donderdag 3 januari 2013

Boodschappen, huishoudwerk, vertaling, Star Trek… en weer regen!

Vandaag boodschappen gedaan terwijl het bijna constant goot. Ik verkondig vaak dat ik niet houd van de winter maar dit (toch heel zachte) weer maakt me bijna depressief! Toch ben ik iemand die soms regen kan appreciëren. Alleen houdt dat natte nu al te lang aan!

Daarna stond op mijn programma “de kamer van onze dochter onder handen nemen” (één kamer per dag, anders lijdt mijn rug eronder). Bij onze thuiskomst wachtte echter een dringende vertaling (in feite had ik de mail horen binnenkomen op mijn mobieltje, maar ik had er onderweg niet echt aandacht aan besteed). Daarom was Roger zo lief om die huishoudtaak van mij over te nemen.

De vertaling betrof een aanvulling op een lange vertaling die ik onlangs had gemaakt en ging vlot. Ik moest ook de colofon voor de brochure vertalen en vroeg mij af waarom daarin (bijna?) alle medewerkers worden vernoemd, maar er  geen sprake is van de vertaler. Nee, niet omdat ik mijn eigen naam daarin had willen lezen! Sinds ik aan vertalingen begonnen ben, leerde ik immers, nog meer dan ik het van thuis uit had geleerd, heel bescheiden te zijn. Als er in die colofons al sprake zou zijn van een vertaaldienst, zou dat gaan over het vertaalbureau waar ik de opdracht van kreeg, en niet over mezelf. De meeste mensen denken immers dat de contactpersoon van een vertaalbureau alle vertalingen zelf maakt. Mijn vraag was dus alleen: waarom vertelt zo’n colofon niets over de vertaling?

Ik was op tijd klaar om voor het avondmaal te kunnen zorgen en heb na het eten (terwijl Roger de vaatwasser vulde) enkele tijdschriften doorgenomen, en nog gekeken naar en genoten van een aflevering van Star Trek.

En daarna merkte ik dat het nog steeds regende!Bedroefde emoticon

woensdag 2 januari 2013

Ziekenbezoek

Na ettelijke uren boekhoudwerk (nog facturen, verzendingen, naar de post gaan, … voor mezelf en de KVLS) gingen we deze middag eindelijk nog eens op bezoek bij onze familiezieke. Ze verblijft nu in een revalidatiecentrum in Herk de Stad.

Toen we eindelijk haar kamer hadden gevonden, bleek zij, met haar man en dochter, net van plan naar de cafetaria te gaan. Ze was heel goed gezind (het gaat opvallend beter met haar) en lachte heel veel.

We vergezelden ze, en werden in de cafetaria vervoegd door haar schoonzoon, diens ouders en de kleindochter van onze zieke, een heel schattige meid van nu twee jaar en half.

Bij een drankje werd er lang gekeuveld. Onze zieke – nochtans de hele tijd optimistisch – zei me op een zeker ogenblik toch dat ze het beu begon te worden: ze zou zo graag naar huis gaan! Wat begrijp ik haar! En wat moet dat allemaal vermoeiend zijn voor haar gezin!

We waren thuis rond 17:30 uur. Ik heb snel gekookt, we hebben gegeten, ik heb even verder gelezen in dat boek van Bodifée (en vind het zo jammer dat ik zo weinig ken van wetenschap: de conclusies van de auteur zijn ongelooflijk boeiend, maar ik kan op geen enkele manier verifiëren of hij gelijk heeft); en daarna heb ik nog naar een aflevering van Star Trek gekeken: “Elementary, dear Data”.  Van in het begin vond ik de aanwezigheid van dat “holodek” op het ruimteschip fascinerend. En deze aflevering, die zich bijna helemaal daar afspeelt, is in zijn geheel echt fascinerend! Roger daarentegen (die na mij dezelfde aflevering bekeek), vond die te ongeloofwaardig. Ik niet!

Hieronder zien jullie een stukje eruit:

Voor mijn part op filosofisch gebied een heel diepgaande aflevering

dinsdag 1 januari 2013

Foto’s van onze wandeling in Borgloon en deelgemeente Kuttekoven

In mijn vorige post had ik het zo druk met babbelen (roddelen?) over die Waalse blogger, dat ik vergat dat Roger vandaag tijdens de wandeling ook foto’s had gemaakt! En, naar mijn gevoel, soms heel mooie!

Hier zijn ze (alle foto’s zijn van Roger):

Judaspenning (http://www.hortus-arcadie.nl/Plantvdweekarchief/judaspenning.htm) Judaspenning, gefotografeerd in een straatje van Borgloon!

P1013586 Café op het Stationsplein in Borgloon (de vroegere uitbaatster zou een achternicht van Roger zijn geweest)

Van Borgloon ging het vandaag naar Kuttekoven (deelgemeente van Borgloon). En daar maakte Roger volgende foto’s:

P1013589

P1013590

P1013591

P1013593 Over deze kapel vertelde tante Laure (de tante van Roger) ons heel vaak: een vrouwtje zou het beeld van Onze Lieve Vrouw in de kapel ooit hebben zien tranen, en dat was het begin van een bedevaartrage. Zelfs vanuit Wallonië kwamen ze daar bidden!

P1013594 Kerststal naast de kapel hierboven, in Kuttekoven. Op de achtergrond ziet men een doedelzakspeler! En zoals meestal is het kindje enorm groot vergeleken met zijn ouders. En net aan dat werd ik gisteren herinnerd toen ik keek naar de aflevering “The Child” in de reeks “Star Wars”.

P1013597 Het mooie dorp Kuttekoven.

Alle foto’s zijn van Roger.

Inspiratie voor “Bye bye Belgium”?

Buiten opruimen, het poorthuis vegen, een wandeling in Borgloon, koken (wortelsoep gevolgd door de reebereiding die eigenlijk voor gisteren was bedoeld) en kijken naar een aflevering van Star Wars*, heb ik vandaag enkele uren besteed aan de KVLS (kasverslagen, facturen) en gesurft.

Ik kwam toevallig op deze blog terecht maar ik heb nergens gevonden van wie die precies is. Wel van een Waal, dat is duidelijk. Ik las er het volgende:

“J'avais la nostalgie d'un splendide coucher de soleil sur la plage d'Oostduinkerke, admiré voici quarante ans et, vu mon âge, je m'étais promis de le revoir un jour. Ce jour était arrivé ! Je gagnais, en voiture, l'appartement d'un ami où j'avais résidé souvent. II m'avait bien prévenu que la nouvelle salle de bain n'était toujours pas installée : depuis que les artisans wallons ne pouvaient plus travailler en Flandre, les installateurs flamands ne savaient pas suivre ; de plus, c'était pour un Wallon ! D'ailleurs, avait-il avoué dans un soupir, je m'attends à être exproprié : le gouvernement flamand a pris un arrêté interdisant aux Wallons de posséder la moindre parcelle de terre flamande... Mais la commune, future propriétaire, ne lui offrait même pas le quart de la valeur de l'appartement.

Je savais que je n'allais pas vers le paradis : le Vlaams Blok avait remporté les dernières élections avec 64 % et, d'emblée, interdit tout autre parti qui ne suivait pas exactement ses idées. Et ils avaient " réformé " le nouvel état flamand indépendant : dans les écoles, tout cours de français était supprimé ; il était interdit de parler français en rue ou dans les magasins ; des policiers en uniformes noirs, avec des roottveilers rie comprenant que le flamand, parcouraient sans cesse les rues, à l'affût de pareille infraction. Il n'y avait plus qu'un seul journal : " Vlaamse Leeuw " et un hebdomadaire : " Signaal " ; les radios francophones étaient brouillées de parasites les rendant inaudibles ; et partout des drapeaux jaunes au lion noir. Même les églises de la côte étaient surveillées : pas question qu'un prêtre y dise un mot de bienvenue en français ! On m'avait même dit que des groupes de Willekeurige Jongen " (jeunes volontaires) s'initiaient à tous les arts militaires et étaient armés dès 16 ans.

Enfin, je roulais sur l'autoroute d'Oostende. J'avais déjà eu des difficultés à Aalter : un poste frontalier gardé par des douaniers armés. J'avais du exhiber mon passeport pour entrer en Flandre, obtenu après bien des démarches au Kanselarij consulat) flamand de Namen. Ma voiture fut fouillée de fond en comble, pour voir si je ne transportais pas un passager clandestin ou si je ne servais pas de taxi " illégal " puisque, dès la frontière linguistique,tout transporteur wallon devait confier ses passagers à un car flamand. Après avoir signé un engagement sur ma vie de quitter le territoire dans les 48 heures (délai limite pour un Wallon) et subi un examen médical (les Wallons sont tous suspects de porter des maladies), et un autre sur ma connaissance suffisante du néerlandais pour un touriste, je pus repartir.

Je roulais donc, impatient de voir enfin la côte. Mais voilà que deux motards me rejoignent et m'ordonnent de m'arrêter sur la voie de détresse. Bon Dieu ! Je roulais à 120, comme chez nous, oubliant que la Flandre avait un autre règlement, limitant la vitesse à 110... Devant la morve et l'arrogance des policiers, j'avoue que j'ai perdu mon sang-froid et j'ai dit que ce règlement était une sottise. Ils ont insisté en hurlant : " Vous êtes ici sur le sol flamand ! " et m'ont alors mis les menottes :j'avais " insulté le gouvernement ", donc la Moeder Patrie ! Conduit au poste, j'ai subi un interrogatoire " musclé " et les provocations m'ont ancré dans ma résistance : je refusais de parler flamand ! Ils ont dit un tas de choses que je n'ai pas comprises et m'ont emmené à Breendonck, comme suspect politique dangereux.

Dans mon cachot, aux murs couverts de graffitis de noms d'anciens prisonniers de 40-45, je me suis trouvé avec un pro fesseur de l'Université de Gand qui m'a conté son histoire : dans un cours de sociologie, il a commis l'erreur de dire que le séparatisme était une aberration. Le lendemain, il était arrêté : dénoncé par un de ses élèves, militant des Jeunesses nazies, mouvement extrémiste du Vlaams Blok et renaissance d'autres groupes néo-nazis autrefois " interdits par le gouvernement belge. Il était accusé de déviationnisme " et attendait depuis six mois d'être jugé par un tribunal politicomilitaire. Car l’armée nationale flamande était aussi à la solde du Vlaams Blok. Dehors, dans la cour, on entendait des ordres gutturaux et des militaires s'exerçant à marcher au pas de l'oie...

Mais le lendemain matin, le directeur du Fort reconnut que les policiers y avaient été un peu fort avec moi. II me libéra en disant, d'un ton narquois : " Je crois qu'il serait préférable que vous ne mettiez plus le pied sur le sol flamand !

Je n'ai pas revu le coucher de soleil sur la mer d Oostduinkerke... “.

Ik ga dat  niet vertalen, gebruik er desnoods “Google vertalen” voor: het resultaat zal goed genoeg zijn, en wie weet misschien zelfs beter dan hoe de blogger zijn wilde fantasieën in het Nederlands vertaalt (hij schrijft ergens “willekeurige jongen” waar hij “jonge vrijwilligers” bedoelt).Glimlach

Het stukje illustreert wel duidelijk hoe sommige Walen denken over ons Vlamingen. En het deed me heel fel denken aan “Bye bye Belgium”, een uitzending van de RTBF over de zogezegde splitsing van België.

Tijdens onze wandeling in het mooie Borgloon zei ik tegen Roger dat ik dacht dat die onbekende blogger werd geïnspireerd door die uitzending. Thuis heb ik het nagetrokken: zijn stukje is van 2004, die uitzending vond plaats in 2006. Heeft die blogger misschien de makers van de uitzending geïnspireerd?

Later

*Ik kreeg al meteen een opmerking van een volger: ik kijk inderdaad niet naar Stars Wars, maar naar Star Trek! Glimlach

maandag 31 december 2012

Oudjaar

Ik heb het al gezegd: Roger en ik vieren deze dag niet meer. Ik zou deze avond een ietsje uitgebreider maal bereiden (niet zozeer omwille van de datum, maar omdat ik veel restjes wilde verwerken in nieuwe gerechten).

Daar kon ik echter maar vrij laat aan beginnen, want ik stond deze ochtend op met een tranend, brandend oog. Sinds jaren heb ik daar om de enkele maanden last van; de oogarts wijt het aan het feit dat ik mijn ogen nooit helemaal zou sluiten tijdens het slapen, wat op de duur een brandend effect heeft op de pupil. De laatste tijd komt het echter vaker voor, vooral als ik de dag ervoor heel lang naar het computerscherm heb gekeken. Ik vraag me dus af of het geen CVS is. Gisteren had ik immers ook uren voor de pc doorgebracht, niet alleen voor mijn werk, maar ook om opdrachtfilmpjes van onze dochters cursisten te bekijken en te evalueren.

Kortom, vandaag deed mijn oog de hele dag vreselijk pijn en voelde ik me zo goed als blind (dat lijkt me het ergste wat je kan overkomen!).

Afijn, deze avond ging het beter, onder andere dankzij kompressen van kamille, en ik ging dus aan het koken. Helaas, na ons glas Oloroso met toastjes humus en olijven, de broccolisoep en daarna de gratin van peulvruchten als tussengerecht, voelden Roger en ik ons zo voldaan dat ik het voorziene hoofdgerecht niet meer heb bereid. Een dessert maak ik voor ons beiden sowieso nooit klaar, alleen eet ik meestal een uur of twee na ons avondmaal nog een stuk fruit.

Daarna heb ik nog naar één (niet naar meer om mijn oog toch een beetje te ontzien) aflevering van Star Trek gekeken (en ervan genoten)… en over één minuut is het tijd voor mijn enige toegeving aan dit “feest”: telefoneren naar Nany en de “kindjes”.

Later

Die telefoontjes zijn ondertussen gebeurd (terwijl buiten alle honden blaften: vuurwerk ergens in de buurt), dus kan ik straks de avond rustig afsluiten, met een gierende wind als achtergrondgeluid.

Aan al mijn bezoekers, mama, “kindjes”, zus, broer en vrienden, toch een heel gelukkig, spannend en liefdevol 2013 gewenst!

zaterdag 29 december 2012

Wandeling, wetenschap en taalkunde

Het regende vandaag eindelijk eens niet! En het weer was heel zacht. We maakten een wandeling in de buurt van Piringen en ik heb er echt van genoten: het was zo lang geleden! Een hele poos zag het ernaar uit dat we helemaal alleen zouden zijn tijdens de hele lus, maar ineens kwamen er twee mannen aan een vrij hoog tempo achter ons aan gewandeld.

Omdat Roger net een foto aan het maken was van de ruïne van de burcht van Kolmont die je in de verte zag, haalden ze ons in en sprak een van de wandelaars (die ook Roger bleek te heten) ons aan: ‘Jullie zijn niet van de streek, veronderstel ik?’

IMG_1703 Foto Roger

We geraakten in gesprek. Hij dacht dat we niet van hier waren omdat mensen uit de streek niet zo gauw foto’s maken. Hij en zijn maat bereidden een wandeling van ettelijke kilometers voor: morgen zou het college van Tongeren (hij bedoelde leerlingen, ouders, grootouders, …) dezelfde wandeling maken (ik hoop dat ze geen regen zullen hebben). Die Roger vertelde ons ook over zijn vele wandelingen in de buurt en over de mooie kastelen en gebouwen die hij dan ontmoet (die we trouwens ook al ontdekt hebben).

PC293577 Foto Roger

Deze avond, na het eten, toen ik in de relax lag te lezen in “Het vreemde van de aarde” van Gerard Bodifée (jawel, Nononc en Françoise, met de gebruikelijke zwarte chocola smeltend op mijn tong), dacht ik terug aan een discussie met mijn broertje op Kerstavond. Hij is bijna veertien jaar jonger dan ik, en “mocht” van onze ouders de richting Latijn-Wetenschappen volgen. Ik, zoveel jaren vroeger, mocht dat niet toen ik het vroeg. Omdat ik Grieks  (amper) aankon, moest ik verder “Latijn-Grieks” volgen. Dat vond mijn vader immers het summum.  Helaas, van dat Grieks ben ik bijna alles vergeten, en van wetenschappen ken ik bijzonder weinig. Broertje vond dat papa gelijk had vermits ik later voor Romaanse filologie zou kiezen. Daarvoor was echter alleen mijn kennis van het Latijn nuttig. En van wetenschappen ken ik nu zo goed als niets. Dat schept soms moeilijkheden als ik een wetenschappelijke tekst moet vertalen… en van het boek van Bodifée begrijp ik minder dan de helft! Desondanks blijft het mij boeien (ik veronderstel wel dat het tegenwoordig op wetenschappelijk gebied gedateerd is).

Roger wees mij vandaag ook op een onlangs verschenen boek over die tussentaal  waar ik me zo kan aan ergeren: “De manke usurpator”.  Eigenlijk zou ik dat moeten kopen! Maar we hebben al zoveel kosten gehad de laatste weken: nog even wachten dus!

Ik heb de avond beëindigd met het kijken naar een aflevering van Star Trek en een gedachte voor de, op een onbegrijpelijke wijze, in Heers pas verongelukte dokter Mairiaux. Nee, hij was niet onze huisarts (wel van veel mensen uit onze straat), maar ik heb hem vaak ontmoet toen ik lessen “initiatie Nederlands” gaf op de gemeente.

vrijdag 28 december 2012

Onze Lieve Heer begrijpt geen Vlaams (39)

Thuis in Limburg

Ik voelde me heel snel thuis in ons dorp hier in Limburg. Mijn voornaamste gemis was alleen de typische Antwerpse manier van converseren, vol kwinkslagen.

Ik heb het al gezegd: de mensen spreken hier een mooier AN dan in Antwerpen, maar ik heb niet de indruk dat ze echt fier zijn op hun Nederlands zoals Fransen dat kunnen zijn op hun taal. Hoewel ze eigenaardig genoeg (want op de taalgrens wonend) slechter Frans spreken dan de meeste Antwerpenaren, hebben ze sneller de neiging om Franssprekenden in het Frans te beantwoorden.

En, hoewel ze het niet spreken met ons, merkte ik al gauw dat een deel van onze dorpsgenoten echt heimwee heeft naar zijn vroegere dialect!

Roger en ik werden lid van de vereniging voor heemkunde, en werkten zelfs een poosje mee in de werkgroep "dialecten".   Aan onze samenwerking kwam echter snel een einde: terwijl het onze bedoeling was het vroegere dialect vast te leggen voor latere generaties (als een deel van ons verdwenen patrimonium) wilden de anderen net dat dialect weer promoten. Daar kon ik me dus niet in vinden, en na enkele aanvaringen besloot ik niet meer mee te doen. Ik vind het al erg genoeg dat we met dat verkavelings-Vlaams zitten opgescheept! Meer diversificatie vond ik helemaal uit den boze!

Nu, misschien is die evolutie niet tegen te houden... Daarover las ik in die tijd een reactie op een van de stukjes van LVB:

“Johan Vandepopuliere, woensdag, 2 maart, 2011 - 15:49:

Het Vlaams heeft zich als culturele identiteit gedissocieerd van het Nederlands in de jaren 80 en 90 onder invloed van het massamedium televisie en in het bijzonder de twee vaandeldragers van de televisie-cultuur VTM en Woestijnvis. Door de vrije marktwerking is het televisie-aanbod geëxplodeerd, kwantitatief maar ook kwalitatief, of in elk geval met een amplitude die de Vlaming heeft weggelokt van de Nederlandse zenders. Daar vond die voorheen asiel als de staatsomroep te belerend, ouderwets, ernstig of eenzijdig was.

Soaps en BV-panels werden de norm en daarin werd meer en meer dialect gesproken, of de tussentaal, het vermaledijde verkavelingsvlaams. Intussen stond het Hollands Nederlands ook niet stil. Luister naar Boudewijn de Groot of bekijk programma's van de jaren 70: het Nederlands op de radio's en TV's van beide landen verschilde niet zo erg veel. Nederlanders gebruikten nog niet "Hun hebben ..." om maar een voorbeeld te geven.

Zelfs het nationale niveau staat onder druk door de globalisering. Opnieuw is technologie het Internet) de drijvende kracht van de sociologische evolutie. Engels is nu de lingua franca voor economie en zelfs voor veel cultuurvormen. De ruimte die overblijft, met name het fysieke verkeer, wordt ingevuld door dialect of lokale varianten van de standaardtaal. Westvlaamse varianten verschillen veel meer van Belgisch Limburgse, dan varianten aan weerskanten van de Maas onderling. Politiek is er echter wel een reactionaire, nationalistische reflex, die zich onder meer uit in een claim op de "Vlaamse taal".

Het duurt langer dan ik had gedacht, maar mettertijd zal het nationale niveau onvermijdelijk verdampen. Het Engels zal vrijwel alle functionele niveaus bezetten. De volkstaal wordt weer wat hij was: een omgangstaal voor het fysiek bevattelijke niveau, niet gehinderd door standaarden. Op termijn valt het niet uit te sluiten dat het Engels ook dat niveau overneemt. Men ziet nu al dat de werkvloer in technologiebedrijven zich de moeite besparen alles in het Nederlands om te zetten. "Fetcht maai is dat deejta model".  Vlaamse managers delven het onderspit in de concurrentiestrijd om managementpostjes of commerciële onderhandelingen. De survival of the fittest zal er wel voor zorgen dat ook hier native speakers worden gekweekt (bemerk de vele bastaardwoorden in mijn betoog)”