zondag 19 april 2020
Het was koud deze zondag!
Die jas heb ik wel aangetrokken: om even rond te wandelen in de tuin en de wei (en dat deed dan weer deugd aan mijn gewrichten). Wat ik dacht boragie te zijn, is geen boragie, merkte ik aan de (toch ook blauwe) bloemetjes, en niet alleen aan de ingang van de (schapen)wei groeien veel netels, ook in de wei zelf en in de "tuin" (deze keer had ik dichte schoenen aan). Opvallend veel netels! Natuurlijk rijdt Roger die gewoon mee af, samen met het gras en het kleefkruid, en vernietigt hij de netels dus niet. Maar toch, zo opvallend veel!
Roger kwam niet mee "wandelen", maar die krijgt voldoende beweging door onder andere het vuur in de kachel te onderhouden! De kachel brandt immers nog bijna elke avond en vandaag de hele dag. Eigenlijk zou ik dus elke dag moeten schoonmaken in de salon en onze aanpalende werkkamer, maar eerlijk gezegd, ik begin dat te zot te vinden! Dus stapelt het stof zich op (de vloer bezem ik wel enkele keren per dag).
Edith Oeyen stuurde mij en de andere KVLS-leden een digitale versie van het volgende nummer van Oostland, omdat de boekjes niet op de post geraken. Ik heb me even afgevraagd of ik hetzelfde zou moeten doen met de Limburgse monografie maar vond geen tijd vandaag om even contact op te nemen met Jan Gerits.
Ik kreeg ook een mail van Ivo Hermans (niet alleen aan mij gericht) waarin hij spreekt over de oorsprong van het lispelen in Castellano (het imiteren van het spraakgebrek van Filips II in het Spaans). Roger heeft een groot deel van deze dag besteed aan opzoekingen daaromtrent (nee, vervelen doen we ons zeker niet!) en besloot dat het een stadslegende betrof.
zondag 19 juli 2015
Over onder andere een wandeling in Berlingen, Kuttekoven en Rullingen
Tussen twee korte regenbuien door wilde ik absoluut gaan wandelen (Roger moet bewegen – en ik natuurlijk ook). We reden naar Berlingen (lang geleden was dat) en wandelden naar de nieuwe molen (ik heb altijd de neiging hem de oude molen te noemen) die zich al – zo legde Roger mij lang geleden uit – op territorium Kuttekoven bevindt.
Een even rustige en mooie wandeling als altijd. Maar, vlak na de molen ontmoetten we een heel veranderd landschap. De oevers van de Herk bleken afgegraven te zijn zodat ze nu een veel minder steile helling vertonen. Ik vond het resultaat wel mooi.
Na een poosje bereikten we weer de trap naar de spoorwegzate en uiteraard liep Roger weer de “wildernis” in om foto’s te maken.
Nadat we onze lus naar Berlingen hadden gesloten en even waren gaan kijken hoe het stond met het vakwerkhuis (niet veel veranderd) ging het naar het kasteel van Rullingen. Daar waren werken aan de gang en het “Jachthuis” bleek volledig ontmanteld te zijn: binnenkort een nieuwe horecazaak?
Thuis heb ik nog een wasmachine laten draaien (ik weet het, in principe werk ik niet op zondag maar als huisvrouw kun je soms echt niet anders) en zorgde ik voor het avondeten. Tot mijn grote verbazing bleek dat ontzettend lekker te zijn (ik had een ingeving maar was absoluut niet zeker of die succes zou hebben): in olijfolie gebakken Sint-Jacobsvruchten, gegrilde aubergines met basilicum en twee aardappeltjes gebakken in heel veel koolzaadolie (olijfolie is daar te duur voor) en bestrooid met rozemarijn. Uiteraard na eerst een groente-tomaten-witte bonensoep te hebben verorberd, kwestie van voldoende groenten binnen te krijgen.
Ondertussen had ik het gevraagde Word-bestand aangekregen. Dus deze avond daaraan gewerkt (ja, het is werk, maar ik doe het graag, zelfs op zondag). Nog enkele manke zinnen ontmoet en aan auteur en voorwerp van de monografie gevraagd via mail of mijn correcties (interpretaties) correct zijn.
Eigenaardig is dat ik vaak, buiten duidelijk een gebrek aan zinsontleding, verkeerde voorzetsels ontmoet zoals bijvoorbeeld “de zorg van de kinderen” in plaats van “de zorg voor de kinderen” of “ter beschikking stellen aan” in plaats van “ter beschikking stellen van”. Ik begin dan altijd zelf te twijfelen (vergeet niet: ik heb als Franstalige nooit echt degelijke lessen Nederlands gekregen) en moet dat allemaal opzoeken. Ik vraag me dan wel af wat rasechte Vlamingen leerden op school. Misschien is dat een historisch onderzoek waard?
Ik belde uiteraard nog even met Nany vandaag maar kwam blijkbaar ongelegen: ze wilde net beginnen te eten (terwijl ik dacht dat ze daar net klaar zou mee zijn) .
woensdag 7 mei 2014
Elena fantaseert en Matthias ontdekt
Elena sprong weer in mijn armen toen we haar van school afhaalden vandaag en vertelde me, op samenzweerderige toon, dat ze vond dat we eerst Matthias moesten halen ‘in de crèche’ (dat woord moet ze hebben van haar juf!) en daarna, nog voor ons middageten, naar de speeltuin gaan. Eigenlijk vond ik dat geen slecht idee: haar mama komt toch pas rond 13:30 uur thuis. We aten onderweg naar Lutti, de onthaalmoeder (en dus geen crèche), elk een halve banaan: als we inderdaad eerst gingen spelen, moesten we onze grootste honger al stillen.
Matthias kwam ook lachend naar ons toe gelopen bij Lutti. Voor we er konden vertrekken, wilde hij ons alle prentjes tonen die daar aan de muur hangen. Enthousiast dat hij was!
Maar toen begon het te regenen… En voelde Elena zich ineens heel moe. Dus reden we toch maar naar “huis”. Waar Elena met veel moeite een stukje brood at (met veel toespijs: vlees en kaas), waar Matthias ons weer van alles wilde tonen (en dan zegt hij telkens iets dat ik interpreteer als ‘Wat is dat?’).
Onze dochter kwam iets later dan op het gewone uur thuis, Elena werd echt heel moe, ging een dutje doen; en Matthias vertrok met zijn moeder naar de periodieke “dokterscontrole” (wegen, meten, inenten, enzovoort) van “Kind en Gezin”.
Net toen ik met veel moeite Elena weer had wakker gekregen (als ze te lang dut, slaapt ze niet goed door ‘s nachts) kwamen Matthias en zijn moeder thuis. Nu was Matthias aan een dutje toe en dus reden Roger en ik eindelijk naar de beloofde speeltuin met enkel Elena (en als vieruurtje voor haar had ik in mijn tas een paar koekjes en een sinaasappel bij).
Elena en wij (vooral haar opa, die tegelijk de nodige beweging kreeg) hebben genoten! Als vieruurtje wilde ze echter alleen de koekjes eten.
Een klein uurtje later was het tijd om voor de boodschappen te zorgen. Elena kreeg in de winkel een “kinderkarretje” en legde daar telkens heel zorgvuldig en voorzichtig onze aankopen voor de avondmaaltijd in. Ze speelde immers (heel overtuigend: ‘Volg me maar, kindjes, we gaan naar de kassa’) dat zij de mama was en wij de kindjes.
“Thuis” moest ik aan het koken gaan maar tegelijkertijd wilde Elena verder spelen: probleem! Dat heeft Elena echter opgelost. Ik had een hotel (nu eens in Cuba, dan weer in Spanje – herinneringen aan haar reizen) waar zij met haar “papa” – nu was Roger haar papa – soms naartoe reisde (op de fiets).
Matthias werd ook wakker en wilde natuurlijk “meespelen”. Maar wat hem vooral interesseert, is allerlei zaken aanwijzen, er naartoe lopen en dan iets zeggen dat voor mij dus klinkt als ‘Wat is dat?’.
Op de een of andere manier lukte het mij al die eisen te combineren: luisteren naar en antwoord geven op Matthias, fantaseren met Elena, koken, de keuken een beetje opruimen en de tafel dekken. Ik moet er wel bij vertellen dat toen haar mama erbij kwam zitten, die volgens Elena’s fantasie ineens een juf was, opa een kindje was geworden, Elena de moeder van dat kindje – dat ze op nog geen half uur tijd zeker vijf keer naar school bracht (‘Braaf zijn hé! Mama komt je straks halen, na de boterhammen en als zij gewerkt heeft!’) en van de school terughaalde (‘Hier ben ik, kindje! Ben je braaf geweest?’).
Maar ik was nog steeds de uitbaatster van een hotel.
Onze dochter ging les geven en even later kwam onze schoonzoon aan. We aten.
‘Lekker eten in dit hotel hé?’, zei Elena tegen haar vader. Die moesten we dus even op de hoogte brengen van al haar fantasieën.
En Matthias, die at ondertussen, zoveel mogelijk , met weer geregeld een wijsvinger in de richting van het een of ander en de vraag die voor mij klinkt als ‘Wat is dat?’.
De kindjes gingen in bad. Elena speelde daar met het poppenbadje dat ze van Hendrik en Anneke had gekregen en fantaseerde weer: ze maakte “een vijver in de zee voor de badeendjes”. Matthias leek te onderzoeken hoeveel badwater paste in het bekertje dat hij bijhad.
Daarna zijn Roger en ik naar huis vertrokken terwijl Elena en Matthias ons uitbundig uitwuifden.
En was ik thuis te moe om verder te werken aan de jongste monografie van de KVLS.
dinsdag 6 mei 2014
Broekom, Luis Brans en Chouffe Soleil
Vermits de aangekondigde regen nog niet van de partij was na onze huishoudelijke taken zouden we een uurtje in Broekom wandelen. Een aangename temperatuur, een zacht windje, meidoorn die bijna uitgebloeid is en waarvan het parfum stilletjes aan wordt vervangen door de minder bedwelmende geur van vlier, mijn eerste klaprozen, een bijna volkomen stilte enkel onderbroken door het geroep van roofvogels en enkele kieviten, de motor van een landbouwmachine in de verte en een korte conversatie met een andere wandelaar die zijn mooie Arabische windhond uitliet: ik heb genoten!
In het naar huis rijden hoorde ik op mijn smartphone werk binnenkomen: een dringende vertaling; én, voor nalezing en opmaak, de volgende monografie van de KVLS, deze keer over Louis Brans zaliger, geschreven door Jan Gerits.
Voor ik daaraan zou beginnen, gingen we bier kopen. En weer kregen we van Lieve twee biertjes cadeau. We moesten wel beloven er deze avond op ons terras van te genieten.
Thuis zorgde ik voor de vertaling, voor het avondeten (een koude schotel met gerookte zalm) en ondertussen begon het pijpenstelen te regenen. Roger was zinnens verder in de tuin te werken maar moest zijn plannen herbekijken.
Na ons avondeten heb ik nog wat gelezen in een van mijn vader zaliger geërfde papieren boeken (een – heel goede – Franse vertaling van “Cards on the Table” van Agatha Christie), al even beginnen werken aan de (boeiende) monografie over Louis Brans maar daarna had ik echt zin in een biertje. Helaas, het was te koud en te nat geworden om mijn belofte aan Lieve na te komen: ik genoot van mijn “Chouffe Soleil” terwijl ik binnen naar een aflevering van Star Trek keek. Niet op ons terras dus.
Heel lekker geurend, fris biertje was dat, inderdaad ideaal voor op een zomers terras!
zondag 12 mei 2013
Een dag vol verrassingen
We waren om iets over 13 uur bij Nany die ons meteen een glaasje wijn offreerde en daarna groentesoep en brood (ik had haar gevraagd niet meer te voorzien vermits we deze avond toch uit zouden gaan eten). Na ongeveer twee uur gezellig keuvelen, belden haar en onze (Matadi-)vrienden Roger en Lily Beeckman aan. Een heel aangename verrassing voor ons! Bij nog wat meer wijn hebben we meer dan twee uur heel interessante conversaties gevoerd (en, hoe kan het anders, herinneringen opgehaald).
Rond 18 uur kreeg ik een sms van Hendrik: Anneke en hij waren pas van de tram gestapt en zouden binnen een goed kwartier bij Nany aankomen. Nany wist niet dat zij erbij zouden zijn deze avond, dat werd immers een verrassing. Dus dronk ik het laatste glas wijn dat mijn moeder mij had ingeschonken extra traag leeg en zei dat we zodra ik het uit had naar het restaurant zouden gaan. Ze vroeg nog welk restaurant we verkozen en Roger versprak zich bijna: ‘We zullen wel het dichtstbijzijnde moeten nemen, want het stoeltje van Elena staat nog in de auto’. Waarop Nany antwoordde: ‘We zijn toch maar met z’n drieën: ik geraak echt nog wel naast dat stoeltje hoor!’
Ik merkte dat Roger toen zijn blunder inzag, en besloot heel snel: ‘Voor mij is die taverne hier vlakbij echt oké!’ waarop Nany begon te vertellen hoe goed je daar wel kon eten. En dan werd er gebeld (ik had mijn glas net niet uit).
‘Nog een verrassing?’ vroeg ik aan Nany. En zij: ‘Ja, want ik verwacht niemand’. Ze ging naar de parlofoon, deed de deur van het flatgebouw open, kwam mij even zeggen: ‘Inderdaad een grote verrassing!’ en ging de deur van haar appartement openen.
Met z’n allen (na uiteraard nog een aperitiefje) liepen we naar die taverne vlakbij (het regende gelukkig even niet – het heeft bijna de hele dag gemiezerd), waar we inderdaad uitstekend aten. Roger heeft niet echt gezondigd, behalve dan dat hij veel te veel vlees at. Ikzelf kreeg mijn schotel met kip niet op, en toch had ik het gevoel dat ik te veel gegeten had.
Na nog een paar gezellige uurtjes en na afscheid genomen te hebben van Nany, reden wij Hendrik en Anneke terug naar Antwerpen, kregen we de kampeerspullen terug die we hen vorig jaar hadden uitgeleend en kwamen we rond 23:30 uur hier aan.
Ik had tijdens de middag en de avond de mails die binnenkwamen niet echt bekeken. Thuis las ik dat er nog iets moet toegevoegd worden aan de Limburgse monografie die ik gisteren in orde bracht. En (via Françoise) dat onze gemeenschappelijke (en onlangs teruggevonden) vriend Guy Missotten vorige donderdag in het ziekenhuis is opgenomen omdat “zijn licht even uitging”.
Hij ook al dus! Tja, we worden allemaal oud, dat valt niet te ontkennen! Nany was deze dag trouwens ook geregeld bezig over onder andere welke van haar juwelen voor mij bestemd zijn na haar overlijden.
Veel verrassingen dus vandaag, de ene al aangenamer dan de andere!
Maar, Anneke en Hendrik, Nany leek zo blij met jullie bezoek (ik ook trouwens)!
maandag 23 juli 2012
Kastelen en kerken
Ik miste Elena al deze ochtend! Blijkbaar zou ik het snel weer gewend worden, een kind in huis, hoe vermoeiend dat ook is!
Maar het was prachtig weer en Roger stelde voor naar Jehay te rijden, in de provincie Luik (op de grens van Haspengouw en Condroz) . We hadden er lang geleden al het bijzondere kasteel bewonderd (ik weet echt niet meer wanneer dat was).
We hielden vandaag een eerste keer halte in Seraing-le-Château. Daar staat een kasteel waarvan ik vroeger (want we hadden het nog al eens opgemerkt) dacht dat het middeleeuws is. Ik vergiste me gedeeltelijk: de oorspronkelijke burcht ontstond wel in de middeleeuwen, maar het huidige kasteel is een reconstructie uit de 19de eeuw.
De burcht is nu verlaten maar de kasteelhoeve is nog bewoond.
Om volgende foto’s van het kasteel te maken, hebben we, met veel schroom, het binnenplein van die hoeve betreden.
Daarvoor waren we al de “rue du Château” ingewandeld, hoewel er een verbodsteken stond. We gingen er zogezegd van uit dat het niet gold voor voetgangers, te meer omdat langs die straat nog enkele huizen stonden. Hoewel, nee, nu ik mijn herinneringen aanspreek: we liepen langs de achterkant van die huizen. Zodra we de honden van de boerderij hoorden blaffen zijn we dus maar snel terug richting kerk gewandeld. Waar we nog even rondliepen op het kerkhof.
Daarna reden we verder naar Jehay. Het (immense) kasteel vinden bleek niet zo gemakkelijk… Maar mijn smartphone bood hulp.
Ik had gehoopt dat we minstens in het park van dat kasteel zouden kunnen wandelen maar nee: het kasteel en het park zijn gesloten op maandag, en op andere dagen betaal je minstens 4 euro per persoon, ook om alleen het park te bezoeken. Dus wandelden we wat rond in de buurt en stelde Roger voor verder te rijden naar Amay. Jehay is daar een deelgemeente van.
Buiten de kerk en enkele bijzondere huizen vonden we niet zoveel bijzonders in Amay.
We klommen er een heel steile straat in, de “rue des Mots”, die zou voeren naar “la maison de la poésie”. Enkele gedichten (eigenlijk meer aforismen) langs de weg, maar dat huis van de poëzie hebben we niet gevonden. We kregen wel een mooi uitzicht op de kerk van daarboven. En een “bonjour” van elke mens die we ontmoetten!
Nu is het wel zo dat toen we uiteindelijk op een grotere straat uitkwamen, we hebben gekozen om weer naar het centrum af te dalen. Onze klim was zo steil geweest dat mijn knieën heel fel pijn deden (ondanks mijn wandelstokken)… En ik voelde dat onze tikker het ook hard te verduren had gekregen. Op de terugweg ontmoetten we wel nog een huis waar achter het raam (een soort geïmproviseerd etalage) dichtbundels lagen. Maar geen enkele aanwijzing dat dit het “huis van de poëzie” zou kunnen zijn.
Het was heel warm en ik had dorst. Maar het plein nodigde echt niet uit tot een halte in een café. Dus reden we maar terug naar huis waar we restjes van gisteren aten als avondmaal, en waar ik daarna al een groot deel van het gerecupereerde speelgoed heb schoongemaakt. Nee, de wasmachine kwam er deze keer niet aan te pas! Zelfs de kleren van de Fleurpoppen heb ik met de hand gewassen.
Ik kreeg nog een telefoontje van mijn moeder (Nany). Ze had zelf een drukke dag gehad: was op stap geweest met een vriendin.
Natuurlijk heb ik ook een beetje gewerkt vandaag (en dus nog meer gedaan dan speelgoed wassen – wat volgens mij ook werken is). Ik heb bijvoorbeeld onder andere moeten zoeken naar vroegere exemplaren van Oostland en Limburgse Monografieën die nabesteld werden via e-mail. En die klaarmaken voor de verzending natuurlijk. Ik heb de kamer van onze dochter nog een beetje beter opgeruimd zodat ik daar plaats vind om al dat speelgoed in onder te brengen en ik heb een boodschappenlijst gemaakt voor morgen, rekening houdend met wat we nog in huis hebben. Maar misschien vinden jullie dat allemaal niet waard om onder de noemer “werken” ondergebracht te worden?
woensdag 11 juli 2012
Regen en Limburgse monografieën
Deze ochtend vond ik een mail van Emmy Swerts: ze wenste ons een heerlijke Vlaamse feestdag.
Ondanks de voorspellingen leek het weer vrij stabiel en ik behandelde eindelijk ons terras met bleekwater.
Daarna zouden we onze dagelijkse wandeling maken, deze keer in Brustem. Ik wilde op zoek naar de overblijfselen van de burchttoren uit de 11de eeuw. Om ons te oriënteren (want nergens was er een aanwijzing daarnaartoe) gebruikte ik de “Geogids” over de omstreken van Sint-Truiden. Maar wat een fouten vond ik daarin, ongelooflijk: “noemen” in plaats van “heten” en gallicismen! Arm Vlaanderen!
We hadden pas de weg naar de burcht gevonden toen de regen ineens met bakken uit de lucht viel. En het bleef maar stortregenen, dus reden we uiteindelijk terug naar huis. De “ontdekkingstocht” zal voor later zijn!
Thuis regende het nog steeds pijpenstelen. De behandeling van ons terras zal dus wel tot niets gediend hebben!
Ik ben te overmoedig geweest: al dagen wordt er regen overdag voorspeld en geloofde ik echt dat ik door positief denken dat kon afwenden!
We bleven verder dus binnen, wat ook wel gezellig was. Ik pleegde nog een lang telefoontje met Jan Gerits over de jongste Limburgse Monografie. De laatste van de reeks zal dit jaar aan hem besteed worden. Ik had daar destijds een van zijn goede kennissen over aangesproken, en dat achter de rug van Jan Gerits gearrangeerd, hoewel Jan – uit valse bescheidenheid? – daar eigenlijk tegen was.
Nu hij het weet, heb ik de indruk dat hij het wel “tof” vindt. En hij verdient het zeker! De ijverige Jan Gerits is onlangs 80 jaar geworden, en als er nog langer gewacht wordt met die publicatie over hem, is het mogelijk dat hij er maar vanuit het hiernamaals kan kennis van nemen. Welke bril zou hij dan wel nodig hebben om het van zover te kunnen lezen?
En… Roger voerde mij deze avond naar een zeer interessante tekst over tatoeëring. Ikzelf begrijp niet goed wat mensen daartoe brengt, maar, om helemaal eerlijk te zijn, ook niet waarom vrouwen hun oren laten perforeren!
zondag 20 mei 2012
Een deel van de “kindjes” op bezoek
Eergisteren avond kregen we een telefoontje van onze dochter. Of ze vandaag welkom waren. Natuurlijk! Ze zouden Zeger meebrengen. Ik mailde meteen naar Hendrik: of hij en Anneke ook geen zin hadden om te komen? Maar zij bleken niet vrij. Misschien vierden ze uitgebreid Anneke haar verjaardag? Want dat is morgen: proficiat, Anneke!
Deze ochtend zette ik een varkensgebraad met groenten te stoven op het fornuis (jaja, in onze nieuwe stoofpan!). En belde ik naar Jan Gerits, die ik eindelijk te pakken kreeg. Ik zorgde nog voor de verdere lay-out van de volgende monografie van de KVLS, en besprak met Roger een mogelijke wandeling met de kinderen waarbij het terrein geen hindernis zou zijn voor een kinderwagen. We dachten aan Berlingen.
En dan kwamen onze “kindjes” aan. Ik ben altijd zo blij op zulke ogenblikken! Ik wist, nog voor ik de eerste keer zwanger was, dat je kinderen eens moet loslaten (maar vergat dat gelukkig tijdens hun kinderjaren), maar telkens als ze even naar hier terugkomen, jubel ik stilletjes!
Maar toen begon de lucht te betrekken en dus (vermits geen wandeling) aten we maar meteen van de heel lekkere aardbeientaart die ze bijhadden.
En Elena at mee. Ze deed trouwens met alles mee: ze at chips tot en met, en kreeg er serieus dorst van, en at gretig van mijn broccolisoep!
Er werd gesproken over onder andere vakantieplannen. Zeger had gedacht aan Londen, maar niet aan de Olympische spelen daar!
Het bleef maar regenen en donderen, en toen Elena ineens achter zich keek naar het terras, en de regen zag gulpen op de tafel daar, werd ze weer bang. Weer sprong ze bijna van haar kinderstoel, deze keer in mijn armen.
Zeger heeft Roger nog even geholpen een boekenkast van het atelier naar de “bibliotheek” te verhuizen. En daarna zijn de kinderen weer richting Leuven vertrokken.