zaterdag 19 mei 2012

Verplichte euthanasie

Toen ik op 21 april schreef dat ik vreesde dat zoiets ooit werkelijkheid zou worden, lachte bijna iedereen mij uit.

En toch… Wat lees ik vandaag hier?

Onder andere dit:

“Dans un autre ouvrage intitulé L’homme nomade (Editions le Livre de Poche, 2005), Jacques Attali convoque de nouveau des critères économiques pour justifier l’institution d’une euthanasie d’Etat : « Dès qu’il dépasse 60/65 ans, l’homme vit plus longtemps qu’il ne produit et il coûte cher à la société : il est bien préférable que la machine humaine s’arrête brutalement, plutôt qu’elle ne se détériore progressivement (…). On pourrait accepter l’idée d’allongement de l’espérance de vie à condition de rendre les vieux solvables et de créer ainsi un marché (…). Je crois que dans la logique même du système industriel dans lequel nous nous trouvons, l’allongement de la durée de la vie n’est plus un objectif souhaité par la logique du pouvoir ».

Dans la nouvelle société relativiste, individualiste et technocratique, Attali pronostique que l’euthanasie sera « un instrument essentiel de gouvernement ». Dans l’éventualité de la victoire du candidat socialiste le 6 mai prochain, cette « prophétie » pourrait rapidement devenir réalité."

vrijdag 18 mei 2012

Berlingen

Voor een bezoekje aan de nicht Jeannine van Roger vandaag bijna een uur gewandeld rond Berlingen.

Berlingen, van op Rullingen: zicht op kerk en vakwerkhuis in renovatie

Berlingen, van op Rullingen: zicht op kerk en vakwerkhuis in renovatie Foto’s Roger

donderdag 17 mei 2012

Koninksem

Vandaag wilden we naar Piringen, maar we geraakten er niet: heel veel wegen waren afgesloten omwille van de “Ronde van Limburg”. Ik had er nooit van gehoord. Uiteindelijk zijn we in Koninksem terechtgekomen.

We hebben daar een goed uurtje rond het dorp gewandeld. Eerst volgden we een stukje van de Camino  naar Santiago tussen ruisende ratelpopulieren, later ging het langs velden en meidoornstruiken. De lentegeuren, het geroep van de kievits, de Jeker, het werkte allemaal zo rustgevend en inspirerend.

Koninksem, Oude-Kerkstraat: aanduiding van de 'Camino de Santiago'

P5171637m

P5171643m

IMG_1501m

P5171645m

P5171646m Foto’s Roger

Onze Lieve Heer begrijpt geen Vlaams (31)

Vlaamse dialecten en Frans

Waarschijnlijk begon tante Mathilde (tot haar spijt) in te zien dat Engels stilaan Frans zou vervangen als “Lingua franca”?
Nu ik het toch over die tante heb… Ik herinner me een voor zich sprekende anekdote. De dag dat mijn broertje trouwde, waren we tussen het burgerlijke en het kerkelijke huwelijk allemaal uitgenodigd bij de ouders van de bruid. Nog voor we hun huis binnengingen, vroeg “oncle Ludo” mij: ‘Hopelijk spreken die mensen ook een beetje Frans?’ En ik: ‘Ik geloof van wel, maar ook al is dat niet het geval, waar zit het probleem? Je spreekt toch vrij goed Nederlands?’ (uiteraard verliep die conversatie in het Frans).

‘Ik zou mijn plan wel kunnen trekken,’ antwoordde mijn “nonkel”, ‘maar tante Mathilde (hij bedoelde zijn vrouw) spreekt alleen Frans!’ Ik heb nonkel Ludo en tante Mathilde altijd heel graag gezien. Maar blijkbaar horen ze bij de Franstaligen die nooit hebben ingezien hoezeer ze de Vlamingen kwetsen als ze van hen verwachten dat zij wel Frans leren en gebruiken in hun conversaties met hen, terwijl zijzelf de moeite niet willen doen om Nederlands te leren en te spreken met ons.

Roger heeft altijd Algemeen Nederlands gesproken met mij en met de kinderen, en zijn moeder, zussen en broer deden ook hun best. Maar naarmate ze begrepen (door bezoeken aan verre familieleden enzovoort) dat ik vrij goed alle dialecten begreep, begonnen ze steeds meer Limburgs of een mengeling van Limburgs en Leuvens onder elkaar te spreken. Een zus van Roger is getrouwd met een Spanjaard. Ik wist dat hij ooit Nederlandse lessen had gevolgd en vroeg me dus af waarom hij niet gewoon Nederlands praatte met ons, in plaats van Frans (of Spaans, maar daartoe was alleen zijn echtgenote in staat, en Roger en ik, een beetje). Veel later zou ik daarop het logische antwoord vinden: hoe kan iemand die Nederlands leert die taal leren gebruiken in het dagelijks leven als hij constant varianten in de vorm van dialecten moet aanhoren?

Roger vertelde me hoeveel Vlamingen Franstalig waren geworden, gewoon omdat ze dachten dat ze zo de maatschappelijke ladder konden opklimmen. In dat "opklimmen" waren mijn grootouders van vaderskant dan goed geslaagd, besloot ik, maar wel ten koste van hun taal!

Hoe meer Frans ze leerden op school, hoe lelijker onze kinderen die taal bleken te vinden. Wat mijn grootouders van vaders kant waren begonnen was voor onze tak dus duidelijk mislukt: wij waren weer aan het vernederlandsen. En dit in tegenstelling tot mijn neven en nichten die allemaal met Franstaligen zijn getrouwd, hun kinderen in het Frans hebben opgevoed en zelfs zijn vergeten dat ze uit Vlamingen voortkomen.

Ondanks het feit dat onze kroost zeer behoorlijk Nederlands sprak en schreef, vond ik wel dat ze in de lessen “Moedertaal" weinig taalanalyse kregen. Weer werd er vooral gehamerd op de “DT-regels” maar ik zag ze niet vaak een zin ontleden zoals ik dat vroeger voor Frans had geleerd.

Als huisvrouw (ik had mijn werk bij die verzekeringsmaatschappij opgezegd en behalve twee korte interims in het onderwijs ben ik thuis gebleven voor de kinderen tot de jongste naar de lagere school ging) hoorde ik Roger vaak klagen over het feit dat op zijn werk bijna alles nog in het Frans gebeurde. Aan de andere kant, bij wijze van Nederlands hoorde ik door onze buren en door de moeders aan de schoolpoort vooral Antwerps spreken. In die taal kon je toch niet serieus zaken doen? De vriendjes van onze kinderen spraken gelukkig meestal zeer behoorlijk Nederlands, een licht Antwerps accent en enkele typische Antwerpse uitdrukkingen niet te na gesproken.

Onze Lieve Heer begrijpt geen Vlaams (30)

Vader sterft maar de genen worden voortgezet

In 1974 bleek papa de slechte genen van zijn vader te hebben geërfd: hij werd ook belaagd door een hersentumor.

Ikzelf begon in 1975 een relatie met mijn latere echtgenoot Roger (die bleek van Limburg afkomstig te zijn, maar dat had ik helemaal niet gehoord aan zijn tongval). Hij was het die me erop wees dat ik sommige taalfouten had overgenomen van onder andere mijn vroeger lief. Ik had mijn studies toen beëindigd en vermits Roger in Antwerpen werkte, volgde ik hem naar die stad, waar ik snel werk vond in een verzekeringsmaatschappij. Wat me daar opviel: alle kaderleden waren Franstalig!

Roger bracht me vaak naar het ziekenhuis om papa te bezoeken, en van hem heeft mijn vader nooit durven eisen dat hij Frans sprak. Had hij het misschien opgegeven? Er werd in ons gezin immers steeds meer Nederlands gesproken sinds mijn zus met een Limburger was getrouwd (ik weet niet of zijn kennis van het Frans in het begin van de relatie ook werd onderworpen aan een onderzoek). Mijn Nononc daarentegen was al een poosje gehuwd met een perfect tweetalige Francofone. Dat vond papa natuurlijk fantastisch (dat ze Franstalig was: ik heb hem dat echt ooit horen zeggen!), maar hun kinderen werden in het Nederlands opgevoed.

Roger nam me eens mee naar zijn oom in Poperinge. Dat was de broer van zijn moeder die in het “verre” West-Vlaanderen zijn vrouw Charlotte had gevonden. Hijzelf had stilaan de plaatselijke taal overgenomen. Ik begreep wel alles wat die oom en tante zegden maar ik hoorde ook wel dat de taal nogal verschilde van wat ik rond Antwerpen of Leuven hoorde. Zulke grote verschillen waren me nooit opgevallen in het Frans, ook al sprak een van onze vrienden uit Kongo duidelijk met een Luiks accent.

Waarom spraken Vlamingen over het algemeen geen Standaardnederlands? Hadden ze hier destijds op de speelplaatsen misschien beter het “signum" aan elkaar laten doorgeven door kinderen die geen algemeen Nederlands spraken, in plaats van door kinderen die geen Frans spraken? Of wisten Vlamingen toen zelfs niet dat er iets bestond als een “Standaardnederlands”? Was het Gezelle niet die zei dat Vlaams moest gekoesterd worden, en gesproken in de huiskring, maar dat voor meer officiële aangelegenheden Frans beter geschikt was? Nu, hetzelfde gebeurde eigenlijk in Wallonië. Daar zouden de mensen ook stilaan hun Waalse dialecten vervangen door Frans en ik heb onlangs ergens gelezen dat daar ook dat “signum’ bestond: voor de kinderen die hun dialect verder gebruikten op de speelplaats.

Roger werd steeds meer als mijn “verloofde” beschouwd door mijn familie. Eens vroeg papa, die mijn argwaan tegenover het huwelijk kende, mij van op zijn ziekenhuisbed wanneer we elkaar “notre promesse de fidélité”zouden geven. In een flits kwam in mij op: ‘Fidélité betekent trouw, dus “trouwen” betekent elkaar trouw beloven’.

Papa stierf in september 1976. Begin 1977 besloot ik dat ik heel mijn verdere leven bij Roger wilde blijven en het woord van mijn vader indachtig vroeg ik hem of we dan toch niet best zouden trouwen.

Onze drie kinderen volgden elkaar al snel op. Uiteraard stelde mijn moeder voor om ze in twee talen op te voeden. Ikzelf vond dat geen goed idee. Ik had immers te slechte herinneringen aan de gebrekkige taalkennis van velen van mijn tweetalige kameraadjes.

‘Je weet niet op voorhand of jouw kind een talenknobbel zal zijn,' legde ik uit aan mama, 'en als het dat niet is, zal het bij een tweetalige opvoeding geen van de twee talen goed spreken. Als het daarentegen leert zich zo goed mogelijk uit te drukken in één taal, is de kans groter dat het tenminste die taal foutloos zal spreken. Later kan het dan - min of meer vlot naargelang zijn aanleg - andere talen bijleren’.
Ik merkte wel dat mijn argumenten haar niet overtuigden. Jaren later hoorde ik trouwens ook door taalkundigen een tegengestelde theorie verkondigen… Het klopt dat ik nu enkele kinderen ken die moeiteloos en bijna foutloos twee talen van thuis uit spreken. Maar ze zijn heel zeldzaam…

We voedden onze kinderen dus in het Nederlands op. Dat wil zeggen in een zo zuiver mogelijk AN. Om de een of andere reden kwam ik er maar niet toe om 'gij' en "ge" te vervangen door "jij" en "je", hoewel ik "gijlie" al jaren geleden had vervangen door “jullie”.

Nu is het zo dat de datief en accusatief van “ge” “u” is, en het bezittelijk voornaamwoord dat naar die persoonsvorm verwijst “uw". Eens vroeg André, de collegevriend van mijn vader – die me tegen onze baby hoorde zeggen: ‘Ik zal u eens een nieuwe Pamper aandoen’ - mij waarom we onze kinderen “vousvoyeerden”. Ik legde uit dat die “u” hier geen beleefdheidsvorm was, maar de datief van "gij". Terwijl ik hem die uitleg gaf, voegde ik daar aan toe: 'we spreken geen Nederlands, maar Vlaams hé!'. Met een ondertoon van "het zijn toch nog twee aparte talen".

Nu vind ik het jammer dat anderen en ik er vroeger zo over dachten, want dat heeft zeer waarschijnlijk de Waalse indruk dat Vlaams alleen een verzameling is van heel lokale dialecten enkel versterkt.

Veel later trouwde mijn broertje ook met een Vlaams meisje, en ook zij en hun kroost drukken zich in het Nederlands uit. Omdat mama alleen maar was verfranst, en nooit echt Franstalig was geweest, spraken we op de duur nooit meer Frans onder elkaar. Marraine heeft aan het einde van haar leven (ze stierf in 1980) dus nooit meer hoeven klagen dat ze ons niet begreep.

Frans spraken we nog alleen met de familie van vaders kant, met André en zijn vrouw en met de vrienden uit Kongo.

Eens, op een familiefeestje waar mijn Franstalige ooms en tante aanwezig waren, vroeg mijn tante Mathilde me heel bezorgd of onze kinderen wel Frans spraken. De oudste kreeg toen al zijn eerste lessen Frans, en bracht het er niet slecht van af, maar “vlot spreken” kon je dat nog niet noemen. Eigenaardig genoeg spraken de twee oudsten al een heel mondje Engels (geleerd van radio en tv zeker?) en zonder dat accent dat ikzelf nooit heb kunnen afleren.

‘Ze leren het op school, maar Engels spreken ze al veel beter’, antwoordde ik, en daar had mijn tante niet van terug!

woensdag 16 mei 2012

Uitvaart van Marc Cuypers

Ik ken Marc niet persoonlijk, maar zijn zus heeft veel over hem verteld. En omdat ik haar verdriet voelde, wilde ik er deze ochtend bijzijn voor het afscheid.
Het was een serene, diepzinnige, ontroerende en tegelijk troostende mis. En, eerlijk gezegd, nu ik de laatste tijd zoveel uitvaarten heb meegemaakt, zowel buiten als in een kerk, moet ik toegeven dat deze laatste vorm voor mij toch meer steun en troost biedt.

Oké, Hendrik, jij zult me zeggen dat we onszelf iets wijsmaken. Ik ben overtuigd van niet.

Tijdens de dienst en misschien omdat Marc nog zo jong is (amper 45 jaar) voelde ik heel intens waarom “partir, c’est mourir un peu” zoals ze in het Frans zeggen. Je moet de overgegane  loslaten, net zoals je je kinderen op een zeker ogenblik moet loslaten (dat staat al in de Bijbel! En precies die verzen werden vandaag voorgelezen: een kind moet vader en moeder verlaten om verder te gaan met zijn eigen leven). Ik besefte wel dat het vervolg van de Bijbeltekst in dit geval belangrijker werd geacht door de heel fel aangedane vrouw van Marc: “Het kind moet zich verenigen met zijn man/vrouw en die eenheid mag geen mens teniet doen”.

Ik vermoed (ik ga, “kindjes”, er nog steeds van uit dat ik gelijk heb hé) dat de eenheid niet verbroken wordt omdat je de overgegane loslaat. Dat voelen wij toch ook: al gaat ieder verder met zijn eigen ontwikkeling, als het nodig is, zijn we er nog voor elkaar, of niet?

De zus van Marc had de ongelooflijke moed enkele prachtige “woordjes” uit te spreken! En, wat ik niet wist, Marc uitte zijn gevoelens ook in dichtvorm. De priester las een gedicht van hem voor, waarin hij in eenvoudige maar pakkende woorden en ritmische zinnen zijn liefde voor zijn vrouw bezingt.

Later, toen ik tijdens de koffietafel, na twee broodjes te hebben verorberd, even buiten – in de zon! - een sigaret ging roken, kwamen de zus en de heel lieve vrouw van Marc ook naar buiten. Ik vroeg hen of ik die woorden mocht publiceren. En dat mocht:

Jij werd mijn baken in de nacht

Ik vond mijn moed, mijn eer, mijn kracht.

Jij werd de bron die mij laaft

Ik werd gehecht, verknecht, verslaafd

Luxe, weelde, pracht en praal. Het doet me niets, het blijft zo kaal

Smaragden, diamanten, zilver of goud. Het zegt me niets het lijkt zo koud

Jij kan me treffen, mij beroeren

Jij kan me raken, mij vervoeren

Mijn zinnen, mijn gevoel naar jou gericht

Mijn liefde, mijn warmte aan jou verplicht

(Marc Cuypers)

Elena zegt “Hallo!”

Vlak voordat we gisteren naar Elena zouden vertrekken, kwam er een vertaling aan. Of ik die deze ochtend kon leveren. Ik moest de job weigeren: deze ochtend wilden we immers naar de uitvaart van Marc Cuypers, en dus kon ik me gisterennacht niet permitteren nog te werken na onze thuiskomst.

Terwijl we Elena bij Lutti afhaalden, kwam er al een antwoord binnen: ‘als het niet tegen morgen ochtend kan, dan zo snel mogelijk, alsjeblieft’. Dat werd dus een job voor deze late namiddag.

Elena wilde me weer al het speelgoed bij Lutti tonen, en struikelde toch wel over een van die speeltjes. Ze viel met haar mond op een soort “activity-center”-tafeltje. Haar lip bloedde een beetje, ze huilde heel fel, maar we waren met vieren om haar te troosten (Lutti, haar man en wij) en de tranen van Elena droogden heel snel op.

Het heeft bijna de hele dag geregend en gehageld, maar toch vonden Roger en ik even, tussen twee buien door, de tijd om Elena op de trap te laten oefenen. Ik stelde vast dat de trap oplopen nu heel vlot gaat. Maar afdalen doet ze nog door er trede per trede af te springen en daarbij heeft ze wel wat hulp nodig.
We hebben veel gespeeld: met balletjes, met blokjes, met de stapelbare schoteltjes, we hebben getrommeld, gezongen, handjes gedraaid, verhaaltjes verteld,  enzovoort.

Elena weet dat ze niet mag raken aan de spullen die op een schotel op de salontafel liggen. En meestal liggen daar ook de afstandsbedieningen. Daar komt ze dan ook nooit meer aan (tenminste niet als wij in de buurt zijn). Maar deze keer lagen die spullen op de bank en toen ik er haar eentje zag vastgrijpen, wilde ik even iets uitproberen. Eerst heb ik haar even laten doen. Ze gebruikte het ding als een telefoon: legde het tegen haar oor. Ik nam een tweede afstandsbediening vast, deed hetzelfde en zei “Hallo Elena!”.

Ze begon te lachen, brabbelde van alles, maar toen ik een tweede keer “Hallo Elena” zei, hoorde ik haar “Hallo” zeggen tegen de afstandsbediening. Ik herhaalde het een paar keer, ja hoor, ze zei het weer.
Daarna heb ik haar het spelgoedtelefoontje aangereikt en heb ik haar “opgebeld” met mijn mobieltje. Weer antwoordde ze “Hallo”. Ze leek het heel plezant te vinden. Ondertussen had ik stiekem de afstandsbedieningen weer op de “verboden” schotel gelegd. En na ons telefoonspelletje  zag ik haar kijken naar de toestellen op de schotel, maar ze deed geen poging meer om ze vast te grijpen.

Wat ik vermoedde,  klopt dus waarschijnlijk, namelijk dat Elena alleen die schotel als verboden terrein ziet, niet zozeer de objecten die erop liggen. Als die zaken ergens anders liggen, geldt het verbod niet meer in haar ogen.