Posts tonen met het label Jean Nossin. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jean Nossin. Alle posts tonen

donderdag 24 januari 2013

Receptie in het Rijksarchief van Hasselt

Heel koude dag vandaag. En weer geen wandeling in de sneeuw: ik moest eindelijk echt een beetje werk verrichten hier in huis na al onze afwezigheden de laatste dagen. Want ik heb geen werkvrouw ! Bedroefde emoticon

We hebben ook  geen tijd uitgetrokken voor boodschappen, dus bestond ons avondmaal uit wat ik kon klaarmaken met wat ik in huis had: tomatensoep en een heerlijke omelet met champignons, look en aardappelen (eigenlijk had ik daar al heel lang zin in, misschien heb ik daarom onbewust de boodschappen uitgesteld? Roger vindt dat gerecht immers maar zozo!).

Daarna reden we naar Hasselt (we wilden eerst met de bus, maar de laatste bus terug bleek al rond 20 uur te rijden, en wij werden pas om 20 uur in het Rijksarchief verwacht). Het ging dus met de auto, een parkeerplaats vinden vergde nogal wat tijd en we moesten te voet toch een heel poosje de kou trotseren voor we aan het Rijksarchief aankwamen!

Het Rijksarchief heeft nieuwe schappen aangeschaft en we waren deze avond uitgenodigd op hun inhuldiging. In feite was het, denk ik, gewoon een alibi om alle vrijwilligers gezellig samen te krijgen.

Na twee toespraken (eentje van Rombout Nijssen), kregen we Cava of fruitsap te drinken, mét chips en nootjes, terwijl we in groepjes de nieuwe schappen mochten gaan bezoeken via een heel labyrint van trappen en gangen.

Dat Rijksarchief is gevestigd in een mooi, vrij indrukwekkend pand! Dat vonden ook Johnny en Christiane, die we daar ontmoetten en met wie ik even babbelde. Ik had hen maanden geleden immers, na een reactie van hen op deze blog, beloofd me kenbaar te maken als ik ze nog eens zou zien.

We kwamen er ook enkele leden van Heemkunde tegen en terwijl Roger met hen sprak, keuvelde ik met de dochter van Jean Nossin. Haar zoon blijkt in de buurt van onze dochter te wonen! Glimlach

Aangename avond dus, maar weer merkte ik dat ik te veel “snoep” als ik niet mag roken!

Thuis keek ik nog naar een aflevering van Star Trek! Ik lijk er wel aan verslaafd!

Ik vraag me af hoe het nu gaat met de voet van Hendrik? Ik had vandaag echt geen tijd om hem op te bellen, heb hem wel een mail gestuurd, maar hij antwoordde nog niet.

vrijdag 4 november 2011

Waar is de “kloostersteen van Veulen” naartoe? door Jean Nossin

Veulen is een prachtig Haspengouws kerkdorpje. Sinds 1970 werd het door fusie ingelijfd bij de gemeente Heers. Ondanks dat Veulen rijk is aan geschiedenis en mooie monumenten bezit, is er geen plaatselijke noch gemeentelijk-overkoepelende heemkun­dige kring die zich inzet om deze geschiedenis te doorgronden en de monumen­ten in het beschermende openbare daglicht te brengen.

Wanneer elders, zoals onlangs in Bree, een oude waterput wordt ontdekt dan haalt dit feit de pers en geeft zelfs T.V.-Limburg daar beelden over. In Veulen echter werd bij wegenwerken op het oude dorpsplein in 1994 ook een zeer oude gemetselde dorpsput van onder de zware kleilagen gehaald...Tien meters diep tot aan het wateroppervlak en nog vier meters dieper tot op de bo­dem. Ondanks dat deze put bijna zeker in zijn bodem­slijk nog wel wat voorwerpen verborgen houdt heeft men de bodem niet laten onderzoeken. Gelukkig heeft de gemeente geoordeeld dat deze herontdekte waterput niet meer mocht verdwijnen. Hij werd met een bovengrondse bakstenen opbouw, afgedekt met dikke glasplaat, voor de toekomst in bewaring genomen. Moge­lijk laat men later nog ooit het bodemslib onderzoeken. Ook hier was er geen heemkundige kring die de ontdekking tot in de pers bracht...

In 1991, bij gelegenheid van de monumentendag op 15 september, werd ook Veulen in het daglicht gesteld onder impuls van de toenmalige burgemeester van Heers, de heer Arnold DEWELF.

De prachtige dorpskerk met het overbekende beschilderd pane­lenplafond en het dorpskasteel werden voor bezoek opengesteld.

Bij die gelegenheid, eveneens onder impuls van burgemeester DEWELF, werd een prachtig boekje "Veulen, Haspengouws kas­teeldorp" uitgegeven. De enkele maanden die voor samenstelling beschikbaar waren lieten niet de kans om zeer uitgebreid te zijn. Toch brachten de vier samenwerkende auteurs, onder toezicht van burgemeester DEWELF, een hele boel merkwaardighe­den bijeen, zowel historisch als cultu­reel, waarvan intens door de bewo­ners van Veulen, de bezoekers en vooral de uitge­weken Veulenaars werd genoten.

De grote verdienste van dit, door tijdgebrek beperkte, boekje is dat het voor de toekomst toch enkele dingen in herinnering houdt. Ondermeer de typische toponymen, of plaatsnamen, zo zwaar bedreigd door de steeds maar vorderende en terreinver­anderende ver­kavelingen, werden voor de toekomst in dit boekje aangeduid met hun eigenaardigheden. De wandelaar kan aldus nog worden herinnerd aan de mogelijke oorsprong der benaming van zijn wandel­plaatsen. De aansporing voor hem om na te gaan of de bij die plaats behorende eigenaardigheid nog te onderschei­den valt ligt voor de hand.

Een der mede-auteurs ging op speurtocht naar paddenstoelen in de weiden achter de plaatsnaam "Seur". Deze plaatsnaam wordt in verband gebracht met een legende rond een zogezegd zuster­klooster(soe­ur) dat daar ooit zou hebben gestaan en waarvan sinds mensen­heugenis slechts een zeer grote steen in de beemden zou zijn achtergebleven. Een bezoek aan die steen lag dan ook voor de hand. Na onder enkele omheiningen te zijn gekropen bereikte hij de ligplaats. De omgeving, vroeger een verwilderde beemd, moet daar wel zeer recent gewijzigd zijn. Op het uiteinde van het terrein werd een vijver uitgegraven en de rest van het terrein is nu volgeplant met kleine sparre­tjes. Vermoe­delijk lag de oeroude steen deze aanplanting iets in de weg... want hij is verdwenen ! Nochtans was deze steen echt geen lichtgewicht en er was meer dan mensenkracht voor nodig om hem daar weg te krijgen. De verdwenen steenblok, een grote rechthoek, was ongeveer anderhalve tot twee meter lang, een tachtigtal centimeters breed en een halve meter dik. Het nogal ruwe oppervlak vertoonde verschillende conische putjes van enkele centimeter diep. Deze putjes deden vermoeden dat de steen, veeleer dan tot een oude kloostermuur te hebben be­hoord, daar door onze verre voorouders werd gebruikt om hun stenen bijlen, messen en pijlpunten aan te slijpen. Vroeger stond de steen ook meer in de belangstelling van de inwoners die door hun werk nauwer bij de natuur waren betrokken. Aldus ging ook het verhaaltje dat iemand ooit de steen had willen omkeren om te kijken wat eronder zat en dat op die kant gebij­teld stond "Ik ben blij, nu lig ik op mijn andere zij !"

De in 1960 bestaande scoutsgroep waarvan deze paddenstoelpluk­ker de groepsleider was,wilde dit verhaaltje even natrekken en groef naast de steen enkele sleuven. Met een dik touw onder­door werd met een twintigtal scouts gesleurd en enkele palen als hefboom hielpen de steen keren. De inscriptie was natuur­lijk nergens te vinden en de steen was aan de onderkant even ruw en met slijpputjes bezaaid als aan de bovenkant… dus werd hij maar terug gelegd.

Tot verbazing van deze toevallige bezoe­ker is spijtig genoeg de steen verdwenen. Over honderd jaar zal niemand meer over hem tot een verha­altje, legende of toponymische benaming kunnen geïnspi­reerd worden.

Al was het maar een grote eenzame steen, toch behoorde hij door zijn eigenaardigheid en eenzame ligplaats tot het Veulens patrimonium. Zijn verwijdering, mis­schien zelfs vernieti­ging,bracht slechts, naast het weghouden van nieuws­gierige hagenkruipers en wandelaars, het twijfelachtige nut van plaats­ruiming voor het planten van twee sparre­tjes. Dat kan in geen enkele mate opwegen tegen de onherroe­pelijke verarming van het dorpspatri­monium met mogelijk zelfs verlies aan waarde­vol archeo­logisch materiaal.

Om voor de toekomst dergelijk verlies tegen te gaan en de Veulenaren en vooral dan de betrokken eigenaars of pachters bewust te maken van hun eigen rijk patrimonium zou het opstar­ten in de gemeente Heers van een degelijke heemkundige kring, die de gefusioneerde deelgemeenten overspant, een zeer nuttig initia­tief zijn. Aldus zou het rijke patrimonium beter kunnen worden geïnventariseerd, beschreven, onderzocht en bewaard. Dit idee werd reeds door de vorige burge­mees­ter DEWELF geopperd maar geraakte ondertussen zeker weer in de ver­geethoek van andere beslommeringen.

De bewustwording van het eigen patrimonium - en de liefde ervoor - is des te noodzakelijker door de bedreiging van langza­me teloor­gang van nog andere waardevolle dingen die wij voor het nageslacht overgedragen kregen van onze voorouders. Denken we maar aan het zeer mooie Veulen­se kerkje, waar een zeldzaam kerkorgel te verkommeren staat. Ditzelfde waardevolle kerkje - het mooiste van Zuid-Limburg - wacht al jaren de dringende herstelling af van door vocht gerotte bepleistering­ en afbrok­kelende muurschilde­ringen. Hiervoor bestaat noch­tans al enkele jaren een degelijk maar sluimerend restauratie­dossier. Als el­ders in het land voor minder belang­rijke en soms nutteloze dingen miljoenen worden geïnvesteerd, bijna verdwenen ruïnes worden heropgebouwd, moet het toch ook moge­lijk zijn om wat geld te kunnen lospeuteren om zulk belangrijk kunstpa­trimonium te bewaren. Waarom dus veel drukte om een verloren "klooster­steen" ... of toch ?!

Herfst 1996

J.NOSSIN.

p.s. Ondertussen bestaat die heemkundige kring wel in Heers! (Jessy Maesen)

Het klooster en de schoolgebouwen van Veulen door Jean Nossin

Sinds het jammerlijke stopzetten der vrije basisschool van Veulen in september 1995, wegens gebrek aan voldoende geïnte­res­seerde ouders en kinderen, rezen bij de Veulenaren vele vragen omtrent de gebouwen. Er werden ook heel wat geruchten rondge­strooid en de wazige berichten in pers en T.V. waren niet van aard om een klare toestand te scheppen...

Een beetje wordingsgeschiedenis en de juiste toedracht van de huidige toestand zal dus zeker onze parochiegenoten welgekomen zijn. Vooral voor hen die er zelf op de schoolbanken hebben gezeten en/of er achter­af veel jaren aan hebben bijgedragen tot bloei en onderhoud.

Op 29.12.1910 bekwam de Kerkfabriek van Veulen per testament uit de nalatenschap van Jeanne, Maria en Arnold MOERS het oude hoevetje en de grond gelegen op de hoek van de toenmalige zusterstraat en dorpsplein met als enige voorwaarde dat er geen winkel of herberg mocht op worden ingericht.

Om op die grond door de parochie een school te laten bouwen werd een bouwaanvraag gedaan op naam van Ridder de Donnea.

In 1912 werd het hoevetje afgebroken en met de aanvang van de schoolbouw begonnen.

Op 5 mei 1913 werd door de Kerkfabriek schoolgebouwen en grond bij notariële akte, opgesteld door notaris Ruison uit Heers,

verkocht aan de v.z.w. Parochiale Werken en Instellingen van de Dekenij Borgloon. Deze nieuwe eigenaar gaf later het goed in erfpacht aan de v.z.w. Vereniging Katholiek Schoolfonds Limburg om de scholen te beheren.

Eerst gaf Pastoor Porta zelf en een juffrouw er les.

In 1916 kwamen de zusters van Heverlee het onderwijs in handen nemen. Eerst als gemengde school, daarna als meisjesschool en vanaf de jaren 50 weer als gemengde school.

De zusters van Heverlee bleven er de dienst doen tot 1964; daarna werd de school overgenomen door de zusters Francisca­nessen uit Nederland. Bij het op pensioen gaan van zuster Ghislaine viel de school in lekenhanden en na enkele jaren stonden we plots, in september 1995, voor het verassende feit dat er te weinig kinderen waren. Hulp uit omliggende scholen werd niet geboden zodat het sluiten der school de enig moge­lijke oplossing was.

Enkele tijd lagen de lokalen van klooster en scholen doods en verlaten. Enige huurkandidaten boden zich aan maar de verhuur ging niet door. Uiteindelijk nam de gemeente Heers contact met bisdom Hasselt en dekenaat Borgloon en hieruit volgde dan op

1 juli 1998 het volgende :

De erfpachter v.z.w. Vereniging Katholiek Schoolfonds Limburg zag af van zijn erfpacht en gaf het goed terug aan de v.z.w.

Parochiale Werken en Instellingen van de Dekenij Borgloon. Deze v.z.w. kocht er nog een klein inliggend stukje gemeente­grond van 25 ca bij zodat alles nu in eigendom is van deze v.z.w. Van deze v.z.w. huurde op dezelfde datum de gemeente Heers de beide klasgebouwen in erfpacht voor de duur van dertig jaar tegen 50.000 frank huur per jaar aanpasbaar aan de fluctuatie van de index en met alle lasten en onderhoud. Het ligt in de bedoeling van de gemeente om de klaslokalen om te vormen in burelen die ze zullen verder verhuren aan enkele diensten van openbaar nut (Streekplateau Haspengouw, enz.).

Na de nu lopende aanpassingswerken zullen deze diensten weldra hun intrek in de oude klaslokalen nemen.

Voor het oude parochiezaaltje waarin de bewaarschool was gevestigd werd bedongen dat de parochie hiervan nog 20 keer per jaar buiten de bureau-uren zou kunnen van gebruik maken voor parochiale aangelegenheden.

Het kloostergebouw zelf werd niet verhuurd maar blijft perma­nent ter beschik­king voor de noden van de parochie Veulen zodat dit klooster ondanks alles toch nog een bindmiddel zal blijven voor de parochie Veulen.

Een vroegere historiek van een onbekende auteur uit de jaren 1953 stelde de geschiedenis der school als volgt :

"Zusterschool van Veulen, huis in Limburg, Annunciaten Hever­lee.

In 1912 werd door de Z.E.Heer pastoor Frans Porta, aanvang gemaakt met het bouwen van het huis en van twee klassen, op een goed gelegen op het dorpsplein te Veulen en door de familie Moers van Veulen aan de Kerkfabriek nagelaten.

De eerste leraars waren E.H. pastoor Porta zelf en in de bewaarschool Juffrouw Maria Verlinden.

In 1913 sloot E.H. pastoor akkoord met Juffr. Zulma CASTELEYNS, die hem tot 1914 verving in de lagere klas, toen trad ze in het klooster terwijl Juffrouw Marie zich als huishoudster vestigde bij E.H. pastoor.

De bouwwerken werden in 't begin van de oorlog 1914 voortgezet door werkloze arbeiders van Veulen.

In 1916 richtte Z.E.H. pastoor zich tot het Instituut van het H.Hart en de Onbevlekte Ontvangenis te Heverlee. De Z. Eerwaar­de Moeder Alphonsine stelde twee zusters ter beschikking van Veulen.

Op 2 april 1916 werd door de gemeenteraad van Veulen, met twee stemmen tegen drie voor, een toelage gestemd ten einde te voorzien in de onderwijskosten, ingevolge art.15,20 en 24 der wet van 19/3/15 op de "aanneembare scholen". Het gemeentebe­stuur stond ook in voor verwarming en schoolbehoeften.

Het aannemingscontract verviel op 3/9/31; langzaam begon alsdan de schoolstrijd.

In zijn vergadering van 30/10/31 besloot de gemeenteraad, de aanvraag tot aanneming der Vrije school, door het schoolcomi­teit op 1/9/31 ingediend, af te wijzen.

Met vier stemmen tegen drie besloot men dat de Vrije school geen aangenomen school meer zou zijn! - Schande !

Om politieke doeleinden en uit "Eigenbelang" werd de edele stichting van E.H. Porta en het schoon opvoedingswerk der Eerw. zusters met "Ondank" beloond.

Verwoed begon nu de strijd tussen gemeenteschool en zusters­school. Met alle mogelijke middelen trachtte men deze laatste te ontvolken ten einde een tweede onderwijzer aan de gemeente­school te benoemen; wat dan ook op heel mysterieuze wijze gebeurde. Het alarm werd gegeven; tal van meisjes liepen van de zustersschool naar de Gemeenteschool over. De inspectie was in de gemeenteschool aanwezig en in de volgende vergadering werd de zoon van de "onderwijzer" en "secretaris" door de "Familieraad" als tweede onderwijzer benoemd op 31.1.32.

De vooraanstaande katholieke inwoners van Veulen lieten echter deze handelwijze niet naar willekeur begaan en zij stuurden hun "jongens" naar de zustersschool, zodat de klassen immer regelmatig konden gegeven worden.

Ondertussen gebeurde ook het volgende :

In 1926 werd door de Zeer eerwaarde heer pastoor een toneel­zaal, die tevens als 3e klaslokaal diende, gebouwd en tevens ter beschikking gesteld der eerwaarde zusters.- Nu gingen de poppen aan het dansen.

De meerderheid der gemeenteraadsleden beweerden dat dit gebouw gedeeltelijk op gemeentegrond stond en de raad begon een procedure ten einde de afbraak van zaal en klas te verkrijgen, wat hen - spijts hardnekkige pogingen - niet lukte, maar toch aan de eerwaarde heer pastoor en aan de eerwaarde zusters veel leed en kommer berokkende.

Eindelijk kwam de gemeenteverkiezing van 10/10/32 om de be­strijders der zustersschool en de zoekers van eigenbelang in minderheid te stellen en hen alle macht te ontnemen.

De betwiste grond werd de eerwaarde heer pastoor ten geschenke gegeven en de zustersschool werd opnieuw aangenomen en werd sedertdien regelmatig om de 6 jaar vernieuwd. De gemeente verleent toelage voor verwarming, schoolbehoeften en naaionderricht. Tot op 23/10/1940 zou eerwaarde heer Porta die triomf meevieren, datum waarop hij ten hemel steeg ten gevolge van het familieverdriet door de oorlog berokkend.

Op zondag 8 mei 1938 werden grote feestelijkheden op touw gezet ter gelegenheid van het 25 jarig bestaan der zusters­scho­len.

Zaterdagavond : Aankondiging door kanongebulder.

Zondag :

Om 10 uur: Plechtige tweestemmige dankmis uitgevoerd door de meisjeskring "De blijde Jeugd" van Veulen, gevolgd door het Te Deum;

Om 2 uur: Vorming van de groep op het dorpsplein;

Om 2u30: Afhaling van de eerwaarde zusters te Heers en plechtig lof aan de grot;

Daarna: "Groot turnfeest" door de “Loonsche Turnkring" opgeluisterd door het "Trompetterskorps".

Slot : Serenade aan de Eerwaarde zusters.

(Waren aanwezig : Eerw. Moeder Alphonsine met al de zusters Annunciaten geboortig uit Veulen.)

De opbrengst van het feest werd aangeboden aan de Congolese Missie van Eerwaarde zuster Benjamin, één der verschillende Heverleese Annunciaten die in Veulen haar beste krachten wijdde aan de kleuters der bewaarschool en sedert 1931 in Kikombo, Belgisch Congo, werkzaam is.

Zo dankten de Veulenaren voor het degelijke onderwijs dat de zusters Annunciaten verstrekten. Vooral op godsdienstig gebied bracht het rijke vruchten voort, aangezien reeds tien hunner meisjes-leerlingen het klooster intraden.

De lagere klassen worden thans door een 60-tal leerlingen en de bewaarschool door een 40-tal kleuters bijgewoond, en dat op een bevolking van ruim 500 zielen.

De zusters zijn hun leerlingen ten zeerste genegen. Ze sparen zich geen moeite voor de opvoeding van hun kinderen en worden door deze en door de bevolking geëerbiedigd en bemind.

Naamlijst der zusters van Heverlee in Veulen

Zr.Paula 01.05.1916 - 01.10.1918

Zr.Anna 01.10.1918 - 19.09.1920

Zr.Emilia 01.10.1919 - 25.06.1926

Zr.Ludwina 20.09.1927 - 31.04.1924

Zr.Gommaire 04.06.1927 - 01.11.1946

Zr.Celesta 01.09.1928 - 30.09.1937

Zr.Alene 01.10.1929 - 31.01.1930

Zr.Etienne 01.02.1930 - 30.09.1930

Zr.Cornelia 01.10.1930 - 03.09.1950

Zr.Gabrielle 01.10.1937 - 31.08.1949

Zr.Laurentia 01.05.1945 - 18.07.1945

Zr.Martina 02.09.1945 - 31.08.1949

Zr.Françoise 01.09.1949 - 31.08.1953

Zr.Hortense 01.09.1949 - 31.08.1953

Zr.Ignatia 01.09.1950 - .......

Zr.Anna 01.09.1953 - .......

Zr.Theophila 01.09.1953 - .......

Zr.Monique ?? - ??

Zr.Benjamin ?? - ??

Zr.Sabine ?? - ??

Zr.Catgarina ?? - ??

Zr.M.Bernard ?? - ??

Zr.Constance ?? - ??

De witte kappel door Jean Nossin

Op 13 mei 1989 verscheen in de krant "Het Belang van Limburg" onder Veulen-Heers een artikeltje "Kapel van de Heilige van de Kouden Steen heropgeknapt". Op de bijgeplaatste foto ver­scheen in al haar glorie de "Witte" kapel van Veulen. Immers voor Veulen is dat sinds eeuwen de "Witte" kapel. Hoe die naam "de Heilige van den kouden Steen" erbij is gekomen kan niemand verklaren. Ergens in de geschiedenis van de "Witte" kapel heeft iemand waarschijnlijk in bijzondere nood er met succes gebeden. Zoals dat toen meermaals ging zal hij zijn succes wel verder verteld hebben en zo is langzaamaan de devotie voor de "Heilige van den Kouden Steen" gegroeid waar dan werd gebeden tegen het bedwateren van groter wordende kinderen. Deze benaming echter is onder het volk van Veulen niet bekend want steeds zal men er U wijzen naar en spreken van de "Witte" kapel. Waarom de "Witte" kapel ? Nogal eenvoudig antwoord want de kapel is witgeschilderd en dit sinds mensenheugenis ook geweest. Daarenboven werd 150 jaar later op de andere hoek van de oude kapelstraat (nu Beukenlaan) door het kasteel een grafkapel gebouwd. Bijgevolg hadden we dus in de volksmond op de ene hoek van de straat de "Witte kapel" en op de andere hoek de "Zwarte kapel" alhoewel deze laatste kapel in bruine veldbrikken alleen maar een zwart leien dak heeft.

Schilderachtig staat onze witte kapel daar wel op zijn hoekheu­veltje omringd door twee machtige beukenbomen. Voor het kapelletje onder de machtige kruinen van de suizende beuken krijgt iedere bezoeker een gevoel van rust en vrede. Geen vijftig jaar terug zou er geen Veulenaar zijn voorbijgegaan aan dit kapelletje zonder minstens eerbiedig zijn klak af te nemen terwijl de vrouwen een kruisteken sloegen. De jeugd kwam in haar brave tijd in de maand maart wat wilde viooltjes plukken die vroeger overvloedig op de kapelberm groeiden. In de herfst werden de beukennootjes geoogst die op de speel­plaats en in de schoolbanken - als de zuster het niet zag - werden opgepeuzeld. Romantisch als het kapelletje er nog steeds ligt zou het veel eeuwige verhaaltjes kunnen vertellen over de kusjes die er bij valavond al eens gestolen of gegeven werden door onze voorouders in hun jeugd en op hun beurt door hun generaties opgroeiende nazaten. In de nog latere jaren van 1970-1980 werden de kinderen al wat stouter, peuterden het deurslot open en ... ook daarover zou het kapelletje meer stoute verhalen kunnen vertellen. Wat voorvallen moest gebeur­de. Met die open deur en de roofzucht van antiekzoekers verdwenen rond 1978 ook de oude heiligenbeelden en niemand kan zich ook nog maar herinneren hoe ze er echt uitzagen. Nooit werden ze teruggevonden.

Van toen af begon het kapelletje aan zijn verval. De devotie was verdwenen, geen mannenklak werd nog afgenomen. Geen wilde viooltjes groeiden er nog en de te grabbel liggende beuken-nootjes werden door de karrenwielen tot moes geplet. Tjilpende mussen bouwden hun hooinesten tussen de pannen en in de nissen waar vroeger de heiligenbeeldjes stonden. Het pannen­dakje begon zwaar door te buigen alsof het kapel­letje zich in onze plaats schaamde voor de zo plotse onver­schillig­heid.

Toch was niet iedere Veulenaar zo onverschillig als wel wordt gemeend. Een meisje uit het dorp, kunstenares in spe, maakte drie vervangingsbeel­den voor de kapel. De losgeraakte bakste­nen werden weer vastgezet en, O Wonder, het dak werd met behulp van de gemeente Heers en de morele steun van burgemees­ter Arnold DEWELF hersteld. Opnieuw witgeschilderd werd ons prachtju­weeltje op Pinksterzondag, 14 mei 1989, weer onder grote toeloop van de Veulenaars in gebruik genomen. De nieuwe "Heilige van de Kouden Steen", de H.Rita en de H.Antonius werden ter plaatse ingewijd. Het was lang geleden dat nog geurige wierook door het kapelplafond naar de hemel opkringel­de en dat de beukenkruinen zachtjes meedeinden en suisden met de biddende en zingende stemmen van ons volk. Sindsdien is er geen Pinkster­morgen meer geweest - tenzij het pijpenstelen regende - dat Veulen nog van zijn "Witte" kapel afwezig is gebleven.

Keren we echter nog eens terug naar ons krantenartikeltje uit het Belang van Limburg waarin dan ook nog gezegd wordt dat het kapelletje dateert uit 1762... Behalve dit artikel konden wij totnogtoe niets geschreven terugvinden over het ontstaan en de geschiedenis van onze "Witte" kapel. Wel vinden we aan de nok de jaarinscriptie 1765. Het Belang zit er dus drie jaartjes naast. Een Veulens vrouwtje dat dorpskaarten, foto's en sterf­prent­jes verzamelt en zich interesseert voor de dorpsge­schie­denis kon me wel vertellen dat de kapel iets met paardenpest te maken had en dat de kapel feitelijk hoort bij de grote vierkantshoeve(hoeve Swennen) boven op het oude dorps­plein. Kasteelheer François de Donnea zou waarschijnlijk nog wel wat meer over de zaak weten. Bij toeval hebben we onze kasteelheer vlak daarna ontmoet en onmiddellijk de brandende vraag gesteld :"Van waar komt de "Witte" kapel"?". Volgens onze kasteelheer werd Veulen vroeger nogal getroffen door de paardenpest en achter de witte kapel is er een berm waar toen de door deze besmetting gestorven paarden werden begraven. In die autoloze, fietsloze vroege tijden was een paard het kapitaal van de landbouwer. Het verlies van een paard of meer paarden bracht zijn bezitter tot de rand van het failliet. Dan kon alleen Onze Lieve Heer nog bijstaan en in 1765 werd op het heuveltje tussen twee jonge beuken door het dorp Veulen een mooi kapelletje gebouwd. Als patroonheilige werd hierin St.-Rochus gehuisvest, de welbekende patroonheilige tegen pest, zweren en builen. De H.Rochus schijnt daar wel goed te hebben geholpen... zo goed zelfs dat men er, in latere tijden toen men hem niet meer zo nodig had, de H. Rochus vergat en nu de "Heilige van de Kouden Steen" zijn plaats heeft ingenomen. Door wie en wanneer dit gebeurde hopen we nog wel ergens te kunnen uitvissen. Kreeg men vroeger wellicht meer zweren en wordt er misschien nu meer in het bed geplast ? Open vraag !

Het is in ieder geval een feit dat onze Veulense kerk later twee beelden van de H.Rochus tegelijkertijd bezat. Dat zal alleszins niet één voor in de week en één voor 's zondags geweest zijn. Wij kunnen allicht vermoeden dat de St-Rochus van de witte kapel om een of andere reden, misschien bij de patroonsverwisse­ling, naar de kerk werd gebracht. Later (1953) is een der twee beelden aan een zekere Jean NEYS uit Luik verkocht om er zijn private kasteelkapel mee op te smukken. Sindsdien staat onze tweede St.Rochus, die volgens beeldenken­ners niet de oorspron­kelijke is, alleen zijn best te doen in onze kerk om de Veulenaren bij te staan tegen zweren en pest.

De kapel zelf was gebouwd door de Veulenaars op grond van het dorp Veulen en stond onder de machtige beschermer van de burgemeester. Deze man, een zekere notaris Claes, woonde in de prachtige vierkantshoeve die het dorp beheerst... dus hoorde de kapel ook later bij overdracht van deze hoeve onder de hoede van de hoeve-eigenaar. Aldus weten de hedendaagse mensen van Veulen nog heel goed dat toen Jozef Swennen de hoeve in bezit nam - hij werd trouwens ook later burgemeester van Veulen - de kapel ook wel eens de kapel van Swennen werd geheten. Wat er ook van weze de "Witte" kapel staat er nog steeds even prach­tig tussen haar beuken en dat, volgens het kadaster, op dorpsgrond van Veulen die in 1970 dus ook overging in eigendom van de gemeente Heers.

17.09.1998

J.NOSSIN.

De klokken van Veulen door Jean Nossin

De toren van Veulen herbergt klokken van in de middeleeuwen. Deze klokken dienden om de Veulenaren bijeen te roepen voor hun kerkdiensten maar ook om het volk samen te roepen wanneer er belangrijke gebeurtenissen dienden openbaar gemaakt.

Kanunnnik Daris schrijft over Veulen in de "Privilegies van de dorpsheer" :

" .......

Item, die ondersaeten syn schuldig op den jaergedinge consamentlycken te sweeren dese hoogheyt te vermeerderen en niet te verminderen, den clockslaeg gehoorsaam te syn, soo dick en menigwerfven sulx sal geschieden, op pene van seven schellingen."

(..... aldus zijn de onderdanen gehouden op het jaargeding te zweren het bezit te vergroten en niet te verminderen, gehoorzaam te zijn aan de oproep van de klok, hoe dikwijls dit ook moge gebeuren, op straffe van zeven schillingen.)

Alleen de meer recente geschiedenis van de klokken van Veulen kon tot op dit ogenblik achterhaald worden hoewel de sterke klokkentoren met zijn drie klokkencompartimenten er staat sinds de 15de eeuw.

In ieder geval waren er in de toren drie klokken :

De dikke klok van 590 kg., toegewijd aan de H.Maagd en gegoten in 1835 door de Tongerse broers J.en A. Gaulard, klokkengie­ters onder het bewind van de paardrijdende pastoor Jan SMETS,­ afkomstig uit Riksingen en in Veulen benoemd van 1828 tot 1841.

De middenklok van 475 kg., toegewijd aan de H.Moeder Anna

"Matri Annae devotionis spiritu pii Foloniensis consecrant."

Ze is uit 1818 en werd er geplaatst als tweede klok onder het bewind van pastoor Petrus CLERINX uit Kerkom die in dat jaar in Veulen werd aangesteld.

De kleine klok van 320 kg., toegewijd aan St.Franciscus Hier­onymus, tweede patroon van de parochie. "Communitatis et consulis labore refundor" - vertaald betekent dit dat ze door de inspanningen van gemeenschap en haar bestuur in 1818 werd gesmolten en hergoten.

Dat er voordien reeds een klok of klokken waren is zeker. Alleen weten we niet waar die naartoe zijn of wat ermee gebeurde. Werden de oorspronkelijke klokken tijdens de franse bezetting van 1798-1801 geroofd, zoals zoveel andere klokken, of waren ze versleten ?

Uit de archieven (geschriften van pastoor Porta) putten we dat er een nieuwe klok werd gemaakt onder pastoor pastoor Richard KNAPEN. Deze priester was afkomstig uit Gutschoven en volgde in Veulen zijn heeroom op. Hij was er pastoor van 1758 tot 1801. Deze "nieuwe" klok werd gewijd op 27 september 1762 en had graaf Mercy (de toen levende en heersende graaf Flori­mond Claude Charles de Mercy 1727-1794) als peter. Volgens Pastoor Porta droeg deze klok de tekst :"Comitatis & consulis labore resplendor". Is het deze klok die volgens volksoverleving in Veulen op de "veertienbunder" werd gegoten ? Meer dan waar­schijnlijk is zij ook de klok die in 1818 werd hergo­ten in de voornoemde kleine St.-Francis­cus Hieronymusklok en vandaar dan het opschrift krijgt "Comitatis et consulis labore refundor"

In ieder geval sinds ze er samen hingen verkondigden ze over Veulen alle blijdschap en droefenis.

Typisch voor Veulen was het "Bambeiren" van de klokken op de vooravond van grote feestelijkheden zoals de grote "Half-oogst"-kermis.

Bij rouw kon men zelfs aan de wijze en volgorde waarop de klokken geluid werden weten of er een vrouw dan wel een man gestorven was.

Dit duurde zo voort tot de ongeluksdag van 14 juli 1943. Het was een woensdag en om 10 uur was er nog een begrafenis­dienst voor Godfried Smolders. Toen de dienst ten einde was vielen een 15-tal mannen de kerk binnen om de klokken uit de toren te halen. Het waren meestal mannen uit de streek van Tongeren. Zij werkten in opdracht van de firma Van Campenhout uit Antwerpen onder leiding van een zekere Albert Franken. Zij kropen in de kerktoren en braken het kruis uit de galmgaten. Betrekkelijk korte tijd daarna werden twee klokken op het kerkhof neergelaten. Het waren de dikke "­O.L.Vrouw Half-Oogstklok " uit 1835, 590 kg zwaar, en de oude kleine "­St.Franciscus"-klok, 330 kg. zwaar, de oudste klok die in 1818 werd gesmol­ten en hergoten. De middelste "Moeder An­na"-klok uit 1818 lieten ze gelukkig­ hangen.

De beide afgehaalde klokken bleven enkele dagen op het kerkhof liggen. Ze werden onder grote volkstoeloop met bloemen ver­sierd en met het opschrift :

"Wie met klokken schiet,wint de oor­log niet !".

Dit opschrift verdween tamelijk snel... w­erd vervangen en verdween opnieuw... Ook werden er plannen gesmeed om met paard en kar de klokken 's nachts weg te halen en ze elders te gaan verstoppen. In die nachten van 1943 was het echter erg gevaar­lijk om met paard en kar op stap te gaan. De toegang tot het kerkhof was niet zo gemakkelijk. Bovendien was het wegslepen van zulke zware klokken van het kerkhof niet met een paar man te doen en...er een publiek geheim van maken was echt te gevaarlijk.

De klokken werden in opdracht van de Duitsers weggehaald en vermoedelijk gesmolten want later kon men ze nergens in de Duitse depots meer terugvinden.

In 1950, het vijfhonderdste bestaansjaar van de parochie Veulen als zelfstandige parochie, werd begonnen met plannen voor twee nieuwe vervangende klokken bij de firma Michiels te Doornik. Een grote klok "De O.L.Vrouw"-klok zou 579 kg wegen en de kleine "St-Franciscus"-klok 330 kg. De ganse parochie hielp mee en steunlijsten werden geopend om dit alles te bekostigen. Het volk van Veulen hield van zijn klokken en met de steun van de bekomen oorlogsschade werden in 1952 de klokken gewijd en in de toren opgehangen.

In 1952 kon op de vooravond van de "toen-nog-grote" Half-oogst-kermis opnieuw het feeste­lijk "bambeiren" over Veulen weerklinken. Dit was echter de laatste maal want in februari 1953 werden de klokken van Veulen als eerste in de provincie Limburg door de Leuvense firma Clock-O-Matic van een elek­trisch luidsysteem voorzien. Jarenlang luidden opnieuw deze klokken en hun geschiedenis verdween stilletjes in de duister­nis van het geheugen der moderne tijden. Slechts enkele oudere mensen herinneren zich nog vage details.

In het jaar 1970 begaf het de oude trouwe Moeder Anna-klok. Onder de aanhoudende inslag van de elektri­sche klepel liep zij een barst op van dertig centimeter en was daarmee voor het luiden afgeschreven. Bijna symbolisch zou men kunnen zegen dat zij tegelijk haar stem verloor met verlies van de onaf­hanke­lijkheid van haar dorp Veulen dat ook in 1970 bij Heers werd aangehecht.

Met pastoor Thonon, de Veulense verenigingen en alle trouwe Veulenaren werd nu alles in het werk gesteld om deze Moeder Anna-klok te vervangen en dit zonder haar te verliezen. Het smelten van de oude klok is wegens de huidige andere lege­ringssamenstellingen niet meer interes­sant en als herinnering aan die goede oude klok staat ze beneden in de kerk voor de preekstoel als monu­mentje opgesteld. Alleszins een gepaste plaats ter herin­nering en eerbe­toon aan de klokkenge­schiedenis van Veulen.

Onze nieuwe klok die op 15 augustus 1998 door de hulpbisschaop van Hasselt, Monseigneur Patrick Hoogmartens werd gewijd kreeg de naam ANNA II. Alles werd in het werk gesteld om via collec­ties, activi­teiten en steun bij de Veulenaren de nodige gelden bijeen te krijgen deze nieuwe klok te bekostigen.

Ook de Veulenaren die reeds lang elders wonen voelden zich met hart en ziel aan alles omheen hun kerk verbonden en gaven mild voor onze klok. Zelfs een Veulense aannemer deed al het uitbraakwerk en de herstelwerk van de galmgaten volledig gratis.

Op het bisdom werd een bijzondere rekening geopend waarop de getrouwe Veulenaren, inwijkelingen, uitgewekenen en moge­lijke sympathisanten hun bijdrage konden storten. Het opzet lukte wonderwel en op de korte tijd van Kerstmis 1997 tot 15 augustus 1998 werd het bedrag van 314.000 frank volledig bijeengegaard zonder één frank subsidie.

De wijdingsplechtigheid was imposant en gans het dorp Veulen nam het meter-en peterschap van deze nieuwe klok op zich. Een aangename receptie na de wijding deed de fiere en gelukkige Veulenaren nog even nagenieten van het mooie feest.

Toch jammer dat voor deze gelegenheid noch de burgemeester van de gemeente Heers, noch de 1e Schepen, noch de gemeentesecre­taris zich van een familiefeestje even konden vrijmaken om aan de Veulenaren en hun klok hun sympathie te komen betuigen.

Sinds 17 augustus 1998 hangt de nieuwe klok "Anna II" nu in de toren. Zij weegt 205 Kgr; is 70 cm hoog en heeft een basis­breedte van 693 mm. en heeft re2 als toon. Zij werd op bestel­ling bij de firma "Clock-O-Matic" uit Holsbeek gegoten door de Koninklijke klokkengieter EISBOUTS uit Asten in Nederland. Zij draagt als opschrift : " Mijn naam is ANNA II. Mijn stem galmt in vreugde, droefenis en blijdschap over Veulen dank zij het vrome volk en de inzet van pastoor Thonon."

16.09.1998 :

Jean NOSSIN,

Secretaris Kerkfabriek.

Teksten van Jean Nossin

Sorry, zuster Godwine, maar je zult nog even moeten wachten op het verslag over de lezing van gisteren! Ik kreeg vandaag immers de volgende monografie van de hand van Jan Gerits aan om zo snel mogelijk na te lezen; en enkele teksten over Veulen van lid van Heemkunde Groot Heers Jean Nossin die ik graag voor het nageslacht wil bewaard zien. Ik ga die laatste teksten dus eerst hier publiceren. De monografie wordt na nalezing en lay-out binnenkort in boekvorm uitgegeven door de KVLS.

Mijn volgende posten zullen dus de teksten van Jean Nossin zijn.

maandag 24 oktober 2011

Het relaas van Jean Nossin

Ik heb de tekst waar ik gisteren over sprak deze ochtend via e-mail aangekregen:

UIT DE TIJD DER VEULENSE MEESTERSCHOOL

Het was reeds Dinsdag 24 oktober 1944. Sinds 9 september waren de Duitse bezetters uit België terug geslagen. Amerikaanse vliegtuigen vlogen nu de ganse dag op en af van uit Brustem. Ons dorp lag immers in de grote draaicirkel voor de vliegtuigen die op de vliegbasis opstegen en landden. Dat was al zo sinds mei 1940 met de Duitse vliegtuigen en nu met de Amerikaanse. Een Duits vliegtuig was niet meer te zien, wel kwam er zo om het kwartier een V 1 (Vliegende bom) met ratelend geknetter overdonderen met zijn vlammende vuurstaart. Die vliegende bommen vlogen dag en nacht met als doel de haven van Antwerpen te bombarderen.

Tijdens de lesuren in de voormiddag van die dinsdag, 24.10.1944 hoorden we in de meesterschool. eigenlijk liever het vliegtuiggebrom en het krakend geratel der V 1’s dan de strenge stem van de lesgevende meester Florent Cordie.

Twaalf uur en we mochten naar huis om snel te gaan eten. Ook de meester ging dan in zijn ouderlijk huis eten. Om 1 uur moesten we terug in school zijn voor de namiddaglessen.

Omdat we graag nog wat speelden op het dorpsplein, kwamen de meeste van ons na een goed half uurtje al terug op het dorpsplein. Wij speelden een partijtje voetbal met een papieren bal. Een rubberen bal was niet te krijgen en dus behielpen we ons al gans de oorlog met een bal uit hard opeen gefrommelde kranten die door touw bij elkaar werd gehouden.

Het constant geronk van de vliegtuigen boven ons hoofd van het vliegveld in Brustem waren we zo gewoon geraakt en dus kreeg de bal veel meer onze aandacht… tot we aan de hoek van de kerkhofmuur de meester zagen terugkomen met de deursleutel al in de hand. Nog even naar de vliegtuigen en hun capriolen gekeken en daar gebeurde het…

De meester stak de sleutel in het slot van de voordeur en draaide de sleutel maar bleef dan stokstijf staan. Hij staarde boven de rij jongens heen naar de lucht waar een akelig huilende motor zich liet horen. Al de jongenskoppen draaiden zich automatisch in die richting en zagen een vliegtuig in de richting van Gutschoven uit de lucht vallen in steile duik, die dan overging in een warrelende spiraal. Het vliegtuig viel neer… doffe plof... en een zware rookkolom steeg op over de bomen in het Seurveld. De meester hoefde de deur niet verder open te stoten want de hele rij jongens was lopend verdwenen in de richting van de rookwolk en zag het protesterend gebaar van de meester al lang niet meer.

We liepen ons het hart uit de boezem naar die rookwolk toe. Het was zeker 1500 meter lopen eer we aan de rand van de weide raakten van waarop achter hoge doornhagen de vlammen opsloegen. Enkele jongens hadden in een canadastrook voor de weide reeds de afgeworpen “canopy”, de micakoepel van het vliegtuig, ontdekt. Stukken mica was een schat waar de jongens van alles konden mee aanvangen. Het brandde stinkend als een fakkel als je er een lucifertje aan hield en als je hem niet aanstak kon je er van alles mee maken. Je kon er kruisjes met Belgische driekleur mee maken en die om je hals hangen; je kon er dito ringen uit vijlen of je kon een stuk mica ruilen voor knikkers.

De meeste jongens echter waren nieuwsgierig de appelweide van boer Swennen binnengestormd waar zo’n honderd meter na de omheininghaag het wrak lag te branden. Er was al wat volk verzameld in de weide, vooral mensen die op de nabije velden aan het werken waren en kinderen van Gutschoven die vanaf de “bek” dwars door de weiden waren gelopen en dus rapper bij de valplaats waren dan die van Veulen.

Pats..pats.. pats, harde knallen deden de mensen opschrikken. De vliegtuigmunitie, ganse mitrailleurbanden met punt 50 kogels, lag in dat vuur te schroeien. Regelmatig ontplofte zo’n kogel door het barsten van de hulzen; Pats…Pats…Pats!!

Men probeerde zoveel mogelijk de mensen weg te houden van het brandend wrak wegens die ontploffende kogels. Probeer echter maar eens de jeugd weg te houden van de plaats waar zoveel interessante dingen voor het grijpen lagen.

Twee appelbomen verwijderd van het wrak, lag iets dat uitzag als een witte pilotenhelm besmeurd met een bloederige brei; Een meter verder lag een afgehakte gehandschoende mensenhand in het gras. Naast het brandend wrak en gedeeltelijk nog in het brandend inslaggat lag een wit stuk doek, vermoedelijk het ongebruikte valscherm, waarvan de boord ook door vuur was aangetast.

Het was voor iedereen, ook voor ons jonge knapen, duidelijk dat de onfortuinlijke piloot tevergeefs geprobeerd had zijn vliegtuig te verlaten maar in zijn vliegtuig het leven had gelaten.

Ondertussen was een legerjeep en een Amerikaanse G.M.C.-camion met een vijftal Amerikaanse soldaten de weide binnengereden. Zij begonnen aanstonds het publiek uit de weide te verwijderen. Van tussen de gaten in de doornenhaag bleven we nog een tijdje kijken naar die Amerikaanse soldaten die rond het gevallen vliegtuig bezig waren en rondom verspreide stukken, zoals die witte pilotenhelm en die gehandschoende hand, bijeenraapten en samenbrachten in een lijkzak.

De werkzaamheden die we van achter de haag konden bekijken, interesseerden ons niet lang en stilletjes aan trokken we in groepjes terug naar het dorp. De namiddag was al ver gezet en naar school gingen we liever niet meer.. want de meester zou zeker niet mals zijn voor onze desertie.

Onderweg waren we al aan het onderhandelen om een stukje mica te kunnen vastkrijgen van hen die er eentje hadden weten te veroveren. De prijzen waren heel hoog en een klein stukje van tien vierkante centimeters kostte minstens twintig glazen knikkers of vijftig aarden. Dan gingen we met een knagend ongerust gevoel naar huis…

Jean NOSSIN

ANTWOORDBRIEF van Marty RYAN Gordon DIARD

26 september 2005

Aan Rudi SIMMONS

Eldersbroek, 42

37OO s’HERENELDEREN

BELGIUM

Beste Rudi,

Ziehier der korte levensbeschrijving die ik kon samenrapen uit de herinneringen van hen die Gordon gekend hebben als kind en als jonge man.

Onze foto’s zijn beter dan onze informatie..

Ik kan U vertellen dat mijn moeder hem verafgoodde en nooit zijn dood volledig is te boven gekomen.

Mijn broer Gordon is naar hem genoemd.

Ik hoop om van U nog wat te vernemen. Laat me graag weten of we uiteindelijk nog iets anderzijds kunnen doen.

Mijn broers en zus waarderen uw inspanningen en hopen eveneens dat het, voor een of meer van ons, mogelijk zal zijn de opening van het geplande gedenkteken te kunnen bijwonen.

Hartelijk dank voor al uw inspanningen om de piloten die tijdens oorlog vochten eervol te gedenken.

God zegene U en uw familie.

Uw toegenegen

(get.à

Marty RYAN.

LEVENSLOOP VAN GORDON.R.DIARD

*GLENDALE(USA) 8.8.1924 +VEULEN(BELGIUM) 24.10.1944

Gordon DIARD was de zoon van Napoleon en Violet DIARD. Hij was geboren op 8 augustus 1924 en had een zuster,Marie Lucille DIARD,geboren op 16 mei 1928.

Zijn moeder, Violet, benam zich het leven, vermoedelijk als gevolg van een postnatale depressie, een niet opgespoorde kwaal die destijds niet werd verzorgd.

Na haar dood gaf “Nap”, zoals hij was geheten, de kinderen in opvoeding bij zijn zuster. Valentine was getrouwd met Sam BERTEL en bracht haar leven door in SAN-FERNANDO-VALLY. Gordon kreeg alzo een stiefbroer bij,Edward BERTEL.

Gordon liep school in de stad SAN FERNANDO; Zijn tantes en onkels van vaders kant kregen hem dikwijls op bezoek in GLENDALE. Bij een van zulke bezoekjes redde Gordon zijn neefje Pat, toen twee jaar oud, van verdrinking in een achtergelegen beek.

Pat’s herinneringen aan Gordon waren deze aan een gelukkige jonge man met grote schitterende ogen.

In de Hogeschool van San Fernando speelde Gordon mee in de band en stapte mee op in de befaamde Rose Bowl parade in PASSADENA op Nieuwjaarsdag.

Na voltooiing van zijn studies verhuisde hij naar SAN FRANCISCO om bij zin vader te leven en kort daarop ging hij in dienst bij het leger.

Gordon was al altijd geïnteresseerd in “vliegen” en werd legerpiloot. Zijn dood was een schok en vooral tragisch vuur zijn zus Marie die al zoveel in haar jonge leven had meegemaakt.

OPGRAVING EN MEDEWERKING AAN OPRICHTING VAN GEDENKTEKEN te

VEULEN(HEERS) op 23 oktober 2011

Rudi SIMMONS : leider van de opgravinggroep die in 1989-1990 de opgravingen van het neergestorte vliegtuit organiseerde en daarna de briefwisseling voerde met Amerikaanse instanties en resterende familie. Hij meldde daarin de opgravingen en de mogelijke planning om in Veulen een gedenkteken op te richten als eerbetoon aan alle neergestorte oorlogspiloten.

PILOOT : D I A R D Gordon R. Amerikaans staatsburger

Militair van de Amerikaanse Luchtmacht, 9e aircorps, 492 Ftr, 48 tr.

1e luitenant vlieger USAAF, testpiloot, Stamnummer O-81598

Marty RYAN :Achternicht van de op 24.10.1944 te Veulen gevallen piloot, Gordon R.RYAN,

Opgravinggroep: Een vriendenkring van een achttal personen die de plaatsen der neergestorte vliegtuigen opspoorden en indien mogelijk de berging der overblijfselen van het vliegtuig

deden met de bedoeling tot oprichting van een gedenkteken en/of met de wrakstukken een museum van oorlogsarcheologie tot oprichting te kunnen vestigen.

Vliegtuigtype Republic .P47C THUNDERBOLT/USAAF : Zwaarste jachtbommenwerper tot dan toe (1943). Sterke Pratt & Whitney ster-motor R-2800 double wasp achttien cilinders. Snelheid : 697 Km/u op 10.000 m. hoogte. Vierbladige schroef van 3,17 meter hoogte. Vier .50 mitrailleurs(12,7mm browning) in elke vleugel . Volle brandstofvulling bij start :1.355 liter. Aan elke vleugel een bom van 225 Kg. of een tiptank met brandstof van elk 758 liter.

Het toestel werd op 17 augustus 1943 ingezet om het eerste gedeelte der B17 bommenwerpers te begeleiden bij de zending naar SCHWEINFURTH (Duitsland)Het toestel had een vleugelbreedte van 12.4 met, besloeg 27.87 vierkante Meter oppervlakte, Was 11 meter lang, 4.3oo meter hoog,,. Leeg gewicht woog het 4.850 kg. en geladen 8.800 kg. Het kon tot 12.000 meter stijgen en de snelheid bedroeg 690 Km/u en 887 km/u in duikvlucht.

De mitrailleurboxen werden geladen met elk 350 pond munitie.(.50)

Betrokken vliegtuig : Amerikaans jachtvliegtuig van het type P.47 THUNDERBOLT

behorende tot het 48e smaldeel van de 492e Amerikaanse Luchteenheid met basis op het vliegveld van BRUSTEM. Het betrokken vliegtuig was nieuw en had slechts 18 uur en 35 minuten gevlogen toen het neerstortte. Op het ogenblik van de crash was het in testvlucht en iets daarvoor meldde de piloot per radio aan een gelijktijdig vliegend toestel dat hij bijna geen brandstof meer had en binnen vijf minuten terug op de basis zou landen. Bij de mitrailleurs waren 2.200 riemen .50 kogels geïnstalleerd en de wapens opgeladen,

Verhalend verslag der onderzoekers

Rond 14.40 uur (Amerikaanse tijd = 13.40 Plaatselijke tijd), op 24 oktober 1944, werden we door de Belgische politie op de hoogte gebracht dat er een “crash” was geweest op ongeveer acht mijlen O.Z.O. van het vliegbasis (BRUSTEM). Ik vertrok onmiddellijk met een ambulance en een brandweerwagen.

Het vliegtuig, P47(Bubble Canopy) bevond zich in een klein bebost veld en was gevallen tussen bomen van ongeveer 70 voet hoog. Geen enkele van de bomen vertoonde tekens van beschadiging en volgens de positie van het vliegtuig kon er worden uitgemaakt dat het neerkwam in een hoek van niet minder dan 80%. Het vliegtuig bevond zich helemaal onder de grond. Er was een smeulend vuur ter hoogte van de motor maar het was niet geblust.

We waren in de mogelijkheid de staat aan te duiden en vonden het nummer 2-28621. De burgers samen met een plaatselijke pastoor hadden enkele overblijfselen van de piloot uit het vliegtuig weggenomen. De parachute was geopend geweest en lichtjes verbrand. Het was duidelijk dat de parachute geopend was door het ongeval en niet door een poging tot openen.

Toen het vliegtuig voor het eerst werd waargenomen door de burgers was het in een diepe duikvlucht. Volgens een rapport viel het in spinval. Het vliegtuig brandde niet in de lucht, ook werden er geen rondvliegende stukken gezien, uitgezonderd het cockpitdak of “canopy”.

De canopy lag ongeveer 400 yards van het wrak en de ontsnappingsarm was gebruikt.

Burgers meldden dat er geen enkel ander vliegtuig werd opgemerkt in de onmiddellijke omgeving. Ze waren niet in de mogelijkheid om de hoogte in te schatten

( Get.)

HAROLD L.MONEELY

Majoor, Luchtcorps,

Onderzoeksofficier.

VASTSTELLING

  1. Vliegtuig p-47D-28RA, AC Nummer 42-28621 met motor R-2800-69 AC nummer FP-00394, Curtiss electric propeller, stortte 24 oktober 1944 neer ongeveer 8 mijlen van de basis(A-92).
  2. Originele waarde van het toestel §103.855.00

Geschatte waarde op het ogenblik § 00.000.00

  1. Dit vliegtuig was op een onderhoudsvlucht en keerde terug naar de basis, de benzine was aan het minderen (was laag) volgens het laatste radiorapport van de piloot. Het vliegtuig stortte neer door ongekende redenen en had de volledige vernieling als gevolg.
  2. Gezien de aard van de schade besloot de deskundige officier het vliegtuig niet conform met de voorschriften van ETOCSA, circulair 86, par.7, gedateerd 8 maart 1943, af te danken

Belgische politiemensen werden ter plaatse gelaten om het wrak te bewaken totdat er de juiste zorg kon worden gedragen door het H.P.S. en een onderhoudsploeg.

( Get.)

JOHN A.MARSHALL

Kapitein, Luchtcorps,

(Stukken uit het Engels vertaald door J.NOSSIN)