zondag 6 januari 2013

Een rustige zondag, een mailtje over Dirk Lambrechts zaliger en weer een bericht over het overlijden van een vroegere vriend

Terwijl het een uurtje niet regende vandaag, gingen we nog eens wandelen in de velden rond Veulen. Het was wel heel nevelig en het bleek toch nog een beetje te miezeren. En de velden waren zo kaal – behalve een pas geoogste spruitjesplantage die een heel weeë geur verspreidde.  Niemand ontmoet, niets interessants gezien, behalve een troep wilde eenden. Ik vond het begin van de wandeling echt niet opwekkend… maar gaandeweg genoot ik toch van de meer subtiele geuren en van het eindelijk weer eens goed doorstappen.

Deze avond wilde  ik uiteraard weer voor een lekker etentje zorgen… maar het viel niet echt mee. De frietjes die ik serveerde bij onze tomaat-garnaal (“tomate-crevette” zeggen ze in het Vlaams!Glimlach) had ik een tijdje geleden als overschotje ingevroren zonder ze een eerste keer te frituren. Dom van mij! Noch Roger noch ik hebben onze portie “patat” – dat is dan weer “echt Nederlands” voor friet (en voor mij etymologisch onbegrijpelijk)  -  opgegeten! Glimlach

Terwijl ik deze avond verder las in dat boek van Gerard Bodifée (traag, want ten eerste gaat het heel vaak over wetenschap, en ten tweede:  telkens als de auteur overstapt op zijn dichterlijk geschreven conclusies,  geeft dat bij  mij aanleiding tot mijmeren en heel veel nadenken), werkte Roger nog eens voort aan de website van de KVLS. En vroeg hij mij soms aanwijzingen. Ik ging dus ook aan mijn pc zitten en kreeg daar prompt een paar mails door.

De eerste die ik opende was van een Leuvense vriendin die vertelde dat  Jan Simoen op 59 jaar is overleden!

Toen ik de Romaanse filologie hervatte in Leuven na een paar jaar werken, was hij mijn medestudent. Heel veel contact had ik niet met hem tijdens onze studies: hij was verloofd met Linda én samen met haar echt een blokbeest. Maar aan het einde van onze studie, en zeker daarna, kreeg ik hem vaker te zien. Hij leerde immers Dirk Lambrechts kennen! Samen in het zog van Dirk lopen volstond in die tijd immers vaak om elkaar beter te leren kennen. Jan verbaasde zich er trouwens over dat hij mij op een andere manier ontmoette dan op de aulazitjes. En ik nog meer.  We hielden even contact en ik vernam nog dat zijn (eerste) vrouw Linda overleden was aan een hersentumor. Heel tragisch vond ik die historie: op de proclamatie aan het einde van onze studie bleek Linda geslaagd met de allergrootste onderscheiding. Maar ze begon te wenen toen ze dat vernam. Daar begreep ik toen niets van, maar later vertelde Jan me dat ze toen al wist dat haar einde naderde.

En nu blijkt Jan ook gestorven aan een tumor!

Jan en ik hadden elkaar uit het oog verloren, maar ik volgde zijn schrijverscarrière wel van op afstand. Alleen wist ik niet dat hij ziek was. Jammer!

Nadat ik dat slechte nieuws een beetje had verwerkt, opende ik een volgende mail, van Jopie Jonkers die ik alleen van naam ken. Oei oei (zou Elena mij nazeggen), dat ging over het uitgeven van een boek over Dirk Lambrechts, en of ik zou willen meewerken? Er werd over beslist bij Ivo Hermans, door onder andere haar (Jopie dus) en Koen De Cauter.

Uiteraard wil ik meewerken, maar hoe doe ik het om mijn herinneringen aan Dirk bescheiden en bondig te houden???

Ik heb nog niet geantwoord.

zaterdag 5 januari 2013

Elena en haar mama op visite

Onze schoonzoon moest deze avond in Hasselt zijn en dus vroeg onze dochter me gisteren aan telefoon of zij en Elena hier mochten komen eten deze avond. Uiteraard!

Wat vond ik onze grote meid fel gegroeid sinds Kerstmis! Haar ouders bevestigden dat: ze hadden haar onlangs nieuwe spijkerbroekjes moeten kopen.

Het werd een heel eenvoudige maaltijd en een heel aangename avond. Elena heeft wel weinig gegeten, want ze wilde constant “pelen”. Uiteraard moest ik meespelen: met de poppetjes, met autootjes, enzovoort. Tekenen en vertellen uit een boek over Tiny waren er ook bij. Nu begint Elena zelf in zinnetjes te vertellen wat ze allemaal ziet op de afbeeldingen. Ze spreekt nog veel beter dan een goede week geleden. Ze liet ons een “wensje” horen dat ze van haar onthaalmoeder Lutti heeft geleerd ter gelegenheid van nieuwjaar. En paste uit zichzelf de aanspreking aan van ‘Lieve papa en mama’ naar ‘Lieve opa en oma’. Fier dat ze was! Ze maakt nu ook negatieve zinnen, maar plaatst de negatie nog na het werkwoord zoals in het ‘Elena slapen niet!’ dat we heel vaak moesten horen, al viel ze op een bepaald moment bijna om van de slaap. Alles probeerde ze om het (even, want ze zou later weer mee naar huis rijden) naar bed gaan uit te stellen. Ze wilde naar “Bumba”  kijken, daarna vroeg ze haar opa: ‘Opa zoeken (naar) klein lief konijntje’ en wees naar zijn tablet. Na dat ene kinderliedje, wilde ze nog andere liedjes horen en opa moest daar telkens naar googelen. 

Toen haar papa zijn twee vrouwtjes kwam ophalen, wilde Elena eerst niet mee: ‘Elena naar huis niet, Elena (bij) oma en opa blijven!’ Helaas, dat was niet mogelijk. Elena drinkt nog graag een flesje melk voor het slapengaan, en haar ouders hadden én de melk én het flesje vergeten. Ik heb – in de tijdspanne dat we haar even probeerden te slapen te leggen en dat we constant moesten horen: ‘Elena slapen niet!’ – geprobeerd haar sojamelk (de enige melk die we in huis hebben) te laten drinken uit haar beker, maar dat leek ze niet te lusten. Een beetje kaas wilde ze wel, maar ze zou haar flesje voor bedtijd al te zeer gemist hebben, vrees ik.

vrijdag 4 januari 2013

Congoboot Charlesville

Ik wist al lang dat er veel te doen was om die laatste Congoboot te redden van het slopen, maar het heeft blijkbaar niet geholpen.  Jammer, want er hingen zoveel herinneringen aan vast! Ook mijn vriendin Martine heeft geprobeerd haar schrijfsels toe te voegen aan het protest tegen die  afbraak, maar ook dat heeft niet gebaat.

Ach, we hebben met zovelen geprobeerd! Een vriend opperde dat dit schip perfect zou passen op de Schelde, in de buurt van  het museum “Mas” in Antwerpen. Wat natuurlijk klopt.

Alleen betekent het behoud van dat schip dat er enorm veel geld aan besteed moet worden, wat nu, met de economische crisis, helemaal niet vanzelfsprekend is.

Ik denk dus nog maar eens aan het gezegde “Sic transit…” en zal mijn herinneringen aanspreken wat betreft de “ville-boats” zoals wij die boten noemden.

In mijn allereerste boek had ik het trouwens uitgebreid over ons leven op zo’n schip! Dus, wat mij betreft, leve de herinneringen!

donderdag 3 januari 2013

Boodschappen, huishoudwerk, vertaling, Star Trek… en weer regen!

Vandaag boodschappen gedaan terwijl het bijna constant goot. Ik verkondig vaak dat ik niet houd van de winter maar dit (toch heel zachte) weer maakt me bijna depressief! Toch ben ik iemand die soms regen kan appreciëren. Alleen houdt dat natte nu al te lang aan!

Daarna stond op mijn programma “de kamer van onze dochter onder handen nemen” (één kamer per dag, anders lijdt mijn rug eronder). Bij onze thuiskomst wachtte echter een dringende vertaling (in feite had ik de mail horen binnenkomen op mijn mobieltje, maar ik had er onderweg niet echt aandacht aan besteed). Daarom was Roger zo lief om die huishoudtaak van mij over te nemen.

De vertaling betrof een aanvulling op een lange vertaling die ik onlangs had gemaakt en ging vlot. Ik moest ook de colofon voor de brochure vertalen en vroeg mij af waarom daarin (bijna?) alle medewerkers worden vernoemd, maar er  geen sprake is van de vertaler. Nee, niet omdat ik mijn eigen naam daarin had willen lezen! Sinds ik aan vertalingen begonnen ben, leerde ik immers, nog meer dan ik het van thuis uit had geleerd, heel bescheiden te zijn. Als er in die colofons al sprake zou zijn van een vertaaldienst, zou dat gaan over het vertaalbureau waar ik de opdracht van kreeg, en niet over mezelf. De meeste mensen denken immers dat de contactpersoon van een vertaalbureau alle vertalingen zelf maakt. Mijn vraag was dus alleen: waarom vertelt zo’n colofon niets over de vertaling?

Ik was op tijd klaar om voor het avondmaal te kunnen zorgen en heb na het eten (terwijl Roger de vaatwasser vulde) enkele tijdschriften doorgenomen, en nog gekeken naar en genoten van een aflevering van Star Trek.

En daarna merkte ik dat het nog steeds regende!Bedroefde emoticon

woensdag 2 januari 2013

Ziekenbezoek

Na ettelijke uren boekhoudwerk (nog facturen, verzendingen, naar de post gaan, … voor mezelf en de KVLS) gingen we deze middag eindelijk nog eens op bezoek bij onze familiezieke. Ze verblijft nu in een revalidatiecentrum in Herk de Stad.

Toen we eindelijk haar kamer hadden gevonden, bleek zij, met haar man en dochter, net van plan naar de cafetaria te gaan. Ze was heel goed gezind (het gaat opvallend beter met haar) en lachte heel veel.

We vergezelden ze, en werden in de cafetaria vervoegd door haar schoonzoon, diens ouders en de kleindochter van onze zieke, een heel schattige meid van nu twee jaar en half.

Bij een drankje werd er lang gekeuveld. Onze zieke – nochtans de hele tijd optimistisch – zei me op een zeker ogenblik toch dat ze het beu begon te worden: ze zou zo graag naar huis gaan! Wat begrijp ik haar! En wat moet dat allemaal vermoeiend zijn voor haar gezin!

We waren thuis rond 17:30 uur. Ik heb snel gekookt, we hebben gegeten, ik heb even verder gelezen in dat boek van Bodifée (en vind het zo jammer dat ik zo weinig ken van wetenschap: de conclusies van de auteur zijn ongelooflijk boeiend, maar ik kan op geen enkele manier verifiëren of hij gelijk heeft); en daarna heb ik nog naar een aflevering van Star Trek gekeken: “Elementary, dear Data”.  Van in het begin vond ik de aanwezigheid van dat “holodek” op het ruimteschip fascinerend. En deze aflevering, die zich bijna helemaal daar afspeelt, is in zijn geheel echt fascinerend! Roger daarentegen (die na mij dezelfde aflevering bekeek), vond die te ongeloofwaardig. Ik niet!

Hieronder zien jullie een stukje eruit:

Voor mijn part op filosofisch gebied een heel diepgaande aflevering

dinsdag 1 januari 2013

Foto’s van onze wandeling in Borgloon en deelgemeente Kuttekoven

In mijn vorige post had ik het zo druk met babbelen (roddelen?) over die Waalse blogger, dat ik vergat dat Roger vandaag tijdens de wandeling ook foto’s had gemaakt! En, naar mijn gevoel, soms heel mooie!

Hier zijn ze (alle foto’s zijn van Roger):

Judaspenning (http://www.hortus-arcadie.nl/Plantvdweekarchief/judaspenning.htm) Judaspenning, gefotografeerd in een straatje van Borgloon!

P1013586 Café op het Stationsplein in Borgloon (de vroegere uitbaatster zou een achternicht van Roger zijn geweest)

Van Borgloon ging het vandaag naar Kuttekoven (deelgemeente van Borgloon). En daar maakte Roger volgende foto’s:

P1013589

P1013590

P1013591

P1013593 Over deze kapel vertelde tante Laure (de tante van Roger) ons heel vaak: een vrouwtje zou het beeld van Onze Lieve Vrouw in de kapel ooit hebben zien tranen, en dat was het begin van een bedevaartrage. Zelfs vanuit Wallonië kwamen ze daar bidden!

P1013594 Kerststal naast de kapel hierboven, in Kuttekoven. Op de achtergrond ziet men een doedelzakspeler! En zoals meestal is het kindje enorm groot vergeleken met zijn ouders. En net aan dat werd ik gisteren herinnerd toen ik keek naar de aflevering “The Child” in de reeks “Star Wars”.

P1013597 Het mooie dorp Kuttekoven.

Alle foto’s zijn van Roger.

Inspiratie voor “Bye bye Belgium”?

Buiten opruimen, het poorthuis vegen, een wandeling in Borgloon, koken (wortelsoep gevolgd door de reebereiding die eigenlijk voor gisteren was bedoeld) en kijken naar een aflevering van Star Wars*, heb ik vandaag enkele uren besteed aan de KVLS (kasverslagen, facturen) en gesurft.

Ik kwam toevallig op deze blog terecht maar ik heb nergens gevonden van wie die precies is. Wel van een Waal, dat is duidelijk. Ik las er het volgende:

“J'avais la nostalgie d'un splendide coucher de soleil sur la plage d'Oostduinkerke, admiré voici quarante ans et, vu mon âge, je m'étais promis de le revoir un jour. Ce jour était arrivé ! Je gagnais, en voiture, l'appartement d'un ami où j'avais résidé souvent. II m'avait bien prévenu que la nouvelle salle de bain n'était toujours pas installée : depuis que les artisans wallons ne pouvaient plus travailler en Flandre, les installateurs flamands ne savaient pas suivre ; de plus, c'était pour un Wallon ! D'ailleurs, avait-il avoué dans un soupir, je m'attends à être exproprié : le gouvernement flamand a pris un arrêté interdisant aux Wallons de posséder la moindre parcelle de terre flamande... Mais la commune, future propriétaire, ne lui offrait même pas le quart de la valeur de l'appartement.

Je savais que je n'allais pas vers le paradis : le Vlaams Blok avait remporté les dernières élections avec 64 % et, d'emblée, interdit tout autre parti qui ne suivait pas exactement ses idées. Et ils avaient " réformé " le nouvel état flamand indépendant : dans les écoles, tout cours de français était supprimé ; il était interdit de parler français en rue ou dans les magasins ; des policiers en uniformes noirs, avec des roottveilers rie comprenant que le flamand, parcouraient sans cesse les rues, à l'affût de pareille infraction. Il n'y avait plus qu'un seul journal : " Vlaamse Leeuw " et un hebdomadaire : " Signaal " ; les radios francophones étaient brouillées de parasites les rendant inaudibles ; et partout des drapeaux jaunes au lion noir. Même les églises de la côte étaient surveillées : pas question qu'un prêtre y dise un mot de bienvenue en français ! On m'avait même dit que des groupes de Willekeurige Jongen " (jeunes volontaires) s'initiaient à tous les arts militaires et étaient armés dès 16 ans.

Enfin, je roulais sur l'autoroute d'Oostende. J'avais déjà eu des difficultés à Aalter : un poste frontalier gardé par des douaniers armés. J'avais du exhiber mon passeport pour entrer en Flandre, obtenu après bien des démarches au Kanselarij consulat) flamand de Namen. Ma voiture fut fouillée de fond en comble, pour voir si je ne transportais pas un passager clandestin ou si je ne servais pas de taxi " illégal " puisque, dès la frontière linguistique,tout transporteur wallon devait confier ses passagers à un car flamand. Après avoir signé un engagement sur ma vie de quitter le territoire dans les 48 heures (délai limite pour un Wallon) et subi un examen médical (les Wallons sont tous suspects de porter des maladies), et un autre sur ma connaissance suffisante du néerlandais pour un touriste, je pus repartir.

Je roulais donc, impatient de voir enfin la côte. Mais voilà que deux motards me rejoignent et m'ordonnent de m'arrêter sur la voie de détresse. Bon Dieu ! Je roulais à 120, comme chez nous, oubliant que la Flandre avait un autre règlement, limitant la vitesse à 110... Devant la morve et l'arrogance des policiers, j'avoue que j'ai perdu mon sang-froid et j'ai dit que ce règlement était une sottise. Ils ont insisté en hurlant : " Vous êtes ici sur le sol flamand ! " et m'ont alors mis les menottes :j'avais " insulté le gouvernement ", donc la Moeder Patrie ! Conduit au poste, j'ai subi un interrogatoire " musclé " et les provocations m'ont ancré dans ma résistance : je refusais de parler flamand ! Ils ont dit un tas de choses que je n'ai pas comprises et m'ont emmené à Breendonck, comme suspect politique dangereux.

Dans mon cachot, aux murs couverts de graffitis de noms d'anciens prisonniers de 40-45, je me suis trouvé avec un pro fesseur de l'Université de Gand qui m'a conté son histoire : dans un cours de sociologie, il a commis l'erreur de dire que le séparatisme était une aberration. Le lendemain, il était arrêté : dénoncé par un de ses élèves, militant des Jeunesses nazies, mouvement extrémiste du Vlaams Blok et renaissance d'autres groupes néo-nazis autrefois " interdits par le gouvernement belge. Il était accusé de déviationnisme " et attendait depuis six mois d'être jugé par un tribunal politicomilitaire. Car l’armée nationale flamande était aussi à la solde du Vlaams Blok. Dehors, dans la cour, on entendait des ordres gutturaux et des militaires s'exerçant à marcher au pas de l'oie...

Mais le lendemain matin, le directeur du Fort reconnut que les policiers y avaient été un peu fort avec moi. II me libéra en disant, d'un ton narquois : " Je crois qu'il serait préférable que vous ne mettiez plus le pied sur le sol flamand !

Je n'ai pas revu le coucher de soleil sur la mer d Oostduinkerke... “.

Ik ga dat  niet vertalen, gebruik er desnoods “Google vertalen” voor: het resultaat zal goed genoeg zijn, en wie weet misschien zelfs beter dan hoe de blogger zijn wilde fantasieën in het Nederlands vertaalt (hij schrijft ergens “willekeurige jongen” waar hij “jonge vrijwilligers” bedoelt).Glimlach

Het stukje illustreert wel duidelijk hoe sommige Walen denken over ons Vlamingen. En het deed me heel fel denken aan “Bye bye Belgium”, een uitzending van de RTBF over de zogezegde splitsing van België.

Tijdens onze wandeling in het mooie Borgloon zei ik tegen Roger dat ik dacht dat die onbekende blogger werd geïnspireerd door die uitzending. Thuis heb ik het nagetrokken: zijn stukje is van 2004, die uitzending vond plaats in 2006. Heeft die blogger misschien de makers van de uitzending geïnspireerd?

Later

*Ik kreeg al meteen een opmerking van een volger: ik kijk inderdaad niet naar Stars Wars, maar naar Star Trek! Glimlach