zondag 14 mei 2017

Over een lodderoog,Heks en stilte

Tot wanneer we deze middag vrij laat een wandeling maakten van de begraafplaats in Heks naar het Monnikenhof, langs de vroegere tramzate, heb ik niets gehad aan deze zondag.
Ik werd immers weer wakker (jaja, uiteindelijk ben ik in slaap gevallen) met een lodderoog. En dus "onderging" ik alles als een bijna blinde: brunch, drink, enzovoort. Wat zou ik het erg vinden als ik echt blind zou worden!

Tijdens de wandeling voelde ik eindelijk de pijn wegtrekken en kon ik na een poosje weer gewoon zien.

Aan de ingang van het Monnikenhof

Vroegere trambedding ( foto's Roger)
Na het avondeten, net toen ik wilde beginnen te lezen in een volgend boek van Nicci French (ik was zo blij dat ik weer gewoon kon zien!), een lang telefoontje van Nany. Ik had uiteraard niet veel te vertellen over mijn dag maar zij des te meer, gelukkig voor haar!

Gisteren, tijdens ons etentje, voerden we een discussie over de voordelen en nadelen van de telefoon versus e-mail. Het viel mij op dat alleen mijn zus Bie en ik (en Roger in mindere mate maar hij is dan ook niet iemand die veel telefoneert of e-mailt) de voordelen van e-mail inzagen.

En ineens bedacht ik dat ik vaker moet denken aan mensen die wel veel belang hechten aan contacten via de telefoon (zoals onze Matadi-vrienden Lily en Roger).

Ja maar (en dat argument voerde ik gisteren aan): aan een telefoontje verlies je gemakkelijk een half uur tot één uur op momenten waarop je eigenlijk die tijd nodig hebt voor je werk (of lectuur). Een mail schrijf je als je zelf bepaalt dat je er de tijd voor kunt of wilt maken en de ontvanger antwoordt wanneer het hem past.
De telefoonliefhebbers zagen het echter anders: telefoon heeft het voordeel dat je een stem hoort.

Waarop de conversatie verderging over praten en/of niet praten. Nany (die graag praat) klaagde dat ze soms een hele dag niet kon praten omdat ze niemand ontmoette. Die dagen zijn zeldzaam, gaf ze toe, maar ze kan er slecht tegen.
Toen ik vertelde dat Roger en ik op sommige dagen bijna niets tot zo goed als niets tegen elkaar zeggen, leek ze dat niet te begrijpen. Ook mijn broertje vertelde dat hij na een dag in zijn apotheek (en dus constant verplicht praten met klanten) soms echt nood heeft aan een stille avond.
Tante José opperde toen dat samen zwijgen (omdat er niets te zeggen valt hé, niet omdat er ruzie is) misschien minder erg is dan te moeten zwijgen omdat je alleen bent.

Ik dacht toen even na en probeerde me te herinneren hoe ik het aanvoelde al die keren dat Roger in het ziekenhuis verbleef. En... ik moet toegeven dat ik toen nogal gemakkelijk in gesprek geraakte met andere bezoekers (vooral omdat ik toen buiten het ziekenhuis ging roken) maar zelf iemand zoeken om mee te "babbelen" heb ik nooit gedaan.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen