons telefoongesprek over de onlangs ingevoerde “wietpas” in Nederland. Hoewel ik geen cannabisgebruikster ben (en ook geen koffie- of suikergebruikster: ik vind “mijn” drugs, zijnde tabak, wijn en bier, voldoende… hoewel, waarschijnlijk gevaarlijker dan wiet?), vind ik die beslissing echt verkeerd! ‘Maar,’ vroeg ik aan Hendrik, ‘zou er iets anders kunnen steken achter dat verbieden en hoogstens gedogen van softdrugs?’ We vroegen ons af of misschien de bierlobby (of wijnlobby?) er iets mee te maken heeft?

Wat mij het meeste hindert is weer die bemoeizucht! En dat beperken van onze vrijheid.

Ik ben geen telefoneerster (en onze kinderen, behalve Hendrik een klein beetje,  zijn dat ook niet) maar ik belde tussen al het werk door toch nog even naar onze dochter. Vooral om te weten hoe het nu gaat met Elena die we al een poosje niet gezien hebben.

En deze avond hing ik, na nog een beetje werk, wat rond op het Internet en las daar weer een gedachte van Martin Wings. Hij heeft gelijk als hij zegt dat ik vaak “overgaan” gebruik in plaats van het werkwoord “sterven” (en dat is omdat ik het zo aanvoel). Maar soms gebruik ik toch woorden als  “overlijden” hoor, Martin!

donderdag 3 mei 2012

Vakwerkhuis in Berlingen en kasteel Hulsberg in Borgloon

Nadat we een beetje hadden schoongemaakt (nog maar een klein deel van het huis: mijn rug liet zich daarna weer voelen) zijn we naar Berlingen gereden. Roger wilde immers nog eens inspecteren hoever het zat met de heropbouw van dat vakwerkhuis. Het vordert: nu staan er al binnenmuren in cellenbeton. Ik heb dat materiaal al vaak ontmoet in vertalingen, en het zou heel gemakkelijk te plaatsen zijn!

Daarna reden we naar Hendrieken, waar we een lus van een dik half uurtje maakten naar het Borgloonse kasteel “Hulsberg” en terug. In dat kasteel heeft mijn vroegere Franstalige cursiste Chantal Jadoul zaliger nog  gewoond.

Na het overlijden van haar echtgenoot heeft Chantal het kasteeltje verkocht, is ze verhuisd naar een villa in Heers en kwam ze terecht in mijn lessen “initiatie Nederlands”. Ze was vol goede wil, maar bracht er niet veel van terecht! Misschien lag dat aan haar leeftijd? Ze was toen immers ongeveer 79 jaar.

Eens had ze ons en andere cursisten bij haar thuis uitgenodigd op een “apéritif dinatoire”. Later (of was dat nog daarvoor?) was ze ook eens hier komen eten, samen met dezelfde cursisten. Aandoenlijk was het hoe ze probeerde Nederlands te spreken. Het lukte haar gewoon niet (terwijl bijvoorbeeld de Albanese gasten dat heel goed deden).

Later, toen de lessen al een heel poosje afgelopen waren, belde ze me eens op: ze was weer verhuisd. Nu woonde ze in een echte windmolen! Maar kort daarop is ze overgegaan.

Eigenlijk wilde ik aan deze post enkele foto’s van Roger toevoegen, maar Live Writer crashte telkens als ik daarmee wilde beginnen. Ik heb mijn pc vier keer af en aan gezet om opnieuw te proberen, tevergeefs. Dan maar zonder foto’s.

Jongens, weten jullie aan wat dat kan liggen?

woensdag 2 mei 2012

Onze Lieve Heer begrijpt geen Vlaams (29)

Ontvoogding

Ik had mijn lesje immers geleerd: ik stelde mijn nieuw lief thuis niet meer voor als “mijn vriendje” maar als “een vriend”. In die hoedanigheid heeft hij ettelijke feesten bij ons thuis meegemaakt (soms zelfs met onze vroegere buren uit Schoten) en nooit heeft papa zijn Frans op de proef durven te stellen. Ik bracht immers soms nog andere vrienden mee naar huis: Ieren, Engelsen, Amerikanen, Duitsers, Syriërs, Spanjaarden (waaronder Catalanen), Portugezen, Brazilianen, Mexicanen; en waarschijnlijk zag papa wel in dat voor al die mensen Frans niet meer de "lingua franca" was.

Nu, het Frans van mijn vriend was bijna perfect. Ik herinner me dat één van de woorden die hij verkeerd gebruikte “user” was in de plaats van “utiliser”. Hoe vaak ik hem daar ook op wees, hij bleef beweren dat hij “n’usait pas les filles” (hij besefte niet dat hij daarmee beweerde dat hij de meisjes “niet versleet” terwijl hij bedoelde dat hij “geen gebruik maakte van de meisjes”). Nu, dat deed hij wel want als er iemand wist wat een “scheve schaats” was nog voor de uitdrukking algemeen werd aanvaard, was hij dat wel. En dat hij daar soms in het Frans moest uitleg over geven, kwam doordat hij soms zelfs Franstalige studentes versierde.

Maar ikzelf bleef ook Nederlands leren door te luisteren naar hem en zijn vrienden. En ik ervoer wel dat de taal evolueerde. Zeiden mijn vriend en anderen niet steeds vaker: 'Ik noem Rob of Ella', terwijl ik had geleerd dat ik moest zeggen 'Ik heet Jessy'? Dus ging ik ook "heten" zo vaak mogelijk vervangen door "noemen" in die context. Dat ik daarmee een ernstige fout maakte, zou ik maar beseffen toen Roger, mijn echtgenoot me daar later op wees!

Rond Pasen van dat academiejaar besefte ik dat ik het weer niet ging halen. Ik besloot dus te gaan werken (en in Antwerpen op kamers te gaan wonen). Mijn eerste werkervaring was bij "De Bie", het Antwerpse expeditiebedrijf waar papa tot directeur was gebombardeerd geweest. Omdat hij Franstalig was? Het viel me alleszins op dat al het kaderpersoneel die taal sprak. Ik ervoer zelfs dat ik er door de gewone bedienden niet erg geapprecieerd werd als dochter van een “Franstalige baas”, tot ze inzagen dat ik even Vlaams probeerde te zijn als zij.

Mijn vriendje verloor ik even uit het oog, maar ongeveer een half jaar later, door toedoen van een van zijn vrienden, evenals hij een Flamencogitarist, Wannes Van de Velde, ontmoette ik hem weer in Antwerpen. En ik volgde hem terug naar Leuven... in de auto van mijn latere echtgenoot Roger.

Ik zou in Leuven opnieuw proberen Romaanse filologie te studeren.

Er was veel veranderd in Leuven: de Romaanse filologie was gesplitst, en de Waalse studenten bereidden zich voor op hun verhuizing naar een nieuwbouwstad die “Louvain la Neuve” zou heten. Ik ben in die stad geweest. De eerste keer helemaal in het begin, toen er nog maar een paar gebouwen stonden en er praktisch niemand woonde (echt spookachtig!); en veel later omdat mijn oom Paul (“oncle Paul”) naar Louvain la Neuve was verhuisd met zijn tweede echtgenote Paulette (met wie hij is gehuwd na het overlijden van mijn “tante Bibi").

In de afdeling Romaanse filologie van de faculteit “Wijsbegeerte en letteren” werden alle “Franse” lessen echter nog in het Frans gegeven.

Het viel me wel op dat sommige nieuwe hoogleraars een Vlaams accent hadden - en daarmee bedoel ik vooral hun rollende “R”! Maar dat was niet echt een probleem: in het Frans is dat geen morfeem! Spreekt men in Zuid-Frankrijk immers de “R” niet op ongeveer dezelfde manier uit? Anderen hadden echt een mooi Frans accent. Waarschijnlijk waren dat Franskiljons.

Van één van hen ben ik zeker dat het zo was. Zijn Frans klonk inderdaad prachtig, maar hij was een uitgesproken belgicist en had iets tegen flaminganten (de relletjes in Leuven verminderden wel gestaag, maar het probleem bleef een discussiepunt). Eens hadden we het in een college waar we maar met een tiental studenten aan deelnamen over “cultuur”. Wij, de studenten, beweerden dat taal deel uitmaakte van cultuur. Onze prof was het daar niet mee eens: ‘La langue n’est que le véhicule de la culture!(taal is slechts het vehikel van de cultuur)’, zei hij.

Nu, ikzelf begon me steeds meer vragen te stellen. Mijn vriend leek nog meer Vlaamsgezind dan Chris, en toch hoorde ik hem zo vaak Frans, Engels of Spaans spreken.

Eens vroeg ik hem (ik herinner me dat het gebeurde na een bezoekje van André De Boeck, de collegevriend van mijn vader die me ooit had gezegd dat zijn moeder hem liever in het Frans opvoedde dan hem een of ander Limburgs dialect te laten brabbelen) waarom hij weigerde Frans te spreken met mijn vader, maar wel die moeite deed voor André en onze buitenlandse vrienden.

‘Vind je onze contacten met al die mensen verrijkend?’

En ik: ‘Ja, natuurlijk!’

‘Omdat je veel van hen krijgt aangeboden?’

‘Inderdaad!’

Met al die mensen spraken we Frans, soms Engels, soms Spaans (ik leerde immers Spaans als tweede taal in de “Romaanse” en mijn vriend profiteerde daarvan).

‘Vind je dan niet dat wij ook iets te bieden moeten hebben, ook aan jouw vader, al is het maar onze taal, cultuur en muziek?’ En dat vond ik de kogel juist gemikt!

Inderdaad: ik herinner me dat hij onze “allochtone vrienden” dikwijls Vlaamse en Nederlandse “chansons” (meestal van zangers die hij persoonlijk kende) liet beluisteren en dat ik dan de tekst, van bijvoorbeeld Dimitri Van Toren of Wannes Van de Velde, in het Frans moest vertalen (als hij het zelf al niet probeerde in het Engels natuurlijk). Maar Wannes Van de Velde stelde me voor problemen: als die anderstaligen al eens een Nederlands woord begonnen te herkennen, hoorden ze bij hem heel andere (Antwerpse!) klanken.

Nu, mijn vriend heeft toch weinig mensen kunnen overhalen om echt Nederlands te leren. Een Française heeft het even geprobeerd, maar bracht er weinig van terecht. En voor de rest waren er enkel een Duitse en een Syrische vriend die wel voldoende moeite hebben gedaan en die aan het eind van hun studies onze taal zeer behoorlijk spraken.

dinsdag 1 mei 2012

Mirakelspel Sint Evermarus van Friesland in Rutten

Al sinds we hier wonen,wilden Roger en ik 1 mei vrijhouden om naar dat mirakelspel te gaan kijken. Maar ofwel vergaten we het, ofwel hadden we andere verplichtingen. Dit jaar lukte het ons eindelijk.

Ik ga de legende van Sint Evermarus niet navertellen: u vindt hier het hele verhaal.

Ik was een beetje bang tussen een menigte toeschouwers terecht te komen (ik hou niet van menigtes) maar toen we aankwamen in Rutten was het er nog vrij rustig.

Rutten: locatie van het mysteriespel van Sint-Evermarus. Zie http://rkforum.activeboard.com/t20873558/mirakelspel-sint-evermarus-van-friesland/ Foto Roger

We hadden zelfs de tijd om eerst de kapel, die anders nooit open is, te bezoeken.

Rutten: interieur van de Sint-Evermaruskapel

Rutten: interieur van de Sint-Evermaruskapel Foto’s Roger

Ik had voor alle veiligheid mijn wandelstokken meegenomen. Ik vermoedde immers dat we tijdens het hele spektakel zouden moeten rechtstaan (daar kan ik al ook niet tegen! Bedroefde emoticon) en ze kwamen inderdaad goed van pas om op te steunen! Glimlach Hoewel, een volgende keer neem ik toch ons driepikkeltje mee, want mijn benen deden echt pijn na die twee uur rechtstaan.

Naarmate 14 uur naderde, kwam er steeds meer volk opdagen. Mensen van Rutten zelf, maar ook bedevaarders.

Rutten:  het mysteriespel van Sint-Evermarus. Zie http://rkforum.activeboard.com/t20873558/mirakelspel-sint-evermarus-van-friesland/  De pelgrims stappen rond de kapel

Rutten:  het mysteriespel van Sint-Evermarus. De pelgrims verzetten zich tevergeefs. Een van de pelgrims is ontsnapt. De ruiters verzamelen en zetten de achtervolging in. Foto’s Roger

Toch kreeg ik nooit de indruk dat ik “omsingeld” was: dat lag waarschijnlijk aan de open ruimte. We zaten immers in een zeer landelijk dorp, niet in een stad.

De legende van Sint Evermarus werd verteld en nagespeeld op een weide naast de kapel. En dat spektakel werd afgewisseld met optredens van de dorpsfanfare.

Rutten:  het mysteriespel van Sint-Evermarus. De pelgrim is dood. De fanfare speelt een afscheidslied Foto Roger

Op onderstaande foto’s ziet men Evermarus en zijn gezellen, in het terugkeren van Santiago de Compostella, aankomen “in het bos” nadat ze eerst hadden aangeklopt bij de burcht van Hakko.

Rutten:  het mysteriespel van Sint-Evermarus. Zie http://rkforum.activeboard.com/t20873558/mirakelspel-sint-evermarus-van-friesland/  De pelgrims zoeken een rustplaats Foto Roger

Terwijl ze slapen in het bos, komen de handlangers van Hakko er ook aan.

Rutten:  het mysteriespel van Sint-Evermarus. De pelgrims slapen

Rutten:  het mysteriespel van Sint-Evermarus. De achtervolgers hebben de pelgrims gevondenFoto’s Roger

En de bedevaarders worden een voor een in bedwang gehouden (soms na een heus gevecht) tot Evermarus gevonden en gedood wordt.

Rutten:  het mysteriespel van Sint-Evermarus. De pelgrims verzetten zich tevergeefs. Alleen Evermarus laat zich zonder tegenstand overmeesteren

Rutten:  het mysteriespel van Sint-Evermarus. Vergeefs verzet Foto’s Roger

Daarna worden de  gezellen van de heilige ook vermoord, maar de jongste kan ontsnappen.
Dat was het einde van het eerste deel.

Voor het tweede deel verplaatsten al de toeschouwers zich naar een andere weide. Daar werd de voortvluchtige bedevaarder opgejaagd door de ruiters van Hakko.  Het werd een gevecht met wilgentakken.

Rutten:  het mysteriespel van Sint-Evermarus. De ontsnapte pelgrim wordt gezocht en gevonden. Hij verzet zich.

Rutten:  het mysteriespel van Sint-Evermarus. In het midden: de ontsnapte pelgrim

Rutten:  het mysteriespel van Sint-Evermarus. De ontsnapte pelgrim slaat de ruiters met wilgetwijgen. De ruiters repliceren.

Rutten:  het mysteriespel van Sint-Evermarus. De ruiters trachten de pelgrim te vangen. Hij blijft zich verzetten en slaat er op los Foto’s Roger

Er werden soms wel gevaarlijke toeren uitgehaald met de paarden op  die heuvel!

Rutten:  het mysteriespel van Sint-Evermarus. De ontsnapte pelgrim slaat de ruiters met wilgetwijgen. De ruiters repliceren. Foto Roger

Een toeschouwer uit Rutten, een paardenfokker,  vertelde  ons dat zijn paarden nooit deelnamen aan het spel: veel te riskant! Voor twee jaar zijn er naar het schijnt drie paarden dood gebleven (gevallen op die helling).
Deze keer viel trouwens ook een ruiter van zijn paard, recht op een steen.

Maar al bij al vond ik het allemaal echt de moeite waard! Ik heb genoten van de spirituele sfeer van het eerste deel… Wel iets minder van de “gevechten” uit het tweede deel, hoewel de wirwar van galopperende paarden wel een lust was voor het oog.

Daarna wilden we iets gaan drinken (ik heb niet gekeken hoe warm, maar het was warm!), maar in Rutten was het uiteraard veel te druk. Het werd dus een Orval voor mij en een La Chouffe voor Roger op het terras van hotel Ri Coëme voor ik thuis het jongste nummer van Oostland zou nalezen.