zaterdag 24 maart 2012

“Zomertijd”

Het is nu 2 uur ‘s nachts en dus volgens onze klok ineens, zomaar, 3 uur!

Ik heb nooit goed begrepen waarom die uur-aanpassing werd ingevoerd  (in 1977 als mijn geheugen mij niet in de steek laat).

Als er meer natuurlijk licht moet zijn (en dat is één van de vele argumenten die ik lees over die “zomertijd”), dan zouden we toch beter ons winteruur “veranderen”?

Nu, voor mij hoeft geen van de twee!  Echt niet, integendeel!

Hoe zal bijvoorbeeld Elena zich voelen als ze overmorgen ineens om wat zij als 6 uur aanvoelt,  wordt wakker gemaakt? Terwijl ze 7 uur al blijkbaar vrij vroeg vond?

De Maten

Toen het bestuur van de KVLS nog in de nu gesloten Slagmolen vergaderde, zijn we een paar keer gaan wandelen in het natuurgebied De Maten. Maar nu was het jaren geleden denk ik.

Ik vreesde dat er omwille van het lenteweer veel volk zou zijn, maar nee, we hebben amper een drietal wandelaars ontmoet. Het was rustig en rustgevend!

Boven een van de vele vijvers zagen we een reiger en enkele eenden vliegen (die we jammer genoeg niet hebben kunnen fotograferen). Maar, weer, vermits beelden meer zeggen dan woorden, enkele foto’s:

Genk, natuurgebied De Maten: een kankergezwel op een berk

Genk, natuurgebied De Maten: een kankergezwellen op  berken

Genk, natuurgebied De Maten: men is bezig een meer 'open' heidelandschap te creëren

Genk, natuurgebied De Maten: men is bezig een meer 'open' heidelandschap te creëren Foto’s Roger

Op een bepaalde wandelweg zat de grond vol bultjes, het ene naast het andere. Waren dat allemaal mierennesten? Klik op de foto hieronder om ze beter te zien.

Genk, natuurgebied De Maten: kleine mierenhoopjes Foto Roger

Zelf twijfel ik eraan, want vlak tegen de grond vlogen ook een soort grote “bij-achtige” vliegen. Het waren echter geen bijen en ook geen wespen. Zijn er gevleugelde insecten die hun nest onder de grond hebben? Ik zou het eigenlijk eens moeten vragen aan onze vroegere overbuur in Antwerpen!

vrijdag 23 maart 2012

Waar ons belastinggeld naartoe gaat

Een prachtige lentedag vandaag (tot 20°C hier). In de tuin koolmeesjes die de kruik in- en uitvliegen, volop gezang van merels en mussen; een wandeling van iets minder dan een uur in Ovelingen, een gehucht van Gelinden,  hier en daar al wat bloesems, en in de verte soms het geroep van een of andere roofvogel. Dat maakt een mens zoals ik, die niet houdt van de winter, blij!

Na het avondeten nog een interessante vertaling die heel vlot ging,  een beetje lectuur (onder andere  stukjes herlezen uit “Koffie valt vaak verkeerd” van Martin Wings, en enkele gedichten uit “Het amalgaam van de tijd” van Ingrid Lenaerts), nog even gemaild met twee van de drie  “kindjes” en enkele stukjes gekopieerd uit dat schrijfsel van mij. Ik dacht dat mijn dag niet stuk kon!

Maar dan denk ik er ineens aan dat ik nog voor het einde van de maand die “btw-listing” opnieuw online, dus via die vreselijk gebruiksonvriendelijke overheidssite, moet proberen in te dienen!

Mijn humeur was “naar de vaantjes” (een mooie Antwerpse uitdrukking, waar ik de oorsprong niet van ken, maar die ik graag in onze Nederlandse taalrijkdom zou opgenomen willen zien).

En ik surfte een beetje, vooral naar al wat te maken heeft met belastingen.

Wisten jullie ook dat ons geld onder andere hier naartoe gaat?!

Onze Lieve Heer begrijpt geen Vlaams (19)

Mijn zusje wordt omwille van haar Frans accent gepest door haar leerkracht

Eigenaardig genoeg namen mijn vriendinnen het mij niet kwalijk dat ik niet had deelgenomen aan de betoging. Ze vonden het hoogstens een beetje vreemd. Wel vertelden ze enthousiast over de manifestatie: elk meisje was er van overtuigd dat ze wel op tv zou te zien zijn.

Thuis keken we niet, nooit, naar de BRT, en die avond ook niet, wel naar een of andere serie op de RTB. Ik kan me niet herinneren of we ook, zoals gewoonlijk, hebben gekeken naar “Le journal télévisé”. Waarschijnlijk niet, want ik vermoed dat die ook wel beelden zal uitgezonden hebben van de massabetoging en dat zou me opgevallen zijn! Papa wist wel naar wat hij ons wel of niet liet kijken!

Mijn zusje kreeg na die betoging (of was het nog daarvoor?) wel te maken met vijandigheden vanwege bepaalde leraressen. Zo was er een bepaalde ‘juffrouw P.’ een erge flamingant naar het schijnt, die mijn zus eens iets liet voorlezen en dat tegelijk opnam op een bandrecorder. Daarna liet ze de tekst horen aan de hele klas, als voorbeeld van “hoe je zeker het Nederlands niet mocht uitspreken”! En zeker die lelijke Franse ‘R’ mochten de andere leerlingen niet nabootsen (en dan te denken dat ik in 2006 ergens las dat een doctoraatsonderzoek had vastgesteld dat die huig-R opgang maakt in Vlaanderen, zonder te spreken van Nederland waar die klank ook helemaal niet gerold wordt zoals door de Vlamingen).

Diezelfde ‘juf’ (pas afgestudeerd?) was duidelijk ook een felle aanhanger van “Leuven Vlaams” want eens vertelde ze haar klas, daarbij mijn zus aanstarend, dat de leerlingen beter rotte tomaten zouden smijten naar het hoofd van die Franskiljons, net zoals zij destijds gedaan had in Leuven.

Béatrice werd steeds meer geplaagd door haar klasgenootjes en op een dag brak ze in de klas in tranen uit. De leerkracht kwam een emmer naast haar zetten: daarin kon ze de tranen opvangen om daarna de klas te dweilen!

Ik begrijp wel ergens wat die lerares bezielde: de Franskiljons deden hier in Vlaanderen echt of ze hadden het voor het zeggen. Maar langs de andere kant, een meisje van rond de 13 jaar, dat er zelf niets kan aan doen dat ze in het Frans was opgevoed, zo vernederen, vind ik beneden alle peil!

En ik begreep dat niet van Vlamingen. Als ze zelf het gevoel hadden zo vernederd te zijn geweest, waarom vernederden ze dan op hun beurt  onschuldige kinderen (want ik dacht uiteraard terug aan mijn episode met die wiskundelerares en het berekenen van de oppervlakte van een vierkant)? Was dat een "oog om oog, tand om tandreactie"?

Maar hier ging het tegelijk toch ook om indoctrinatie van jonge leerlingen, én om het vernederen van een onschuldige leerlinge door haar leerkracht zelf. Dat kon volgens mij niet door de beugel! Toch heb ik daar thuis nooit over gesproken (ik weet niet of mijn zus het wel gedaan heeft): het was me duidelijk geworden dat ik er zelf moest achter zien te komen wat er allemaal gaande was tussen Nederlands- en Franstaligen.

Onze Lieve Heer begrijpt geen Vlaams (18)

Leuven Vlaams!

Begin 1967 breidden de onlusten die al een poosje, zo bleek, al wist ik er niets van, de Leuvense universiteit in rep en roer zetten, zich uit tot de middelbare scholen in Vlaanderen. De Vlamingen wilden de Walen buiten uit Leuven. Stilaan immers begonnen ze zich te realiseren dat ze altijd onder de knoet waren gehouden door de Franstaligen.

Toen in Antwerpen een massabetoging voor “Leuven Vlaams” werd aangekondigd en onze school besloot er aan mee te doen, had papa weer de nodige commentaar: ‘Wat bezielt die Flaminganten toch? Dat ze iedereen zijn eigen taal laten spreken!’

Ik was toen zeventien jaar en een paar maanden, helemaal onwetend (gehouden) op politiek vlak en ik vond zijn opmerking de logica zelf (al vond ik wel dat hij op bepaalde momenten zelf meer eerbied had mogen betonen tegenover Vlamingen: zij spraken toch ook gewoon hun eigen taal?).

En uiteraard verbood papa mij mee te gaan betogen. Hoe moest ik dat uitleggen aan mijn vriendinnen? Ik was het dan wel eens met papa zijn standpunt, maar langs de andere kant wilde ik zulke grootste manifestatie (want dat beloofde het te worden) wel  meemaken. En omdat de meeste leraars ook zouden betogen, zou ik me ook tegenover hen moeten verantwoorden. Vervelend!

'Misschien moet ik die dag dan maar thuisblijven', stelde ik nog voor, maar daar hadden mijn ouders geen oren naar. Ik moest en ik zou naar school gaan.

Ik herinner me dat ik mijn zusje benijdde die morgen: zij hoefde niemand wat dan ook uit te leggen. De lagere cyclus ging immers niet mee betogen. Zo ver ging de indoctrinatie toen nog niet in tegenstelling tot nu! Tegenwoordig lees je immers dikwijls dat zelfs lagere schoolkinderen verplicht worden mee op te stappen tegen zaken waar ze, gezien hun leeftijd, niets van begrijpen.

Nu, de retorica-leerlinge die ik toch al was, wist toen blijkbaar ook niet echt waarover het ging!

Ik kwam, zoals meestal, bijna te laat aan op school en mijn vriendinnen stonden klaar om in bussen te stappen die ze naar hartje Antwerpen zouden voeren. Ik dan maar uitleggen dat ik niet mee wilde! Dat ik niet mee mocht, dat durfde ik niet te vertellen. Even heb ik er wel aan gedacht van toch stiekem mee op de bus te stappen, maar ik wist dat de televisie en de radio op de afspraak zouden zijn, en stel je voor dat mijn ouders mij ’s avonds op tv zouden ontwaren tussen de betogende menigte! Ik zou er nogal van langs krijgen!

Wel vroeg ik me even af of al mijn vriendinnetjes eigenlijk meer wisten dan ik. Op school werd zo goed als nooit over politiek gepraat. Kregen zij misschien meer daarover te horen thuis? Nu weet ik natuurlijk wat het verschil was: zij keken thuis naar de BRT (Belgische Radio en Televisie), wij naar de RTB (Radio Télévision belge). En vooral: zij spraken thuis Vlaams!

Ik kreeg uiteraard geen les: alleen “bewaking” van alternerend dezelfde drie leerkrachten. Ik mocht lezen, schrijven, tekenen, doen wat ik maar wilde. Op tijd en stond kreeg ik de kans om op de nu lege speelplaats te vertoeven. Raar gevoel. Want ik was letterlijk de enige leerling van de hogere cyclus die in de school was gebleven.

Een van de toezicht houdende leraren gaf me helemaal geen kans om te lezen, te schrijven of wat dan ook. Hij begon me vragen te stellen. ‘Wilde jij echt niet meegaan of mocht je niet meegaan van jouw ouders?’

Oei, dacht ik, die heeft alles door! ‘Wat is dat toch voor een gedoe,’ praatte ik mijn vader na, ‘mag niet iedereen zijn eigen taal kiezen?’

‘Luister eens, meisje,' zei hij, ‘weet jij, weten jouw ouders, wat Vlamingen allemaal hebben meegemaakt? Weet je dat wij tientallen jaren onze taal niet hebben mogen leren in dat land dat België heet? Weet je dat Vlamingen in België  altijd achteruit worden geschoven? Dat ze in het bedrijfsleven – zeker als ze tot een bepaald niveau zijn opgeklommen – Frans moeten spreken?’ Bijna een half uur aan één stuk haalde hij voorbeelden aan van hoe de Vlamingen achteruit waren gesteld.

Nee, daar wist ik helemaal niets van! Waarom had papa me dat nooit verteld?

En ik dacht terug aan de brief van 'Nonkel Theo’ waar papa zo de spot had mee gedreven!

Thuis durfde ik echter de argumenten van die leraar niet herhalen. Papa was immers zo goed in het debatteren dat ik op voorhand wist dat hij mij wel zou overtuigen dat die leraar er volledig naast zat. Ik moest zorgen dat ik  zelf achter de waarheid kwam. Maar ik begon te vermoeden dat mijn vader niet altijd gelijk had!

donderdag 22 maart 2012

Lauw (deelgemeente van Tongeren)

Met een lauwe lentetemperatuur van 18°C in de schaduw gingen we eerst wandelen op de grens van Rutten en Lauw. We merkten daar voor het eerst (eigenaardig, want we waren er al vaak langsgereden) tussen de bomen een enorme vijver op (met veel eenden en andere watervogels). Hoewel we meteen zagen dat het privéterrein was, hoopten we errond te kunnen wandelen als we het paadje er vlak naast volgden. Helaas, dat wandelpad liep dood.

Dan reden we naar de Daalmolen van Lauw, en wandelden vandaaruit de beemden in. De lente lijkt echt begonnen: de eerste narcissen bloeien al!

Onderweg zagen we twee populieren vellen. Ongelooflijk hoe snel dat tegenwoordig gaat! Op nog geen 8 minuten zagen we twee van die bomen de grond op gaan, met een vreselijk gekraak! Ik vroeg me af of die bomen daarvan afzien?

Daarna liepen we verder, genoten van de eenden die  door de lucht vlogen, van het geroep van roofvogels – twee cirkelden er boven ons  - maar dit pad bleek ook dood te lopen. Dus maakten we rechtsomkeer. Nog even gingen we in het dorp kijken naar een gebouw waarvan een deel wordt afgebroken, en daarna naar huis, waar nog wat werk wachtte.

Lauw, Daalbroek: Is dit ook een camino de Santiago? De weg die we volgden in Lauw bleek vreemd genoeg deel uit te maken van de “Camino de Santiago” (foto Roger)

P3221059

P3221060

P3221061

P3221063 Foto’s Roger

woensdag 21 maart 2012

Onze Lieve Heer begrijpt geen Vlaams (17)

Papa kiest duidelijk voor Franskiljons

Mijn zus en ik bleven uiteraard onze kameraadjes ontmoeten, aan de bushalte (en daar probeerde die Francofone jongen me constant op te eisen), of op de bus (die jongen nam gelukkig genoeg een andere bus dan wij). En Jean. Papa leek daar steeds meer over te weten. Hadden papa en mama dan overal “spionnen”?

Mijn Franssprekende “pretendent” beweerde dat zijn moeder architect was (achteraf bleek dat een flagrante leugen: wel maakte ze graag en goed bouwtekeningen, en een van hun vrienden, een echte architect, ondertekende ze). Mijn ouders, die al een poosje geleden een bouwgrond hadden gekocht in ’s Gravenwezel, kregen een bouwtekening voor een “fermette” voorgeschoteld.

Weldra werd er begonnen met de bouw van ons nieuwe huis waar Béatrice, Jean-Louis en ik eindelijk elk onze eigen kamer zouden hebben, waar we niet meer zouden hoeven te douchen in een ijskoude veranda (ik weet het, Nederlanders noemen dat een "serre", en wat wij een "serre" noemen, heet bij hun een "kas").

Zodra we zouden verhuizen, zou ik een andere bus moeten nemen, dat wist ik. En ik heb dus Jean daarvan op de hoogte gebracht. Hij vroeg zich af of hij niet best eens met mijn ouders kwam praten, maar dat durfde ik hem niet aan te doen! En ik had gelijk: later zou blijken hoe gemakkelijk papa “pretendenten” die hem niet aanstonden afwimpelde: toen mijn zus ten huwelijk werd gevraagd door de zoon van een plaatselijke landbouwer! Wat die jongen allemaal heeft moeten horen! Ik heb me altijd vrij goed kunnen inleven in anderen en echt, ik voelde me vernederd in zijn plaats, maar ook, net zoals mijn zus, beschaamd in de plaats van papa! Nee dus, ik wilde niet dat Jean naar mijn ouders zou komen: ik voorvoelde dat hij op diezelfde manier zou vernederd worden, in feite alleen omdat hij niet Franstalig was.

Papa en mama waren steeds meer in gedachten bezig met ons toekomstige huis! En vermits dat heel veel geld ging kosten, werd er nagedacht over hoe er kon gespaard worden. Een van de meest vanzelfsprekende maatregelen bleek Béatrice en mij in de avondstudie te laten, en papa ons rond 18 of een half uurtje later te laten afhalen! Dat waren toch al twee busabonnementen minder te betalen!

Vreselijk vond ik die beslissing! Gelukkig merkte ik al heel snel op dat er weinig controle was op de leerlingen die in de “avondstudie” moesten blijven! Béatrice en ik vonden voldoende kans om de school uit te glippen nog voor de “studie” begon.

Mijn zus wilde constant snoep gaan kopen (waarschijnlijk had ze honger, want we bleven inderdaad lang zonder eten) maar ik wilde eerder een glimp opvangen van Jean!

Het is me een paar keer gelukt. Maar wat betekent een glimp? Hij wuifde (later hoorde ik dat ze in Limburg “wenken” zeggen, maar dat heeft naar mijn gevoel de bijbetekenis van "roepen") wel naar mij vanuit de bus, maar wat dacht hij van mij? Mijn zus en ik waren immers van de ene dag op de andere verplicht overgestapt, nee, zelfs niet op een andere bus zoals ik hem had verteld, maar naar die “studieavond”! En daar wist hij natuurlijk niets van: misschien dacht hij dat ik met opzet wachtte op een bus waar hij niet zou opzitten?

Dacht ik! Want op een middag, tijdens mijn niet toegelaten wandeling voor de avondstudie, stopte er een rood autootje naast mij! Het was Jean, die met zijn eerste wagentje pronkte. Hij wilde me naar huis brengen. Daar kon ik natuurlijk niet op ingaan, want er werd van mij verwacht dat ik rond 18 uur aan de schoolpoort op mijn vader zou wachten (en toen bestonden er nog geen mobieltjes en kon ik papa niet waarschuwen dat ik daar niet zou staan). Dat gebeurde op de Bredabaan in Merksem, waar het altijd heel druk was en is. Ik probeerde mijn stem te verheffen boven het geluid van de voorbijrazende auto’s, maar de voertuigen die werden opgehouden door het rode autootje werden zo ongeduldig dat hij wel moest doorrijden. Ik heb hem daarna nooit meer gezien.

Na onze verhuizing naar 's Gravenwezel, vroeg papa me nog wel eens of ik dat Vlaams “onderwijzertje” nog zag (waarom hij me die vraag stelde is me altijd een raadsel geweest vermits hij ervoor had gezorgd dat we nooit meer de bus namen, en als we al een bus zouden moeten nemen, het toch een andere was dan toen we nog in Schoten woonden). Papa leek duidelijk opgelucht toen ik 'nee' antwoordde.

Dezelfde avond kregen papa en mama (toevallig?) de ouders van mijn Franstalige aanbidder op visite!

Nadat ik (maar het kan ook mijn zusje zijn geweest, we deden het afwisselend) ons broertje een verhaaltje had verteld voor het slapengaan, trokken we ons terug op onze kamer. We hoorden de volwassenen beneden nog vaag in het Frans tateren. Papa vond die mensen immers toch zo sympathiek!

En het toppunt: 's anderendaags (sorry, Nederlanders, ik weet dat jullie vinden dat ik "de volgende dag" had moeten schrijven, maar ik vind onze uitdrukking veel te mooi om te verliezen) hoorde ik dat die mensen op de hoogte waren van de "liefde" van hun zoon voor mij. En daar deed papa helemaal niet moeilijk over! Een jongen van amper 14 jaar, en daarenboven dom, stel je voor! Was dan alleen het feit dat hij Frans sprak van belang?